Carnaval

Janine ziet dat ik volop bezig ben met de voorbereidingen voor de carnavalsoptocht. Meehelpen wil ze niet, maar ze wil wel praten. Ze ratelt en ratelt maar door. Even stop ik met werken en ik luister aandachtig om haar verhaal goed te volgen. Ze heeft het over haar ouders, over haar broer, over carnaval, maar vooral over hoe ze het allemaal moet combineren. Ze vindt het heel ingewikkeld.

Waarom reageert haar broer niet als ze over carnaval vertelt? Waarom vinden haar ouders het maar niks dat ze carnaval viert? Ze begrijpt het niet. Carnaval is gewoon het leukste feest van het jaar. Ze vindt het heerlijk om een paar dagen een ander te zijn. Het is zo’n eenvoudig feest. Je bedenkt wie je wilt zijn, doet een mooi kostuum aan, speelt je rol met verve en houdt het toneelstuk vier dagen vol. Simpeler kan het niet. Daar kan toch niemand bezwaar tegen hebben? Het zet haar wel aan het denken. Haar hersens maken overuren.

Een paar dagen voor carnaval komt ze kijken hoe ik de laatste hand leg aan het wagentje voor de optocht. “Ik wil ook meelopen”, zegt ze ineens. “Kun je me helpen, want het is heel ingewikkeld.” Ze is zeker van haar zaak. Ze wil verband om haar armen, om haar benen, om haar romp en zelfs om haar hoofd, zodat iedereen kan zien dat ze gewond is. Ze gaat moeilijk lopen en gebruikt de rollator van oma als steun. Lachend kijkt ze me aan en zegt: “Ingewikkeld hè?!”

Kees

 


Tags: ,