Kortverblijf zo kort mogelijk

Het is in het belang van het jonge kind dat binnen 6 maanden duidelijk is of het wel of niet terug kan naar huis. Is dat uitvoerbaar? Mobiel sprak erover met Ynske de Koning, gedragswetenschapper van Bureau Jeugdzorg in Breda.

Waarom is het zo belangrijk dat er snel duidelijkheid komt?
“Het kind heeft er recht op om zo vroeg mogelijk te weten waar en met wie het mag opgroeien. Hoe vroeger het perspectief van het kind duidelijk is, hoe beter voor het kind. In het eerste half jaar na de uithuisplaatsing moet duidelijk worden wat de ouders kunnen betekenen voor het kind. Kunnen ze afspraken nakomen? Kunnen ze leren? Om daar achter te komen is een intensief contact tussen de ouders en het kind nodig. Als moeder drie keer in de week haar baby in bad komt doen, kun je daar veel aan zien. Vijf maal in de week een uurtje op bezoek maakt veel duidelijk.”

Welke obstakels zijn er onderweg?
“Het vraagt een enorme investering in tijd en energie van alle betrokkenen: ouders, pleegouders, pleegzorgwerker en gezinsvoogd. Dan zijn er ook nog de praktische problemen: vervoer, financiën, planning, structuur. Een groot struikelblok zijn bovendien de wachtlijsten. Als er extra pedagogische hulp ingezet moet worden, stuit je overal op die wachtlijsten en dan is het half jaar al om voordat je die hulp hebt.”

Is het dan wel mogelijk om binnen een half jaar duidelijkheid te hebben?
“De kinderrechters onderschrijven wat Femmie Juffer, hoogleraar Adoptie aan de Universiteit Leiden, gesteld heeft: “Neem beslissingen over de definitieve verblijfplaats van het kind zo snel en zo vroeg mogelijk. Als er perspectief op terugplaatsing is, moet hulp aan de ouders zo snel en intensief mogelijk gegeven worden en moet de uiteindelijke beslissing over de definitieve verblijfplaats van het kind eerder in termen van maanden dan in termen van jaren genomen worden.”(1) De uithuisplaatsing is voor de ouders ook een trauma. Er moet recht gedaan worden aan hun leerbaarheid. Naast ruimte voor hun gevoelens moet er zicht zijn op hun veranderingsmogelijkheden. Het contact met het kind moet zo spoedig mogelijk worden opgestart. Nu al krijgen we beschikkingen voor een half jaar uithuisplaatsing. Na een half jaar moeten we terug naar de kinderrechter om ons advies over de (on)mogelijkheden van het herenigen van ouders en kind te geven. Ouders hoeven het niet binnen een half jaar al te kunnen, maar er moet wel zicht op zijn dat het kind binnen een aantal maanden (met hulp) kan worden teruggeplaatst bij zijn ouders.”

Is het niet dubbel hard als het niet blijkt te lukken na dat intensieve half jaar?
“Het is dubbel hard als de ouders de kans niet hebben gekregen. Het is veel beter uit te leggen aan ouders en kind wanneer we wel geprobeerd hebben het hun te leren. Vergeet niet dat er thuis een overspannen situatie kan zijn geweest waarin dingen zijn fout gelopen die na een periode van rust en met de nodige begeleiding wel weer goed kunnen gaan. Je hebt er moed en lef voor nodig en het geloof dat mensen kunnen veranderen.” <

(1) Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties – 2010 F. Juffer

Ynske de Koning is gedragswetenschapper van Bureau Jeugdzorg Breda en leidinggevende van de afdeling Jeugdbescherming, team voogdij en gezinsvoogdij. Zij ontwikkelde met Petra Bastiaensen de CHOP in 2010 (Mobiel 1 – 2011).

 

 

 


Tags: ,