Kinderen een nieuwe kans geven

Yordanka Dukova (51) woont in Sofia (Bulgarije). Vijf jaar geleden besloot zij pleegmoeder te worden voor kinderen uit een tehuis. Deze kinderen hebben zo’n grote achterstand dat ze als peuter vaak nog niet kunnen praten, lopen of spelen. Yordanka heeft inmiddels vier jonge kinderen tijdelijk opgevangen. Twee van hen konden weer terug naar hun ouders, een ander is door een buitenlands echtpaar geadopteerd. Edy (2 en een half) woont sinds een paar maanden bij het gezin.

Wat is de samenstelling van je gezin?
Yordanka: “Ik woon samen met mijn echtgenoot, mijn moeder en mijn pleegdochter. Onze biologische dochter is 32 jaar en heeft een zelfstandige woning. Zij komt nog veel bij ons over de vloer.” Voor Yordanka is het pleegouderschap – net als voor 80 procent van de Bulgaarse pleegouders – een betaalde baan. Haar echtgenoot werkt buitenshuis.

Hoe kwam je ertoe om pleegouder te worden?
Yordanka: “Er waren drie aanleidingen. Een goede vriendin kreeg een pleegzoon. De ontmoeting met hem raakte me. Hij had prachtige ogen die naar me lachten, terwijl hij ook een verdrietige uitstraling had.

De tweede aanleiding was het feit dat mijn zus in een tehuis heeft gewoond. Omdat mijn moeder ziek werd tijdens de bevalling, kon zij niet voor mijn zus zorgen. Zij heeft een slechte tijd in dat tehuis gehad. Gelukkig kwam ze op driejarige leeftijd weer thuis wonen.

De derde aanleiding die mij inspireerde was de adoptieachtergrond van mijn beste vriendin, een Bulgaarse vrouw van mijn leeftijd. Mijn drijfveer is de wens om een kind uit een tehuis een nieuwe kans te geven.”

Hoe reageerde je omgeving en familie op deze stap?
Yordanka’s echtgenoot barstte in huilen uit toen zij hem vertelde dat ze pleegmoeder wilde worden. Hij stond vanaf het begin achter dit plan. Ook de omgeving reageerde positief. Yordanka: “Ik heb geen enkele negatieve reactie gekregen. Inmiddels zijn vijf mensen door mijn voorbeeld ook pleegouder geworden.”
Yordanka’s moeder vroeg zich aanvankelijk af hoe alles praktisch geregeld zou worden, maar werd al gauw een enthousiaste pleegoma.

Hoe ziet je begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
Yordanka’s vorige pleegdochter had zowel lichamelijke als psychische problemen. Het gezin kreeg goede hulp van een centrum dat is gespecialiseerd in autistische en hyperactieve kinderen. Edy heeft vooral medische hulp nodig. Yordanka: “Zij is nu drie maanden bij ons en we zijn de hulp stap voor stap aan het opbouwen. Het eerste dat we hebben gedaan is een bril voor haar aanschaffen. Vanwege haar platvoeten heeft ze inmiddels speciale schoenen. Ze heeft ook bloedarmoede en een hartprobleem. Naast alle medische hulp is er ook een maatschappelijk werker met wie ik over de opvoeding kan praten.”

Waar heb je steun bij nodig, waar ben je onzeker over?
Yordanka: “Het enige waar ik onzeker over ben, is Edy’s hartprobleem. Zij is een heel slim kind, dat het ver kan schoppen. Haar problemen zijn vooral fysiek van aard.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
Er is geen contact met Edy’s biologische familie. Op dit moment staat ze op een wachtlijst voor internationale adoptie. Yordanka: “Bulgaarse adoptiegezinnen willen liever een gezond kind. Om voor buitenlandse adoptie in aanmerking te komen, moet een kind eerst door drie binnenlandse gezinnen zijn afgewezen.” Zelf wil Yordanka haar pleegdochter niet adopteren: “Ik wil haar helpen een familie te vinden, maar ik wil ook nog meer kinderen helpen. Als ik Edy zou adopteren, zou dat niet kunnen. Ze blijft bij ons tot er een adoptiegezin is gevonden. Als ze niemand vinden, desnoods tot haar achttiende jaar. Als ze dan wat ouder wordt, kan ik misschien toch weer een jong kind opvangen.”

Hoe gaat jouw eigen kind om met de pleegkinderen?
“Mijn dochter is als een echte zus voor de pleegkinderen. Ze voelt zich erg betrokken bij hen. Met ons eerste pleegkind, dat inmiddels weer bij zijn ouders woont, heeft ze nog steeds contact. Ook bij ons komt hij trouwens nog regelmatig op bezoek.”

Zijn er momenten waarop je denkt: hier had ik nooit aan moeten beginnen?
“Nee, ik kan tot nog toe alle uitdagingen aan. Dat komt, denk ik, omdat het me zo veel voldoening geeft om kinderen uit een tehuis een nieuwe kans te geven.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor.
“Ons tweede pleegkind was ruim twee jaar toen ze bij ons kwam. Ze kon niet lopen, niet praten en niet eten. Ze bewoog de hele tijd met haar hoofd naar voren en naar achteren en zoog daarbij op haar duim. In het kindertehuis had ze in een bedje van 1 bij 1 meter geleefd. Toen ze ons op vierjarige leeftijd verliet om bij haar Amerikaanse adoptiegezin te gaan wonen, sprak ze Bulgaars en een paar woorden Engels. Ze kon zelfstandig naar de wc, kon spelen en tekenen en had geen moeite meer met eten. Haar adoptiemoeder schrijft me nog regelmatig en in elke brief bedankt ze me opnieuw voor alles wat haar dochter bij ons heeft geleerd. Dat maakt me heel gelukkig.” <

 

 


Tags: ,