Eenduidige matchingsmethodiek

Op het Pleegzorgsymposium in Ede werd een workshop gegeven met als titel: Uit het hoofd op papier. Mobiel zocht Marijke Grave op. Zij is matchingsfunctionaris bij Juzt, een van de Brabantse zorgaanbieders pleegzorg en zij verzorgde samen met anderen deze workshop. 

 “In Noord-Brabant hebben we, als matchers van de zorgaanbieders pleegzorg, al tien jaar maandelijks overleg. Die zorgaanbieders zijn De Combinatie Jeugdzorg in Eindhoven, Kompaan en De Bocht in Goirle, Stichting Oosterpoort in Oss en Juzt in Breda. In dat overleg spreken wij over alle zaken die met de matching van pleegkinderen en pleeggezinnen te maken hebben en proberen we iets te betekenen voor elkaars wachtende kinderen. Daardoor kwamen we erachter dat er voor matching geen methodiek is. Ieder werkt op zijn eigen manier en dat speelt zich voornamelijk in het hoofd af. We besloten de krachten en ervaringen te bundelen. Een werkgroep, samengesteld vanuit dat provinciaal overleg, heeft geïnventariseerd wat wij doen en hoe dat tot een methodisch geheel gemaakt kan worden. K2, het Provinciaal Adviesbureau voor Jeugdvraagstukken, kreeg vanuit de provincie opdracht om mee te denken.

Doel
Het doel is een methodiek te ontwikkelen waarmee altijd op dezelfde manier naar een match gekeken kan worden: eenduidig. We zijn begonnen met het verzamelen van de uitgangspunten. Daaruit werd al duidelijk dat iedere zorgaanbieder op andere punten accenten legt, bijvoorbeeld op het leeftijdsverschil tussen de eigen kinderen in het pleeggezin en het pleegkind of op de manier waarop het gezin de kinderopvang gaat regelen. Daarom moet het een methodiek worden waarin ieder zijn eigen accenten kan aanbrengen en die toch eenduidig blijft. De vier Brabantse instellingen werken nu een proefperiode met de conceptmethodiek. In deze proefperiode maken we van iedere match voor langverblijf een matchingsverslag met scores om een lijn te ontdekken. Is een bepaald uitgangspunt leidend in een match? Was dat andere uitgangspunt inderdaad zo belangrijk? Bij een match spelen erg veel factoren mee, het is een ingewikkeld proces. Denk aan geloof en cultuur, normen en waarden, opvoedingsstijl, opvoedervaring.

Aanzet tot actie
Na het vorige symposium in 2010 en de themadag voor matchers in 2011 was het tijd voor de workshop over deze eenduidige matchingsmethodiek: Uit het hoofd op papier. Deze titel wekte de indruk dat de methodiek op papier stond en dat de matchers uit het hele land er zo mee aan de slag konden. Dat kan echter niet zolang we nog bezig zijn met de ontwikkeling ervan en de proefperiode. De workshop was bedoeld als aanzet voor de andere provincies om ook met elkaar aan de slag te gaan: Wat vinden jullie belangrijk? Dat kan sterk verschillen per organisatie. Het matchen is landelijk verschillend georganiseerd: de ene instelling heeft twee matchingsfunctionarissen en de andere instelling heeft er maar een en die heeft dan ook nog allerlei andere taken. De ene instelling werkt met uitgangspunten, zoals stabiliteit van het pleeggezin, leeftijd van de pleegouders en de andere hecht daar geen of weinig waarde aan.

Hoe werkt het?
Als we een match willen maken, beginnen we met het invullen van de beschrijving van het kind en zijn milieu. We nemen daarin de informatie mee vanuit het kennismakingsgesprek dat we hebben gevoerd met ouders. Hierin hebben ze kunnen aangeven wat zij belangrijk vinden. Daarna lopen we de uitgangspunten langs. Niet alle uitgangspunten zijn bij iedere match relevant. We hebben natuurlijk ook het pleegouderverslag van de STAP-training erbij, want bijvoorbeeld de verwachte vaardigheid van pleegouders om met de problematiek van de ouders om te gaan is belangrijk. Als we alle informatie verzameld en ingevuld hebben, beslissen we of we het doen of niet. Soms moeten we concessies doen aan een uitgangspunt. Dat beschrijven we in de matchingsoverwegingen. Daarin zetten we ook eventuele speciale vragen vanuit het kind en vanuit de ouders. We bespreken het hele matchingsverslag met de pleegouders. Dus ook de punten waar we concessies hebben gedaan en of er daarom speciale of extra begeleiding ingezet moet worden, zoals video-interactie-begeleiding.

Wachten op rapport
Alle matchingsverslagen in deze proefperiode gaan geanonimiseerd naar K2. Deze groep bekijkt welke uitgangspunten het belangrijkste blijken te zijn en ontwikkelt een manier van evalueren. Die uitkomsten komen in een rapport dat met de werkgroep besproken wordt. De werkgroep hoopt dat aan het eind van 2012 de eerste resultaten bekend zijn en dat het een methodiek blijkt te zijn die leidt tot een verfijnde match die transparant tot stand gekomen is.”

======
Kader
======

Na het gesprek over de eenduidige matchingsmethodiek nam Mobiel de gelegenheid te baat om Marijke Grave nog meer vragen te stellen over matching.

 Is matching gaten vullen of maatwerk leveren?

“Ik wil altijd graag maatwerk, maar soms is het gaten vullen. Soms kun je niet anders, want dan moet je snel handelen. Eigenlijk heb je 3 of 4 gezinnen nodig voor één match en die gezinnen heb je niet.”

 In vergelijking met netwerk: is matching dan wel zo belangrijk?

“Daarover is in het land veel discussie. Netwerk heeft een andere invalshoek, want daar is een pleegouder emotioneel bij betrokken. In een bestandsgezin moet bij de start van de plaatsing de klik nog ontstaan. Daarom moeten we zorgvuldig matchen. Wij gaan altijd op de laatste STAP-avond de aspirant-pleegouders vertellen hoe matching in zijn werk gaat. Als we het pleegouderverslag binnen hebben, gaan we op kennismakingsbezoek en die gesprekken vinden we erg belangrijk. Het pleegouderverslag krijgt dan een gezicht en we maken afspraken over hoe we het contact zullen onderhouden tijdens de periode van wachten op een plaatsing.”

 Maakt een bijplaatsing bij een ander pleegkind de match extra moeilijk?

“Daar houden we terdege rekening mee, evenals natuurlijk met de eigen kinderen van het gezin. We informeren bij de pleegzorgwerker en eventueel bij de behandelcoördinator. Als we het gezin niet kennen, gaan we eerst op bezoek.”

 Hoeveel inspraak hebben ouders?

“We maken kennis met de ouders en leggen uit dat we willen proberen een samenwerking op gang te krijgen. We praten over hun wensen en aandachtspunten voor het te zoeken pleeggezin en leggen uit dat we proberen hier rekening mee te houden in de match. De ouders kunnen hun rol als opvoeder (tijdelijk) niet uitvoeren, maar blijven wel de ouders en ouders weten vaak heel goed wat voor hun kind belangrijk is. Soms zitten ze vol verzet en krijgen we dit niet van de grond, maar in de meeste gevallen begrijpen de ouders dat wij in de gegeven situatie er toch het beste van proberen te maken. Het is natuurlijk voor het kind van groot belang om te weten dat zijn ouders het goed vinden dat het naar het pleeggezin gaat. Bij crisisplaatsingen is er helaas geen tijd voor deze gesprekken.”

 


Tags: , ,