Drie pleegmoeders vertellen over matching

“Voor onze eerste plaatsing hebben we uitgebreide lijsten ingevuld: wat we wel en niet wilden, onze sterke en zwakke kanten. Ons eerste pleegkind was een superslim kind dat zich daarop liet voorstaan, maar dat op praktisch gebied slecht uit de voeten kon. Dit kind vroeg heel veel aandacht en toen wij graag een bijplaatsing wilden, was de grote vraag wie bij dit kind zou passen. De matchingscommissie kwam met een voorstel: een tweeling die 6 jaar jonger was. Daar hebben we als pleegouders en pleegzorgwerker heel goed over nagedacht en het leek het proberen waard. Het bleek een redelijke keus. Doordat er twee kinderen bijkwamen, veranderde het aandachtvragende gedrag van de eerste enorm. Een 6-jarige tweeling in je gezin geplaatst krijgen is los daarvan wel een ingewikkelde klus. Daar heb ik als pleegmoeder toch te gemakkelijk over gedacht.”
Willeke, pleegmoeder.

“Ons eerste pleegkind was een dikke bruine baby van 6 maanden. We genoten iedere dag van haar. Toen ze net twee jaar was, kwam er een pleegkind bij dat drie jaar was. Zo rustig als het eerste pleegkind was, zo druk was het tweede. Er ging een orkaan door ons huis. Ze liep over de rugleuning van de bank, verstopte zich onder de kledingrekken bij de Hema en praatte de hele dag keihard een onverstaanbare taal. Het was een leuk, maar bewerkelijk kind. We moesten alle zeilen bijzetten om ervoor te zorgen dat het eerste kind niet helemaal in een hoekje gedrukt werd door haar. Bovendien was het onnatuurlijk om er een kind bij te krijgen dat ouder was dan het eerste. Achteraf vinden we het een slechte match en zouden we er nu ‘nee’ tegen zeggen, maar zo wijs waren we toen nog niet en dat is maar goed ook, want ze is ondertussen 23 jaar en we zouden haar voor geen goud willen missen!”
Mariska, pleegmoeder.

“Haar naam was eigenlijk het enige dat duidelijk was toen ze bij ons kwam. Leek zij ons wat? Ze heeft ruim 15 jaar bij ons gewoond en is ook nu nog deel van ons gezin. Helemaal passend zou je denken! We wilden een kind tussen de 4 en 6, schoolgaand. Carola werd zeven toen ze twee weken bij ons was en ze ging tot die tijd halve dagen naar school. Graag een kind zonder een verstandelijke beperking. De achterstand van Carola bleek voort te komen uit een beperking. Het liefst een kind met een eigenheid en eigen wil. Juist deze eigenschappen ontbraken bij haar. Haar eigenheid bestond alleen uit het kopiëren van gedrag en een eigen wil heeft ze niet; dat wat een ander zegt is ook haar mening. Liegen was voor ons op voorhand moeilijk gedrag. Daar hebben we mee moeten leren omgaan, want zelfs als de verf nat op haar kleren zat, had zij er nog niets mee te maken. Omdat zij ons eerste pleegkind was, koos de voorziening voor een ‘gemakkelijk’ kind, maar dat viel tegen. We hebben behoorlijk wat strijd moeten leveren. Of het gelukt is dankzij of ondanks de matching weet ik niet, maar ze hoort al heel lang bij ons en zal wat ons betreft altijd een onderdeel zijn van ons gezin.”
Maureen, pleegmoeder.


Tags: , ,