Welke begeleidingsmethode past?

Herkent u dat? U zou graag meer begeleiding willen in de opvoeding van uw pleegkind(eren), maar u heeft geen idee welke methode daarbij past. Om u een beetje op weg te helpen, zijn hier-onder zes methodes beschreven voor pleegouders met pleegkinderen van vier tot dertien jaar. Dit artikel is onderdeel van een afstudeeronderzoek bij Mobiel. De auteurs werkten hierbij samen met Pactum Jeugd- en opvoedhulp, Stichting Jeugdformaat en Stichting Oosterpoort.

Video Interactie Begeleiding (VIB)
De wortels van VIB liggen in de hulpverlening. De methode ontstond in de jaren ’70. Door analyse van de communicatie tussen ouders en kind in niet-problematische situaties kwam men tot een aantal basisprincipes voor interactie. Wanneer deze elementen in het contact aanwezig waren, was er sprake van geslaagde communicatie. Deze kennis bleek bruikbaar in gezinnen met problemen. (Pleeg)ouders kijken naar hun gedrag en leren zo hun mogelijkheden weer kennen. De VIB’er maakt opnames van vijf tot tien minuten en analyseert deze. Hij kijkt naar de capaci-teiten van (pleeg)ouders en stelt een plan op. De (pleeg)ouders krijgen videofeedback en een huiswerkopdracht. Meestal vinden een week daarna nieuwe opnames plaats en kijkt de VIB’er, samen met (pleeg)ouders, of verandering in de interactie met het kind heeft plaatsgevonden. Ervaring leert dat drie á vier sessies nodig zijn om tot een oplossing te komen.NOOT3

Gezin Centraal (GC)
GC is bedoeld voor (pleeg)gezinnen met kinderen van zes tot veertien jaar, met hulpvragen op het gebied van opvoeding, functioneren van (pleeg)ouders, gedragsproblemen bij kinderen of omstandigheden rond het gezin of het sociale netwerk. Hoofddoel is het bevorderen van ‘empo-werment’ of het vergroten van zelfsturing, zodat (pleeg)gezinnen zelf een bijdrage kunnen leve-ren aan de oplossing voor hun problemen. GC is gebaseerd op de systeem- en oplossingsgerichte benadering. De methode is ontwikkeld door jeugdhulpverleningsinstelling Cardea in samenwer-king met Universiteit Leiden. Het hulpverleningstraject bestaat uit drie fasen. De startfase duurt maximaal zes weken. Het gezin maakt kennis met de Intensieve Gezinsbegeleider (IGB’er). Deze maakt een competentieanalyse, netwerkanalyse en interactieanalyse. Vervolgens stelt de IGB’er hoofddoelen op en begint de veranderingsfase. Dan zet de IGB’er een hulpverleningstraject in, dat afgestemd is op de doelen en werkpunten. In de afrondingsfase wordt het hulpverleningstraject geëvalueerd. GC duurt gemiddeld tien tot twaalf maanden.NOOT4

Positief Pedagogisch Programma (Triple P)
Triple P ontstond eind jaren ’70 in Australië onder de naam ‘Positive Parenting Program’ en is opgezet als preventief opvoedingsprogramma. Doel is om problemen op het gebied van gedrag of sociaal-emotionele ontwikkeling te voorkomen door positief ouderschapNOOT5. Triple P is breed inzetbaar. Dit komt voornamelijk doordat de begeleiding is onderverdeeld in vijf niveaus. Deze niveaus richten zich onder andere op voorlichting, advies bij specifieke zorgen en onder-steuning bij gedrags- en opvoedingsproblemen.

Triple P is bedoeld voor (pleeg)ouders met kinderen van nul tot zeventien jaar en richt zich vooral op zelfredzaamheid en tevredenheid van (pleeg)ouders. Er zijn studies verricht naar de effectiviteit van Triple P die een afname aantonen in gedragsproblemen.NOOT8 In evaluaties gaven (pleeg)ouders dit ook aan.

Parent Management Training Oregon (PMTO)
In 2005 is PMTO op initiatief van prof. dr. Corine de Ruiter naar Nederland gehaald. De begelei-dingsmethode komt oorspronkelijk uit Amerika en is gebaseerd op het ‘Social Interactional Le-arning Model’ van Gerald Patterson. (Pleeg)ouders met kinderen in de leeftijd van vier tot dertien jaar die naar buiten gericht probleemgedrag vertonen, zoals agressie, liegen en stelen, vallen onder de doelgroep. Doel is dat (pleeg)ouders zich competenter voelen in de opvoeding door effectieve opvoedstrategieën aan te leren. Een therapeut ondersteunt (pleeg)ouders wekelijks, waarbij hij probeert hun opvoedvaardigheden te bevorderen. Dit voorkomt stresssituaties bij (pleeg)ouders en kinderen. De begeleiding is intensief en duurt zes tot tien maanden met een maximum van 35 sessies. Op dit moment loopt in Nederland een onderzoek naar de effectiviteit van PMTO. Daar zijn nog geen resultaten van bekend. In Amerika zijn de onderzoeken al afge-rond. Deze tonen aan dat (pleeg)ouders het gedrag van kinderen beter kunnen sturen en dat gedragsproblemen verminderen.

Familie Netwerk Beraad (FNB)
FNB is gebaseerd op het gedachtegoed van de Maori’s, de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland. In 1996 introduceerde Murray RyburnNOOT1 dit gedachtegoed tijdens de Family Group Conferences. Riet Portengen raakte geïnspireerd en ontwikkelde de Sociale Netwerkstrategie. FNB is hier onderdeel van. De methode kan een oplossing zijn voor (pleeg)gezinnen waarin de veiligheid van kinderen in het gedrang komt. Het sociale netwerk (ouders, verzorgers en andere belangrijke betrokkenen) brengt de gezinssituatie in kaart. FNB gaat uit van de kracht van het sociale netwerk. Het beraad bestaat uit drie fasen en wordt gecoördineerd door een ge-spreksleider. In de eerste fase vindt informatie-uitwisseling plaats. De coördinator geeft infor-matie die belangrijk is voor het opstellen van een plan. Het sociale netwerk zorgt dat ze over alle relevante informatie beschikt en stelt in de tweede fase een plan op. In de derde fase presenteert het sociale netwerk het plan aan de coördinator. Hij kan beoordelen of aan alles gedacht is.NOOT2 Het sociale netwerk komt hierna nog regelmatig bijeen om de voortgang van het plan te bespreken en eventueel aanpassingen te maken.

Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI)
PPI is ontwikkeld voor pleegouders met pleegkinderen tot vijf jaar. Hoofddoel is om hun relatie te verbeteren. Daarnaast leren pleegkinderen om te gaan met stresssituaties en emoties. Er vin-den zes sessies plaats. Elke sessie richt zich op een vaardigheid (observeren, troosten, kalmeren, helpen en samenwerken). Deze vaardigheden zijn belangrijk in de relatie met het pleegkind. Een sessie bevat vaste elementen: huiswerk, psycho-educatie, mindfulness en videofeedback. De focus ligt op gevoel, beleving en observatievermogen van pleegouders. De relatie tussen pleeg-ouders en pleegkind is van groot belang om voortijdig afgebroken pleegzorgplaatsingen te voor-komen. Er wordt onderzoek gedaan naar de effecten van PPI op de relatie tussen pleegouder en pleegkind. Dit onderzoek is opgezet door kinderpsychiater Hans van Andel. De resultaten zijn nog niet bekend.

NOOT1 M. Sijben & R. Moonen (2009). Sociale Netwerkstrategieën. Coaching in het sociale net-werk als bron voor oplossing en ondersteuning. Tijdschrift voor Coaching, 6 (2), 54-57.
NOOT2 M. Möhle & P. van Katwijk (2010). Centra voor Jeugd en Gezin en de kracht van het socia-le netwerk. Notitie expertisecentrum voor jeugd, samenleving en opvoeding.
NOOT3 A. de Groot-Bos (2007). Video Interactie Begeleiding.
NOOT4 Nederlands Jeugd Instituut. (2007). Gezin Centraal.
NOOT5 P. Speetjens e.a. (2007). Het fundament van Triple P. Theoretische onderbouwing en onderzoek. Jeugd en Co Kennis, 1.
NOOT6 M.R. Sanders e.a. (2003). Theoretical, Scientific and Clinical Foundations of the Triple P‐Positive Parenting Program: A Population Approach to the Promotion of Parenting Competence.

Anneke Hooijer en Daniëlle Coenraats-Winterberg

 


Tags: , ,