U weet waar u over praat!

In het vorige artikel heeft u kunnen lezen over zes begeleidingsmethodes. In het kader van hun afstudeeronderzoek hebben de auteurs een enquête over begeleidingsmethodes afgenomen onder pleegouders van Pactum Jeugd- en opvoedhulp en Stichting Oosterpoort. Hieruit bleek dat pleegouders meer willen weten over Gezin Centraal (GC), Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) en Parent Management Training Oregon (PMTO). Ook werden medewerkers van genoemde pleegzorgorganisaties geïnterviewd over begeleidingsmethodes.

Kinderen die uithuis zijn geplaatst, kampen vaak met problemen op het gebied van gedrag of sociaal-emotionele ontwikkeling. Voor pleegouders is het frustrerend als ze niet weten hoe ze hiermee om kunnen gaan. Begeleiding voor pleegouders mag dus niet ontbreken. Reguliere pleegzorgbegeleiding is soms niet specifiek genoeg. Een gerichte begeleidingsmethode kan dan uitkomst bieden.

Voortijdig afgebroken plaatsing
Wanneer u als pleegouder bent aangesloten bij een pleegzorgorganisatie, krijgt u een pleegzorgwerker toegewezen. Deze zorgt voor reguliere pleegzorgbegeleiding, die zich vooral richt op de relatie tussen pleegouders, pleegkinderen en kinderen van pleegouders. Daarnaast helpt de pleegzorgwerker bij praktische problemen, contacten met ouders of conflicten. Relatieontwikkeling met pleegkinderen komt vaak op de tweede plaats. Soms is deze relatie niet goed, met een voortijdig afgebroken plaatsing tot gevolg.

In Nederland wordt ongeveer 30 procent van de pleegzorgplaatsingen voortijdig beëindigd. Pactum Jeugd- en opvoedhulp en Stichting Oosterpoort willen dit voorkomen. Meta Oostrom, supervisor PMTO-team binnen Pactum Jeugd- en opvoedhulp, zegt: “Wanneer een pleegkind meerdere afgebroken plaatsingen heeft meegemaakt, is de kans groot dat probleemgedrag zich herhaalt. Om een plaatsing succesvol te laten verlopen, bespreken we met pleegouders om meteen PMTO in te zetten.” PMTO is een intensieve begeleidingsmethode die zich richt op naar buiten gericht probleemgedrag, zoals agressie, liegen en stelen. De pleegzorgorganisatie kiest ook voor PMTO, omdat het een praktische methode is. Situaties worden geoefend met rollenspellen. “Veel pleegouders ervaren dit als positief. Ze doen concrete vaardigheden op die meteen toepasbaar zijn in de praktijk”, zegt pleegzorgwerker Tamar Jansen.

Stress en hechtingsproblematiek
Niet alleen naar buiten gericht probleemgedrag is een criterium om een begeleidingsmethode in te zetten, maar ook stress en hechtingsproblematiek. In dit geval kan PPI geschikt zijn. Deze methode is gericht op gehechtheidsrelaties en vermindering van stress bij jonge pleegkinderen. “Kinderen hebben veel meer stress dan pleegouders denken”, zegt Nel Govers, pleegzorgwerker binnen Stichting Oosterpoort. Vanaf 2009 wordt PPI door Stichting Oosterpoort gebruikt. “Goede begeleiding met betrekking tot hechtingsproblematiek is belangrijk”, vindt behandelcoördinator Gé Haans. Toch wordt de methode nog niet veel ingezet binnen pleeggezinnen, omdat deze vrij nieuw is. Op dit moment vindt een pilotonderzoek plaats. Pleeggezinnen waarbij PPI wordt ingezet, krijgen een voor- en nameting. Eind 2012 worden de resultaten van het onderzoek bekend gemaakt. De eerste resultaten zijn veelbelovend. Een medewerker van het Dimence Infant Mental Health team zegt: “De klinische ervaring is positief. Pleegzorgwerkers rapporteren dat PPI verdieping geeft in hun werk.” Dit beaamt Nel Govers: “De methode werkt met psycho-educatie, videofeedback, huiswerk en observatieopdrachten. Ik vind haar heel werkbaar, ook omdat de methode het proces van pleegouders meeneemt. Het pleegkind gaat een proces in als het in een pleeggezin terecht komt, maar ook pleegouders zitten in een belangrijk proces.” Verder stelt het Dimence Infant Mental Health team vast: “Pleegouders rapporteren dat ze anders naar hun pleegkind kijken en minder handelingsverlegen zijn.”

Lichte opvoedvragen
Pleegouders kunnen ook kampen met lichte opvoedvragen of gedragsproblemen van hun pleegkind(eren). In dat geval kan GC helpen. Naast de reguliere begeleiding wordt gekeken welke extra interventies in het pleeggezin mogelijk zijn. De interventies zijn afhankelijk van de ernst van de situatie en de hulpvraag. “GC is een methode vol elementen die aan andere begeleidingsmethodes te koppelen zijn. Zo wordt GC vaak gecombineerd met Triple P. Een pleegzorgwerker kijkt per gezin welke hulp nodig is”, aldus Gé Haans.

Volgens het NJi (Nederlands Jeugdinstituut) is het doel om de problematiek tot een aanvaardbare oplossing te brengen door ‘empowerment’ van het gezin of door het stimuleren van zelfsturing. Alle pleegzorgwerkers van Stichting Oosterpoort zijn geschoold in GC. “Wij zien GC niet echt als methodiek, maar als een manier van werken. Het is een basis die iedere pleegzorgwerker in zich moet hebben”, zegt Gé Haans. Van oorsprong is de methode gericht op ambulante hulpverlening, maar ze is ook toepasbaar in pleeggezinnen. GC is verklaard tot effectieve jeugdinterventie. Naar verwachting worden PPI en PMTO ook wetenschappelijk effectief bewezen verklaard na afronding van de onderzoeken.

Communicatie
Volgens beide pleegzorgorganisaties is communicatie belangrijk, wil de begeleidingsmethode slagen. “We hebben bij PMTO wekelijks contact met pleegouders, dat is onderdeel van de begeleiding”, zegt Meta Oostrom. “We overleggen ook met pleegouders als we de methode gaan inzetten. Samen maak je de puzzel.” Uit de enquête onder pleegouders van de twee pleegzorgorganisaties blijkt dat ruim 10 procent van de respondenten aangeeft dat zij geen invloed hebben op de keuze voor het inzetten van een begeleidingsmethode. Dit is opvallend, aangezien de organisaties aangeven altijd goed te communiceren met pleegouders. Daarnaast geeft 24 procent van de pleegouders aan dat zij graag in aanmerking willen komen voor meer begeleiding. Volgens Nel Govers speelt tijd hierin een grote rol: “Dit is heel arbeidsintensief. We hebben vaak te weinig tijd om methodieken in te zetten. Dat is zeker jammer, want als we meer zouden willen, is daar weinig ruimte voor. Een begeleidingsmethode is op dit moment iets wat je extra doet.” Tamar Jansen zegt over de tijdsinvestering: “Meer indien nodig, maar minder als het kan.”

Verwachtingen
Begeleidingsmethodes worden pas ingezet op het moment dat zich problemen voordoen in het pleeggezin. In eerste instantie kijken Pactum Jeugd- en opvoedhulp en Stichting Oosterpoort naar hun eigen aanbod op het gebied van begeleidingsmethodes, maar ze hebben ook externe samenwerkingspartners. Stichting Oosterpoort geeft aan dat zij ook samen met pleegouders naar het aanbod kijken als extra begeleiding nodig is. Als pleegouders zelf met een voorstel komen, kijken de pleegzorgorganisaties hoe zij hen hierin kunnen ondersteunen.

Uit het afstudeeronderzoek blijkt dat pleegouders andere verwachtingen hebben ten aanzien van de communicatie met pleegzorgorganisaties. Ze zijn geïnteresseerd in mogelijkheden tot begeleiding. Dit geldt ook wanneer zij (nog) geen problemen met hun pleegkinderen ervaren. Pleegzorgorganisaties zullen dus meer rekening moeten houden met behoeften en wensen van pleegouders. “We vinden pleegouders heel belangrijk en willen daar ook graag in investeren”, aldus Meta Oostrom. Gé Haans zegt: “Pleegouders zijn onze belangrijkste samenwerkingspartners.”

Als u meer wilt weten over specifieke begeleidingsmethodes, neem dan zelf het initiatief. Wanneer u denkt dat een begeleidingsmethode kan aansluiten binnen uw pleeggezin, praat hier dan over met uw pleegzorgwerker. Schroom niet, er is vaak meer mogelijk dan u denkt!

Anneke Hooijer en Daniëlle Coenraats-Winterberg


Tags: , ,