Thema: Opvoeden plus

Het opvoeden van een pleegkind vraagt soms extra steun en begeleiding. Steeds vaker worden speciale ondersteuningsprogramma’s ingezet, doordachte methodes die wetenschappelijk worden onderzocht. Het in huis hebben van methodes geeft pleegzorgwerkers een extra instrument in handen, kan duiden op professionaliteit en helpen bij het verkrijgen van subsidies.

Toch is het goed je te realiseren dat de uitkomst van hulpverlening slechts voor een klein deel wordt bepaald door een methode. Van Yperen NOOT1 heeft het over een percentage van 15 procent. Even groot is het percentage van het placebo-effect (hoop en verwachting dat de therapie gaat werken). Belangrijkere componenten van succesvolle hulpverlening zijn cliënt- en omgevingsfactoren (40 procent) en relatiefactoren met de hulpverlener (30 procent). Deze algemeen geaccepteerde verdeling geeft aan dat wat werkt in de hulpverlening grotendeels wordt bepaald door andere factoren dan de ingezette methodiek. Dat relativeert de noodzaak om alles te weten over methodes waaruit we kunnen kiezen.

Dit thema gaat over begeleidingsmethodes. Anneke Hooyer en Daniëlle Coenraats-Winterberg hebben voor Mobiel onderzoek gedaan en ze beschrijven de resultaten. Het thema sluit af met het verhaal van Johan. Zijn pleegouders zoeken al elf jaar naar wat voor hem werkt. Ze hebben, met veel inzet, zelf hun weg gevonden met dit kind, zonder speciale begeleidingsmethodes.

NOOT1 Zorgen dat het werkt, werkzame factoren in de zorg voor de jeugd, Huub Pijnenburg (red.), Tom van Yperen e.a.

Lees hier alle artikelen uit het thema ‘Opvoeden plus’.


Tags: , ,