Pleegkast

Mijn vriendin Carla, ook pleegmoeder, komt enthousiast naar me toe. “Morgen komt Sarif kennismaken.” Ooit zei ze tegen de voogd van een van haar pleegkinderen: “Je mag me altijd bellen als er ergens nood is.” Dat heeft hij natuurlijk ook gedaan. Het gaat om een tijdelijke plaatsing in een vakantie. Zonder een moment van aarzeling reageerde Carla: “Ja natuurlijk, laat maar komen!” Er wonen al vier pleegkinderen bij haar en haar man.

Ik ben samen met Carla enthousiast over dit avontuur. Hoe zal het gaan en hoe zullen de kinderen reageren? Als ik naar huis loop, merk ik dat ik wat humeurig ben. Deze ruimte kan ik zelf niet meer bieden, wat jammer… Het avontuur van een nieuwe kennismaking lokt mij ook.

Diezelfde avond brengt een vriend van ons een ouderwetse kast. De kast zal voor onbepaalde tijd onze kamer sieren. Jordi, een verlegen blonde jongen van vijftien, komt mee om de kast te sjouwen. De ouders van Jordi zijn gestorven. Hij woont nu twee weken bij onze vrienden en heeft zoveel mogelijk spullen daarheen verhuisd. De kast paste echter niet meer in hun huis, ook niet op het piepkleine kamertje van Jordi. Die kast komt uit het huis van zijn moeder en hij kan er geen afscheid van nemen. Als hij later zelfstandig gaat wonen, wil hij die kast zo graag meenemen.

Zonder aarzelen bieden wij aan om de kast zolang in ons huis te plaatsen. “Laat maar komen!” Daar staat hij dan: onze ‘pleegkast’. Hiervoor hebben wij wel nog ruimte.

 


Tags: ,