Wie zorgt er voor de kinderen?

“Vooral geen jeugdzorg!” Een kreet die je misschien verwacht van een moeder met problemen die haar kind dreigt kwijt te raken, maar dit zegt Lea Bouwmeester, Tweede Kamerlid voor de PvdA. Binnen de fractie is zij onder meer verantwoordelijk voor Zorg, Jongerenbeleid en Jeugd GGZ. De afgelopen maanden was ze in het nieuws met twee initiatiefnota’s.
De rode lijn: Zorg dat het kind niet de dupe wordt van de problemen van ouders.

Ze schreef een nota voor de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie met een pleidooi om de zorg voor kinderen van gedetineerde ouders te verbeteren en is bezig met een nota waarin ze pleit voor betere hulp voor kinderen van patiënten met psychische problemen. Volgens haar zijn jeugdzorg of pleegzorg niet de oplossing, maar een laatste redmiddel voor deze kinderen.

Kinderen van de rekening
“Kinderen worden te vaak de dupe van de problemen van hun ouders”, zegt Bouwmeester. “Instanties zijn vaak bureaucratisch en gericht op regels en wetten. Er is soms te weinig oog voor de mens en voor de gevolgen van het strak vasthouden aan regels en voorschriften.” Om te toetsen of de overheid ook snel en flexibel kan inspringen op een nood¬situatie, deed Bouwmeester zich voor als moeder die de gevangenis in moest. Ze belde zo’n zestig ge¬meenten op. “Hallo, met Chantal. Ik moet vier maanden de gevangenis in, maar ik heb kinderen. Ze kunnen een paar dagen bij de buurman logeren. Kunnen jullie mij en mijn kinderen helpen?”
De resultaten waren schokkend. Van alle gemeenten bood alleen Eindhoven meteen hulp aan. Een gemeente zei: “De kermis is er, dan hebben we andere dingen aan ons hoofd” of “Belt u maar terug wanneer het echt misgaat.” De andere gemeenten verwezen haar naar Bureau Jeugdzorg. “Veel moeders willen dat juist niet, uit angst om hun kinderen kwijt te raken”, zegt Bouwmeester. In haar initiatiefnota pleit Bouwmeester ervoor dat de zorg voor kinderen van gedetineerden wordt verbeterd. “Er moet meer samenhang komen en zorg op maat voor de kinderen en hun gedetineerde ouder.” Jeugdzorg is hiervoor niet de aangewezen instantie, denkt Bouwmeester. “Jeugdzorg is te bureaucratisch en te veel ingericht op kinderen en jongeren met probleemgedrag. Het gaat hier om kinderen die problemen hebben, maar (nog) geen problemen veroorzaken.

Officieel moeten ouders aankloppen bij de gemeente of preciezer: bij de Centra voor Jeugd en Gezin, maar veel mensen en ook instanties weten dit niet. Bouwmeester hoopt dat hierin snel verandering komt. “Gezinnen met problemen moeten snel hulp op maat krijgen, zonder dat ze bang hoeven te zijn dat Bureau Jeugdzorg een kind weghaalt als het even niet gaat.”

Vaste gezinscoördinator
Het Kamerlid ziet meer heil in een rol voor een vaste gezinscoördinator die een gezin en de kinderen begeleidt en in kleinschalige projecten als van Humanitas ‘Wie let er op de kleintjes?’.

Vrijwilligers van Humanitas helpen en begeleiden gedetineerde moeders en hun kinderen. Bouwmeester: “Kinderen van wie de moeder in de gevangenis zit, lijden daar vaak zwaar onder. Voor sommige kinderen is het trauma zelfs groter dan bij een echtscheiding of het overlijden van een ouder, blijkt uit onderzoek.” Het PvdA-kamerlid snapt niet dat moeders in Nederland die de gevangenis in moeten, nergens terecht kunnen wanneer ze de opvang van hun kind willen regelen. Uit onderzoek van de Vrije Universiteit in Amsterdam blijkt hoe belangrijk ouder-kindrelaties zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat, hoe minder hecht de moeder-dochterband is, hoe groter de kans wordt dat het meisje steelt, gewelddadig wordt of dingen vernielt.(1)

Over het hoofd gezien
“Ook familieleden en kinderen van psychiatrische patiënten worden vaak over het hoofd gezien”, vertelt Bouwmeester. “Bij de behandeling van de patiënt is er vaak geen aandacht en hulp voor de kinderen, die achterblijven met vragen, angst of een schuldgevoel. Kinderen waarvan de ouders psychisch ziek of verslaafd zijn, zijn namelijk kwetsbaar. Ze zijn zorgzaam voor de ouder, terwijl het andersom hoort te zijn.” Het Kamerlid maakt zich grote zorgen over de gevolgen hiervan voor de kinderen. Ze wil dat bij de opname van een patiënt in een GGZ-instelling meteen gekeken wordt naar de gezinssamenstelling en dat onderzocht wordt op welke manier de kinderen ondersteund kunnen worden. Nu gebeurt dat niet of nauwelijks.

Volgens Bouwmeester en het Landelijke Platform GGZ hebben maar drie van de zestig grootste zorginstellingen het familiebeleid op orde. En dat terwijl de impact van een opname op kinderen enorm is. Door de bezuinigingen in de gezondheidszorg stoppen speciale hulpgroepen voor kinderen.

Bouwmeester vindt dit een slechte ontwikkeling, want één op de drie familieleden van een psychiatrische patiënt moet uiteindelijk zelf ook behandeld worden, blijkt uit onderzoek van de GGZ. Een reden te meer om de kinderen preventief al de hulp en steun te geven waardoor ze later minder of geen problemen krijgen.

Voorkomen is beter dan genezen
Bouwmeester pleit er daarom voor dat de zorg voor kinderen van ouders met problemen beter wordt georganiseerd. Er moet standaard een ‘kindcheck’ komen wanneer een ouder wordt opgenomen in een instelling of opgesloten in de gevangenis. Als er kinderen zijn, dan moet een gezinscoach worden aangesteld die zich inzet voor het welzijn van de kinderen en het gezin. Dit moet echter niet door Bureaus Jeugdzorg gebeuren. “Jeugdzorg is te beladen, te ‘geïndiceerd’ en vaak te laat,” zegt Bouwmeester. “Veel ouders zijn bang voor de bemoeizucht en de macht van Bureau Jeugdzorg. De ervaringen met en verhalen over zijn vaak negatief. Daarom moet er niet eerst naar jeugdzorg of pleegzorg gekeken worden voor oplossingen.”

Zij pleit ervoor dat er eerst gezocht wordt naar een kleinschalige oplossing op maat. Bouwmeester wil voorkomen dat gezinnen nog meer in de nesten komen te zitten. “Als een ouder problemen heeft, is dat al zwaar genoeg voor een kind. Dan moeten problemen niet nog eens verergerd worden doordat instanties als gemeente, Bureau Jeugdzorg of GGZ ook nog eens vasthouden aan regels, protocollen en voorschriften.”

 

(1) ‘Girl delinquency. A study on sex differences in (risk factors for) delinquency’. Promotie-onderzoek; Thessa Wong (Vrije Universiteit Amsterdam, april 2012)

 


Tags: ,