‘We hebben de gebruiksaanwijzing gevonden’

Wim en Janny zijn al dertig jaar pleeggezin en gezinshuisouders. Zes jaar geleden kregen ze de vraag of ze Japie van net tien weken oud, een week te logeren konden hebben. Het voor hem bestemde pleeggezin ging een week op een al eerder geplande vakantie en met een baby’tje zou dat niet gaan.

Hun zoon Thijs zei nog: “Mam, een weekje, dat geloof je toch niet?” Janny’s reactie was: “Nee echt, het gaat maar om een week.” Thijs kreeg gelijk, de beoogde pleegouders trokken zich terug en de vraag kwam of Japie nog even kon blijven. “Bij aankomst zat hij onder het eczeem”, vertelt Janny. “Je kon het zo van zijn huidje schrapen, maar na lang, intensief zalven en smeren was hij schoon. Dat zalven moet trouwens nog steeds dagelijks.”

Extreem lichtgevoelig
Korte tijd erna kwam Janny tot de conclusie dat het wel raar was dat Japie bij de drogist altijd heftig huilde. Ook had hij last van rode oogjes. Onderzoek wees uit dat hij extreem lichtgevoelig is. De halogeenverlichting bij de drogist deed hem letterlijk pijn. Japie loopt nu altijd met een meekleurende zonnebril en een petje met klep. Die zomer bleek hij overgevoelig voor zonlicht, hoewel hij van nature een kleurtje heeft. Ieder voorjaar moet hij weer enorm wennen aan het licht en dat is ook bij sneeuw het geval.

Alles volgens schema
Inmiddels is duidelijk dat Japie bij Wim en Janny blijft. Hij is aan hen gehecht en voelt zich op zijn manier thuis. Japie gaat in België naar school, omdat hij autistisch is. Wim en Janny wonen vlakbij de grens en het Belgische systeem biedt meer verfijning dan het Nederlandse. Het bevalt prima. De school is eenvoudig, maar warm. Er is een uitgebreide staf die samen met de pleegouders zoekt naar een goede benaderingswijze en gebruiksaanwijzing voor Japie. Het jongetje leeft geïsoleerd en is angstig voor het onbekende. Alles moet precies volgens schema gebeuren, anders loopt hij helemaal vast. Hij claimt de juf, speelt niet met klasgenootjes en praat ook niet met hen. Janny: “Pas kwam hij thuis met het verhaal dat hij zo geplaagd werd. De kinderen hadden gezegd dat hij dood was. Navraag op school leerde dat een van de kinderen ooit had gehoord dat je, als je dood bent, niet meer kunt praten. Voor dit kind was het helder: Japie praat niet, dus hij is dood…”

Allergie
Thuis is Japie heel bepalend en regelend. Een ander probleem is, dat hij allergisch is voor noten, aardbeien, eieren, kiwi’s, soja en mogelijk nog meer. Hij weigert al jaren vast voedsel te eten en leeft op sondevoeding die hij drinkt. Elke dag maakt Janny een speciale, vaste maaltijd voor hem, die ze op zijn bordje schept en na een half uurtje onaangeroerd laat verdwijnen. Janny: “Japie weigert mogelijk vanuit de ervaring dat hij ziek wordt als hij eet. Hij krijgt er buikpijn van. Toch moet hij weten dat hij ooit vast voedsel gaat eten. Als ik niet volhoud, zal hij het nooit proberen. Dat is ook het nare. Soms wil hij iets in zijn mond stoppen, maar dan moet ik eerst controleren of hij het wel mag vanwege zijn allergie. Dat stimuleert natuurlijk ook niet om te eten. Sinds kort eet hij wel eens bij de grote M. Drie frietjes vindt hij echt een feest….”

Gebruiksaanwijzing
“We zouden niet zonder Japie willen”, vertellen Wim en Janny. Wim: “Natuurlijk is het een kind dat veel vraagt en heel boos kan worden, maar zijn gedrag is met medicatie hanteerbaar. We hebben de gebruiksaanwijzing gevonden. Hij is gelukkig met wat touw en planken, weet veel over scheepsbouw, kan daar beeldend over vertellen en slaat ook alle informatie op. Scheepsbouw is een fascinatie, maar hij brengt het leuk en we hebben er contact door. We zien ook vooruitgang in zijn gedrag. Japie speelt nu alleen in de tuin, vorig jaar moesten we erbij zitten.” Jarenlang viel Japie alleen in slaap als Wim naast hem zat. Toen hij in België naar school ging, zei Janny: “In België doen ze dat niet, daar gaan alle kindjes alleen slapen.” Zo gezegd zo gedaan. Weer was een gewoonte doorbroken en Japie ging heerlijk slapen. Janny: “Het is ook een manier van denken. Je moet hem een beetje aanvoelen en dan lukt het wel.” Wim: “We hebben iets met hem. Hij is zo’n lieve jongen en die willen we echt niet missen.” De kans dat Japie ooit zelfstandig zal wonen, lijkt minimaal. Zijn pleegouders: “We zien wel, er blijven hier wel meer kinderen langer hangen…”

 


Tags: , ,