Pubers

Pubers, die houden mij op dit moment bezig. Niet dat ik hen zelf in huis heb, maar mijn case-load zit er vol mee. Het lijkt wel of pubers vaker nieuw instromen in pleegzorg. Opgevangen door gezinnen uit hun netwerk: veelal nieuwe netwerkpleegouders zonder voorbereiding. Het kind dat in het pleeggezin komt, is al gevormd, heeft een verleden en is vaak afkomstig uit een gezin waar ‘het niet meer ging’. Vaak ging het dan al veel langer niet goed meer.

Op een dag is het genoeg voor de puber en neemt hij of zij de benen naar oma, tante, vriendin of een regulier pleeggezin. De moed die dat vraagt van kinderen, om uit hun oude systeem te stappen en een nieuwe stap te maken, daar heb ik bewondering voor. Als ik het er met hen over heb, zijn het net volwassenen. Ze weten vaak zo goed hoe het in elkaar zit, waarom het fout is gegaan en wat ze willen. Een meisje zei: “Ik ervaar nu hoe het is om te leven in een onbezorgd gezin. Ik geniet van dit gezin en voel me heel schuldig dat ik er zo van geniet, terwijl mijn zusje en broertjes nog in de shit zitten.”

Een puber heeft als ontwikkelingstaak om de eigen identiteit te ontwikkelen, los van de ouder te komen. Voor de pleegpuber is dit een heel moeilijke opdracht. Wie ben ik? Lijk ik op mijn moeder? Wie zijn mijn vrienden? Mag ik er zijn? Kun je wel echt gaan puberen bij ‘vreemde’ mensen? Onder een dikke laag make-up en een heel stoere houding leven deze vragen. Er zijn pubers bij die zich keurig aanpassen aan het pleeggezin en er zijn pleegpubers bij die zich van niets of niemand iets aantrekken. Bij een aantal pubers uit mijn case-load heb ik om verschillende redenen niet veel vertrouwen dat het goed komt. Met het overgrote deel van de pubers waar ik mee te maken heb, komt het wel goed. Er wordt met hen gepraat aan de keukentafel.

 


Tags: ,