Pleegzorgsymposium 2012: Een kleurrijk palet

Op 12 juni vond in Ede de vijfde editie van het landelijke pleegzorgsymposium plaats, met als titel: ‘Pleegzorgpalet – De bron van veelzijdigheid’. Het symposium vierde het eerste lustrum met een kleurrijk overzicht van de actuele stand van zaken in pleegzorg. De 650 deelnemers bezochten ruim 32 programmaonderdelen. Jammer was dat maar 85 pleegouders op het symposium waren afgekomen. Voor alle pleegouders die er niet bij waren, doen wij een greep uit het programma.

Ook Martine Delfos merkte in haar lezing ‘Pleegzorg! Belangrijker dan ooit’ op dat het aantal pleegouders onder de deelnemers klein was. “Zij zijn degenen die pleegzorg aanbieden, die relaties aangaan met pleegkinderen.” Delfos is biopsycholoog en werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker, therapeut, docent en schrijfster. Ze gaf aan dat de professionalisering in pleegzorg de afgelopen jaren is toegenomen, maar dat ook de bureaucratie en de complexiteit zijn vergroot. “Kijk en luister naar kinderen en jongeren: het gaat om hen”, wilde ze haar toehoorders meegeven. Ze demonstreerde hoe belangrijk het is om signalen van kinderen goed te interpreteren. Ze toonde een onderzoekssetting waarin de onderzoeker reacties van een baby uitlegt. De onderzoeker vertelt hoe het kindje zich afwendt van moeder als moeder niet meer reageert. Delfos verklaarde het gedrag van de baby echter geheel anders. Het kindje wendt zich namelijk naar de camera. Dat is het vreemde in de situatie, waardoor moeder ook anders doet dan normaal. Haar verklaring voor de interactie tussen moeder en kind en de reacties van de baby waren illustratief voor hoe verschillend naar een kind kan worden gekeken.

Een nieuw kind in huis
Tijdens het symposium was er veel aandacht voor de komst van een nieuw pleegkind. Pleegouders die een jong kind in huis krijgen, steken de eerste maanden vaak meer energie in de verzorging van het kind, dan in het opbouwen van een relatie. Dit was een van de conclusies van een onderzoek naar de methode PPI (Pleegouder Pleegkind Interventie) door Dimence GGZ. In zijn presentatie vertelde kinder- en jeugdpsychiater Hans van Andel over de ervaringen met deze nieuwe methode bij de eerste 45 kinderen. Uit onderzoek is bekend dat angstgevoelens bij jonge pleegkinderen, veroorzaakt door het verlies van de primaire opvoeder, vaak onzichtbaar blijven. Het kind laat aanpassend gedrag zien, waardoor pleegouders de onderlinge angst- en stressgevoelens niet waarnemen. Door middel van gesprekken, huiswerk en videofeedback krijgen PPI-deelnemers handvatten om het gedrag van hun pleegkind beter te ‘lezen’ en er adequaat op te reageren. De eerste effecten lijken positief: pleegouders voelen zich minder ‘handelingsverlegen’ en maken meer contact met het kind. Dit laatste is cruciaal om een band met het kind op te bouwen, waardoor angst- en stressgevoelens bij het kind kunnen verminderen.

Wennen
Ook het project ‘Wennen in je pleeggezin’ van Stichting Alexander en de Universiteit van Amsterdam richt zich op de eerste periode die een kind in het pleeggezin woont. Doel is het ontwikkelen van praktische hulpmiddelen voor de wenfase. In een plenaire lezing vertelde ontwikkelingspsycholoog Elly Singer wat we van de kinderen zelf kunnen leren. Pleegkinderen tussen 7 en 13 jaar die werden geïnterviewd, gaven aan zich vaak terug te trekken als zij zich rot voelen, maar “af en toe komt alles naar buiten.” Ze voelen zich onzeker, missen hun ouders of hebben moeite met het aanpassen aan de leefgewoontes in het pleeggezin. Ook de kinderen van pleegouders werden geïnterviewd over hun wenstrategieën als er een pleegkind in huis komt. Het onderzoek is nog in volle gang, maar zeker de moeite waard om in de gaten te houden.

Goed genoeg pleegouderschap
Het zou goed zijn als de instrumenten van PPI en ‘Wennen in je pleeggezin’ straks beschikbaar komen voor alle pleegouders. Daarnaast is te hopen dat handreikingen om het ‘beter’ te doen hun doel niet voorbij schieten, doordat ze pleegouders het gevoel geven tekort te schieten. Het begrip ‘goed genoeg ouderschap’ zou ook een variant ‘goed genoeg pleegouderschap’ mogen krijgen. Dat het beste niet altijd haalbaar is, werd gelukkig onderkend door Elly Singer. Zij stak pleegouders een hart onder de riem met de opmerking dat, ook wanneer er emotionele afstand bestaat tussen pleegouders en pleegkinderen, het pleeggezin toch een veilige plek kan zijn waar het kind zich kan ontwikkelen.

Feminisering
Louis Tavecchio, emeritus hoogleraar pedagogiek, gaf zijn visie op de oververtegenwoordiging van vrouwen binnen de jeugd- en pleegzorg. Ook de deelnemers aan het symposium waren voor het merendeel vrouwen. Tavecchio pleitte voor meer aandacht voor mannelijke professionals binnen de sectoren opvoeding en onderwijs, die nu voor zo’n 80 procent uit vrouwen bestaan. Uit onderzoek is bekend dat contact met identificatiefiguren belangrijk is voor de opgroeiende jeugd. Op de basisschool is bijvoorbeeld weinig ruimte voor lichamelijke activiteiten en kunnen met name jongens hun energie niet kwijt. Omgangsvormen tussen jongens zijn ook anders dan tussen meisjes: meer competitief, maar ook meer elkaar ondersteunend om competenties te versterken. De kans is aanwezig dat vrouwelijke professionals bepaalde uitingsvormen van jongens sneller als probleemgedrag zien. Dat heeft invloed op de adviezen die ze geven, terwijl het soms om gewoon jongensgedrag gaat. Daarnaast noemde Tavecchio de vaders die op school of bij jeugdzorg soms liever met een man praten dan met een vrouw. Een groter aantal mannelijke professionals zou de verhoudingen beter in balans brengen. Enkele traditioneel meer ‘mannelijke’ waarden, zoals risico’s nemen, humor en fysieke uitdaging, komen dan waarschijnlijk meer aan bod.

Jammer is dat in deze lezing het accent lag op de rol van professionals. Pleegvaders werden helemaal niet genoemd. Juist pleegvaders zijn belangrijke, positieve rolmodellen voor hun pleegzonen en zij zijn dagelijks beschikbaar. Hun invloed is waarschijnlijk groter dan die van bijvoorbeeld de pleegzorgwerker. Een andere kanttekening bij dit betoog tegen feminisering is de generalisering van de verschillen tussen mannen en vrouwen en de focus op jongens. Ook voor meisjes kan het waardevol zijn om positieve ervaringen op te doen met mannelijke hulpverleners. Alle jongeren hebben baat bij veel verschillende rolmodellen om zich heen, inclusief stoere vrouwen en feminiene mannen. Niettemin een belangrijk pleidooi voor meer mannelijke hulpverleners binnen de jeugd- en pleegzorg, dat ook bij de overheid prioriteit zou moeten krijgen.

Veilige gehechtheid
Nog een belangrijk thema was gehechtheid. In haar lezing ging Femmie Juffer, hoogleraar adoptie en redactielid van Mobiel, in op vragen over veilige gehechtheid. Kan een kind te oud zijn om zich te hechten? Is onveilige gehechtheid nog te veranderen? Kan een kind gehechtheid meenemen van het ene naar het andere pleeggezin? Mag je pleegkind zich wel aan jou hechten of moet je een sterke band voorkomen? Vragen die van levensbelang zijn voor pleegkinderen. Veilige gehechtheid betekent een belangrijk fundament voor de kinderlijke ontwikkeling. Het kind ontleent er zijn vertrouwen in anderen en in zichzelf aan. Het ontwikkelt in de omgang met gehechtheidsfiguren sociale vaardigheden die later goed van pas komen.

Gehechtheid is al actueel vanaf de babytijd en is geen vaststaand gegeven. Integendeel, gehechtheid blijkt veranderbaar als kinderen correctieve gehechtheidservaringen krijgen aangeboden in een pleeggezin of als pleegouders ondersteund worden bij een sensitieve omgang met hun pleegkind. Juist omdat de eerste gehechtheidsrelaties al op zeer jonge leeftijd gevormd worden, is het van belang om zo vroeg en zo snel mogelijk beslissingen over kinderen te nemen. Daarbij dienen continue, stabiele relaties zoveel mogelijk te worden nagestreefd en behouden, bij jonge, maar ook bij oudere kinderen.

Kracht van jongeren en hun omgeving
Ook pleegpubers waren onderwerp van gesprek. Lisette ten Pas, ambulant hulpverlener 16+ bij Jeugdformaat, pleitte er in haar workshop voor dat 16-plussers zoveel mogelijk in hun eigen netwerk wonen. Jongeren vanaf 16 jaar die worden aangemeld voor een kamertrainingsproject, worden in de regio Haaglanden liefst niet in zo’n project geplaatst. Uit onderzoek blijkt dat deze jongeren daar niet lang blijven of dat ze na hun achttiende alsnog in (financiële) problemen of sociaal isolement terecht komen. De omslag wordt gemaakt naar meelopen met de jongeren, zoeken naar krachten in het netwerk en plaatsingen in een pleeggezin vanuit dat netwerk. Juist het netwerk moet voorkomen dat jongeren in een isolement en in de problemen komen. De mentor van een kamertrainingscentrum kan een aantal zaken niet langdurig behartigen, dus de begeleiding en ondersteuning moet vanuit het netwerk komen. Een ommezwaai in denken, die vooral van organisaties een andere denkwijze vraagt.

Waardenloze gesprekken
Een andere workshop die leidde tot denkstof over hulpverlening was ‘Socratisch motiveren’. Gezondheidspsycholoog en gedragstherapeut Martin Appelo vertelde dat naar schatting 10 procent van de Nederlandse hulpverleners kampt met verschijnselen van burn-out. Hulpverleners willen eigenwijze of passieve cliënten aanzetten tot gedragsverandering. Deze impulsen zijn zo diep in het brein verankerd dat hulpverleners er ook mee doorgaan wanneer cliënten weinig of geen veranderingsbereidheid hebben. Zo ontstaat een betuttelende houding en het spreekwoordelijke ‘trekken aan een dood paard’. Het minutenlang kijken naar een filmpje waarin dit letterlijk werd uitgebeeld, was voldoende om te beseffen hoe vermoeiend en zinloos dit is. Vervolgens presenteerde hij een formule waarin hij ‘bewees’ dat zonder innerlijke drang iedere hulpverlening tot verandering zinloos is. Zijn voorstel van het verhogen van lijden om in ieder geval een innerlijke drang te creëren, gaf stof tot nadenken. Hoe kun je of mag je in pleegzorg lijden vergroten? Zijn presentatie was amusant en smaakte vooral naar meer oefening in het voeren van waardenloze gesprekken. Dit zijn gesprekken waarbij de gespreksleider op geen enkele manier zijn mening of waarden en normen inbrengt. Opdat de hulpverlening of het gesprek met je puber niet ontaardt in een gevecht met of trekpartij aan een dood paard.

Dit was slechts een greep uit het programma. We hebben het bijvoorbeeld nog niet eens gehad over de lezingen van Mariska Kramer over nieuwe wetgeving en de positie van pleegouders, de presentatie van Thea Hol over psychiatrische ouders en de workshop over het zorgen voor getraumatiseerde kinderen van Leony Coppens. Genoeg interessante onderwerpen voor artikelen in Mobiel.

Door: Tim de Jong, Annemarie Manschot, Lindy Popma en Maud Verhoofstad


Tags: ,