Knus in de bus

Rechts van mij ploft een jongen op een bank in de Connexxionbus. Onwillekeurig schiet ik in de lach. Ik denk terug aan die keer, een jaar of vier geleden, dat ik samen met Michael ook op die bank ging zitten. De bus was toen betrekkelijk nieuw en de indeling nog niet vertrouwd. Wisten wij veel… We hadden het gezellig samen, zoals zo vaak als we op pad gingen. Altijd wel wat te bepraten en samen te lachen.

Een paar kilometer voor onze eindbestemming vond ik dat we eigenlijk best krap zaten op die bank. Was ik zo dik geworden? Was Michael zoveel gegroeid? Ik keek eens goed rond en zag dat we samen op een, weliswaar brede, eenpersoonsplaats zaten. Voor de banken voor vier personen waren twee brede eenpersoonsbankjes achter elkaar in de plaats gekomen, zodat er een breder gangpad was. Stiekem gniffelend en giebelend zijn we blijven zitten. Opstaan en ergens anders gaan zitten, zou teveel opvallen. ‘Zie je die moeder en zoon, die zaten samen op een eenpersoonsplaatsje!’ We zaten de rit dus uit, maar nu toch wat minder knus dan in het begin.

Ik verlang ineens terug naar die tijd, naar de knusse momenten, de gezellige gesprekken en de gezamenlijke pret. Onze gesprekken nu zijn heel anders van toon. Zoekend naar gemeenschappelijkheid en verbinding, die we beiden zo graag terug willen. We kwetsen elkaar, zoeken elkaar op en stoten elkaar af. Gelukkig blijven we allebei proberen en soms gloort er een piepklein sprankje hoop aan de horizon. Dan lukt het ons even om weer die knusheid terug te vinden.

 


Tags: ,