Inlevingsvermogen en een lange adem

William Schrikker Groep: pleegzorg voor kinderen met een beperking

Gezinsvoogdijinstelling de William Schrikker Groep (WSG) die in 2012 zeventig jaar bestaat, heeft pleegzorg voor kinderen en/of ouders met een beperking als een van haar taken. Voor het grootste deel zijn dit kinderen met een verstandelijke beperking, een kleiner deel heeft een lichamelijke beperking of meervoudige handicap. Mobiel spreekt hierover met Giuditta Soro, GZ-psycholoog en Mariët Jansen, pleegzorgwerker, beiden werkzaam bij de WSG.

Waarop let de WSG als ze pleegouders zoekt voor een kind met een beperking?
“LVB-kinderen (kinderen met een licht verstandelijke beperking) hebben naast een lagere intelligentie (IQ tussen de 50 en 85) ook opvoed- of opgroeiproblemen. We letten vooral op of de pleegouders realistische verwachtingen hebben van het kind, of ze er oog voor hebben dat LVB-kinderen zich anders ontwikkelen dan andere kinderen. Er zit een grens aan wat LVB-kinderen kunnen leren, ook al zou je hen nog zoveel ondersteunen. Dat vergt inlevingsvermogen en een lange adem. Soms moet iets eindeloos herhaald worden en misschien kan het kind dan toch net niet dat ene stapje zetten. Pleegouders moeten hun LVB-kind het gevoel geven dat het er mag zijn en dat het anders mag zijn.
Kinderen met een lichamelijke beperking worden vaak opgenomen door pleegouders die hier bewust voor kiezen omdat zij hier zelf ervaring mee hebben, bijvoorbeeld in hun familie. Soms hebben ze vanuit hun beroep medische kennis en ervaring.”

Hoe worden pleegouders voorbereid en begeleid? Krijgen ze speciale scholing of cursussen over de problematiek van de kinderen?
“We geven op dit moment voorlichting als gastspreker bij Stap-cursussen in de regio en we ontwikkelen momenteel een Stap-cursus specifiek voor LVB. Eerst voor gezinshuizen en daarna voor pleegouders. We bieden pleegouders die we begeleiden niet standaard allerlei cursussen aan, maar we verzorgen wel regelmatig thema-avonden waarin we onderwerpen behandelen die door pleegouders worden voorgedragen. Of we geven een opfriscursus van drie avonden over LVB-problematiek. Verder verwijzen we pleegouders naar regionale cursussen of de pleegzorgwerker wijst op een workshop over bijvoorbeeld hechting. Soms is het op initiatief van een pleegouder die bijvoorbeeld een lezing over FAS (Foetaal Alcohol Syndroom) wil bijwonen. We geven zorg op maat.”

Helpt de WSG met aanpassingen in huis of op school? En mogen pleegouders zelf een school uitzoeken?
“De WSG verzorgt niet zelf eventuele aanpassingen in huis, maar wijst pleegouders wel de weg hoe ze aanpassingen kunnen realiseren. We kunnen ondersteuning bieden bij het aanschrijven van een fonds om bijvoorbeeld een speciaal bed of een snoezelruimte aan te vragen of om het huis aan te passen voor een rolstoel. Het kiezen van een geschikte school gaat in nauwe samenwerking met de pleegouders en de keuze wordt ook overlegd met de biologische ouders. Uitgangspunt is dat de school geschikt is voor het niveau van het kind, dat de school het liefst dicht bij het pleeggezin is en zo mogelijk ook aansluit bij de geloofsovertuiging van ouders of pleegouders.”

Verlopen de contacten met de eigen ouders anders dan in de reguliere pleegzorg?
“Ja! Het verschil zit hem al in de start van de samenwerking. Wij werken vanuit een gedwongen kader in combinatie met een maatregel. Ouders kunnen soms boos zijn of ontdaan. Wij hebben hier veel ervaring mee en weten dat we in onze voorbereiding veel aandacht moeten besteden aan het belang van het contact en de omgang met de biologische familie. Je neemt niet alleen het kind van een ander in huis, maar je krijgt er een heel familienetwerk bij. Vooral als de ouders zelf ook een verstandelijke beperking hebben, vergt dat veel uitleg en begrip omdat je het vaak niet aan de buitenkant ziet. Er is dan soms meer ondersteuning en begeleiding nodig vanuit de WSG om de te hoge verwachtingen van pleegouders bij te stellen. We vinden het verder erg belangrijk dat de biologische ouders begrijpen waarom hun kind in een pleeggezin woont. Waar we naar toe werken is dat zij als het ware psychologische toestemming geven aan hun kind, dat zij het kind laten merken dat het goed is dat het in het pleeggezin woont.”

Welke zorgen hebben pleegouders van een kind met een beperking?
“De meest genoemde zorg van onze pleegouders is hoe het in de toekomst met hun pleegkind zal gaan. Kan het kind ooit wel zonder hun zorg, kan het later zelfstandig leven of begeleid gaan wonen? Veel ouders kiezen ervoor om het kind nooit helemaal los te laten, ook niet als de pleegzorgplaatsing officieel is afgelopen. Een andere zorg is: wie neemt het over als ik het niet meer kan doen? We zien dan dat de volwassen kinderen van de pleegouders soms gaan helpen bij de zorg voor het pleegkind. Het is verder moeilijk voor pleegouders dat kinderen met een verstandelijke beperking kwetsbaar en beïnvloedbaar zijn. Dat maakt dat er extra gelet moet worden op de veiligheid van deze kinderen en dat pleegouders alert moeten zijn op signalen dat er iets aan de hand is. In de puberleeftijd gaat het dan om simpele vragen, zoals de vraag of het kind zelf ergens naar toe mag of wat het op internet mag doen. Onze pleegouders delen hun zorgen ook met elkaar op een digitaal forum, daar wordt veel gebruik van gemaakt. Het is een afgeschermd deel van onze website waar alleen pleegouders op kunnen, het is niet toegankelijk voor pleegzorgwerkers. Het is zo’n succes dat de pleegouders nu zelf een echte ontmoeting met elkaar gepland hebben.”

Welke positieve punten zien pleegouders van kinderen met een beperking?
“Ze zien dat hun pleegkind met heel kleine stapjes en in zijn eigen tempo bezig is om te groeien. Ze zijn onder de indruk van de veerkracht en vechtlust die de kinderen na een moeilijke start in hun leven toch weten op te brengen en ze zijn er trots op dat zij daaraan een bijdrage mogen leveren. Ook horen we dat pleegouders het juist deze kinderen heel erg gunnen om in een gezin en niet in een instelling op te groeien.”

Website: www.wsg.nu

Verder lezen: Y. de Beer (2011). De Kleine Gids. Mensen met een licht verstandelijke beperking. Kluwer. ISBN: 9789013077414.

 


Tags:, ,