Gezinshuis kortverblijf

Peter (56) en Bregje (51) zijn zes jaar geleden begonnen als betaalde crisispleegouders. Ze wonen met hun vijf kinderen in Grave en hebben plek voor vier pleegkinderen. De eerste vijf jaar werkten ze binnen crisisinterventie als projectgezin. Betaalde pleegzorg werd vrij snel van de kaart geveegd, omdat men vond dat pleegzorg vrijwillig moest blijven. Vanaf 2012 zijn ze een gezinshuis kortverblijf. Bregje is in dienst als gezinshuisouder en Peter heeft zijn eigen bedrijfje voor grafische dienstverlening.

Wat is de samenstelling van uw gezin?
Bregje: “Onze oudste dochter Daniëlle (22) is net afgestudeerd als pedagoge en gaat in september trouwen. Marijn (19) gaat naar de PABO en Rafaël (16) volgt een opleiding tot tandartsassistent. Sandra (13) gaat naar 3 havo en Manouk (12) naar groep 8 van de Pedologisch Instituutschool.” Peter: “Momenteel zitten onze gezinshuisplekken vol met vier jongens. Dit zijn allemaal geheime plaatsingen. Verder hebben we een kat, een hamster en een parkiet.”

Hoe kwam u ertoe om dit werk te gaan doen?
Bregje: “Het avontuur begon in 2005. We woonden in Tiel en hadden allebei een zware baan van 28 uur. Thuis waren we alleen bezig met het regelen van het huishouden en we raakten minder betrokken bij onze kinderen. Dat wilden we veranderen. Op mijn werk had ik gehoord over de functie gezinshuisouders. We schreven open sollicitaties, onder andere naar de stichting waar we nu voor werken. In Noord-Brabant startte de pilot ‘betaalde pleegzorg’. Crisispleegzorg leek ons een goede combinatie met onze kinderen. Als er geen klik is, is de plaatsing ‘gelukkig’ van korte duur.”

Hoe reageerde uw omgeving en familie op deze stap?
Peter: “Het was een enorme omslag, omdat we voor deze baan moesten verhuizen naar Grave. Onze kinderen werden losgerukt uit hun sociale omgeving. Ze zagen het wel als een uitdaging, maar vonden het ook moeilijk om alles achter zich te laten. Familie en vrienden stonden er positief tegenover. Onze deur stond altijd al open.”

Hoe ziet uw begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
Bregje: “Onze eerste pleegzorgwerkers waren niet vertrouwd met crisiswerk. We kregen een andere pleegzorgwerker vanuit het crisisinterventieteam. Pleegzorgbegeleiding was voor ons onvoldoende, omdat we te maken hebben met arbeidsvoorwaarden. Als vrijwillige pleegouder heb je het heft in eigen handen. Je kunt gemakkelijk ‘nee’ zeggen tegen een plaatsing. Als betaalde kracht kan dit niet en is intensievere begeleiding nodig. Nu krijgen we werkbegeleiding van een behandelcoördinator.”

Waar heeft u steun bij nodig, waar bent u onzeker over?
Bregje: “Gezinshuisouders staan vrijwel alleen in de uitvoering van hun werk. Wij zien de gastkinderen de hele dag. Andere betrokkenen niet. De stichting heeft ons toegezegd dat daar verandering in zal komen. Naast werkbegeleiding heeft het onze voorkeur dat er aan ons gezin een pedagogisch medewerker en een vakantie- en weekendpleeggezin worden gekoppeld waar de gastkinderen soms naartoe gaan.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
Peter: “Dat hangt af van de soort plaatsing. Bij een vrijwillige plaatsing is er contact met de ouders. Bij een geheime plaatsing soms alleen telefonisch. Bij een ondertoezichtstelling of voogdijmaatregel vinden bezoeken plaats op een neutrale plek.

Welke praktische problemen komt u tegen?
Bregje: “We hebben weinig vrije tijd, waardoor we weinig tijd kunnen doorbrengen met onze eigen kinderen. Vrije tijd is ook nodig om even op te laden. Een pedagogisch medewerker bij ons in huis is fijn, maar dan moeten we zelf weggaan. Soms gaat ze op stap met een aantal gastkinderen, maar ze kan ze nooit alle vier meenemen.” Peter: “Een vakantie- en weekendpleeggezin is voor ons een must.”

Hoe gaan jullie kinderen om met de gastkinderen?
Peter: “Onze kinderen hebben een eigen plek in het gezin en zijn gewend afstand te bewaren. Als er een klik is, gaan ze veel vrijer met de gastkinderen om.” Bregje: “Helaas is er weinig aandacht geweest voor onze kinderen vanuit de stichting. We hebben hier wel regelmatig om gevraagd.”

Zijn er momenten waarop u denkt: Hier had ik nooit aan moeten beginnen?
Bregje: “Nee, we zijn blij dat we deze keuze hebben gemaakt. We hebben er veel van geleerd. Het is wel jammer dat het draagvlak van de stichting te klein was, waardoor we uiteindelijk moesten stoppen met crisisinterventie.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor.
Bregje: “We hadden hier een meisje van veertien. Als ik zie hoe zij haar plek heeft gevonden in het gezinshuis waar ze nu woont, ben ik blij dat we destijds veel moeite voor haar hebben gedaan. Ze voelde zichzelf een ‘overgooipopje’, maar heeft uiteindelijk toch haar plek gevonden.” Peter: “Toen Cas bij ons kwam liet hij probleemgedrag zien. Het lukte ons om de juiste benadering te vinden. Nu woont hij op een fijne plek waar hij langer kan blijven.”

Anneke Hooijer en Danielle Winterberg

 

 


Tags: ,