De kont tegen de krib

“We kunnen hem niet aan.” “Wat bij onze kinderen wel werkte, werkt bij haar niet.” Hartenkreten van pleeg¬ouders die te maken hebben met moeilijk gedrag van pleegkinderen. Soms zie je een tv-programma dat je raakt. In mei was er zo’n reportage in het Belgische programma ‘Koppen’, getiteld ‘Probleemgedrag bij pleegkinderen’(1). Een simpele titel waarachter pijn, onmacht en beschadiging schuilgaan. Herken¬baar als je zelf een plaatsing hebt meegemaakt die werd afgebroken.

Een paar jaar geleden was er commotie om een artikel in de Volkskrant. Maar liefst één op de drie plaatsingen kwam, volgens dat bericht, tot een vroegtijdig einde. Veel plaatsingen worden afgebroken, omdat sommige kinderen zo beschadigd zijn, dat ze niet meer in een gewoon pleeggezin kunnen wonen. Dit gebeurt niet alleen in Nederland, maar ook in België. Daar maakte de Vlaamse regering in mei, tijdens de Week van de Opvoeding, bekend dat pleegzorg meer geld krijgt. Het doel is het aantal mislukte plaatsingen te verminderen.(2)

Moeilijk gedrag
Uit Belgisch onderzoek(3) blijkt dat ongeveer de helft van de pleegkinderen zorgwekkend probleemgedrag vertoont: stelen, liegen, spijbelen, weglopen, vandalisme en agressie. Gedrag dat eraan bijdraagt dat plaatsingen mislukken. Daarom ging Pleegzorg Vlaanderen op zoek naar een methode om pleegouders te helpen bij het omgaan met moeilijk gedrag. Ook in België zijn er nog altijd te weinig pleegouders en sommigen geven het na een tijd op. Met alle negatieve gevoelens en gevolgen van dien voor pleegouders en pleegkinderen die, soms weer, moeten verkassen. In de reportage, die mij zo raakte, komen twee pleeggezinnen aan het woord. Martine en Patrick die problemen hebben met Sophie (13) en Daisy en Koen die worstelen met de opvoeding van Eline (7).

Sophie en Eline
Martine en Patrick zorgen sinds een jaar voor Sophie. Dat gaat niet van een leien dakje. Volgens pleegvader Patrick maakt Sophie van alles een conflict: welke kleren ze aandoet, hoe laat ze opstaat, welke klusjes ze doet. Ze gooit de kont tegen de krib en de pleegouders staan machteloos. Martine heeft het gevoel dat ze faalt als pleegmoeder. Zij is het meeste thuis en meestal het mikpunt van kwetsende opmerkingen. Patrick en Martine weten niet hoe ze de boosheid van Sophie kunnen beteugelen of doorbreken. Volgens Sophie is ze inderdaad vaak boos en kan ze fel reageren. Het is al haar vierde plaatsing. Martine denkt dat Sophie hen uitprobeert om te kijken of ze bij hen ook weg moet.

Eline woont bij Daisy, Koen en hun drie kinderen. Als Eline ergens voor het eerst komt, vindt iedereen haar lief en sociaal. Ze wordt overladen met complimenten, maar thuis is ze een feeks. Na een tijdje komen de problemen op school en op clubs. Dan komen de verhalen over slaan, gemeen doen, aanhankelijk zijn naar volwassenen en vervelend gedrag vertonen. Soms wordt ze ineens boos en maakt ze dingen stuk. De manier waarop ze hun eigen kinderen opvoeden werkt bij Eline averechts.

Pleegouders Versterken in Opvoeden
Deze pleegouders stonden op het punt om de plaatsing af te breken. Ze konden hun pleegdochters gewoon niet aan. Toch wonen de kinderen nog steeds bij hen, dankzij een speciaal project van Pleegzorg Vlaanderen(4). Het principe klinkt simpel: versterk de pedagogische kwaliteiten van pleegouders. Pleegouders leren op het eerste gezicht eenvoudige principes, zoals kalm blijven of niet altijd een reden geven voor regels. “Deze basisprincipes bleken soms ware eyeopeners”, vertelt Frank van Holen, coördinator van het project, in het televisieprogramma. Maar liefst tachtig procent van de pleeggezinnen die meedoen merken verbetering. Door afname van de gedragsproblemen is het pleegkind beter hanteerbaar voor pleegouders, blijkt uit onderzoek van Van Holen.(5) Hierdoor vermindert de druk op het pleeggezin en dat verkleint de kans op voortijdige beëindiging van de plaatsing.

Opvoedstijlen
Pleegouders zitten soms vast in patronen en opvoedstijlen die niet aansluiten bij het probleemgedrag, de achtergronden en behoeften van de kinderen. Dan kan het misgaan. “Pleegouders moeten zich niet anders voordoen dan ze zijn, maar wel beseffen dat een iets andere aanpak soms beter werkt bij een bepaald kind”, vertelt Van Holen. “Er bestaat een relatie tussen het opvoedgedrag van pleegouders en het moeilijke gedrag van pleegkinderen. Opvoedgedrag kan het probleemgedrag doen toenemen of afnemen. Het gedrag van het pleegkind beïnvloedt weer hoe de pleegouder kan en moet opvoeden.” Pleegouders krijgen tien weken lang intensieve begeleiding van een gespecialiseerde pleegzorgwerker die de pleegouders en pleegkinderen coacht. Ook zijn er groepssessies met andere pleegouders. Er is veel aandacht voor het gedrag van het pleegkind en de opvoedstijl van de pleegouders. De coach analyseert de problemen en geeft tips tijdens huisbezoeken.

Brief schrijven
Een van de werkvormen is het schrijven van brieven. In een brief aan hun pleegkind verwoorden pleegouders alle pijn, moeite en gevoelens die het kind bij hen oproept, maar ook de mooie momenten en goede kanten. Het pleegkind mag reageren in een brief. Ze lezen de brieven aan elkaar voor. Bij Martine en Patrick was dit het keerpunt. De bijeenkomsten waren emotioneel en confronterend, maar gaven ook steun om de negatieve sfeer te doorbreken. Het luchtte op om alles op te schrijven en te vertellen wat er gebeurde en wat dat met je deed.

Patat met mayonaise
De pleegouders van Eline voelden zich vooral machteloos. Ook zij namen deel aan het project Tijdens hun sessies met de gezinscoach leerden Daisy en Koen dat hun pleegdochter een andere aanpak nodig had dan de andere kinderen.
Het klinkt simpel, maar het was een openbaring. Bij Eline moesten ze juist niet alles uitleggen. Dus niet: “Het is beter als je je jas aandoet, want het regent buiten.” Maar: “Doe je jas aan. Ik wil dat je dat nu doet.” Dit bood Eline duidelijkheid. Een andere oplossing was een beloningssysteem. Duidelijke regels en goed gedrag benoemen en belonen, maakten het verschil. Bij vijf stickers mag Eline een patatje met mayonaise, haar lievelingseten.

Opvoeden begint nog altijd bij de opvoeders. Langdurige therapeutische behandelingen zijn niet altijd nodig. Soms is gewoon een EHBO-cursus, ‘Eerste Hulp Bij Opvoeden’, afdoende. Of in de Belgische situatie: ‘Pleegouders Versterken in Opvoeden’. Het lijkt zo simpel en soms is het dat ook.

(1) Reportage ‘Probleemgedrag bij Pleegkinderen’ uit Koppen (uitgezonden 17 mei 2012 bij Eén)
(2) www.groeimee.be/weekvandeopvoeding
(3) www.pleegzorgonderzoekvlaanderen.be/pvo/index.htm
(4) ‘Pleegouders Versterken in Opvoeden: Ondersteuning volgens het
Sociaal-Interactioneel Model’; auteurs: Vanschoonlandt, F., Vanderfaeillie, J., Van Holen, F. e.a. (Brussel, 2012)
(5) Wat werkt in de Pleegzorg; Baat, M. de, Bartelink, C. (Utrecht, 2011)

 

 


Tags: ,