Adoptie vanuit pleegzorg

Het komt in Nederland bijna nooit voor dat een pleegkind door zijn pleegouders wordt geadopteerd. In andere landen, zoals Amerika, is dat anders. De regering doet daar zijn uiterste best om het aantal pleegkinderen dat wordt geadopteerd te verhogen. Misschien is het tijd om eens kritisch naar het Nederlandse systeem te kijken. Zouden er in Nederland niet meer pleegkinderen geadopteerd moeten worden?

Wachtlijsten
In Nederland is een tekort aan pleeggezinnen, waardoor er wachtlijsten met wachtende kinderen zijn. Tegelijkertijd is er een wachtlijst met wachtende ouders voor een adoptiekind. Waarom dit verschil bestaat, is onduidelijk. Een verklaring kan zijn dat adoptieouders bang zijn om een kind op te vangen met meer problemen. Het klopt dat pleegkinderen vaak problemen hebben. Ze hebben soms verschrikkelijke dingen meegemaakt en dit heeft zijn weerslag op hun ontwikkeling. Toch kan dit niet het hele verhaal zijn, want meer dan de helft van de buitenlandse adoptiekinderen zijn tegenwoordig ‘special needs’ kinderen met een handicap of risico. Het lijkt er dus op dat er adoptieouders zijn die niet bang zijn om een kind in hun gezin op te nemen dat meer zorg nodig heeft. Wellicht heeft het verschil in wachtlijsten meer te maken met het tijdelijke karakter van pleegzorg.

Buitenlandse adoptie
Steeds vaker wordt de vraag gesteld of adoptie naar een ander land wel het beste is voor een kind. In 1993 hebben 66 landen het Haags adoptieverdrag getekend, waaronder Nederland. Dit verdrag markeert het begin van een nieuwe ontwikkeling in adoptie. Een belangrijke afspraak in dit verdrag is namelijk dat kinderen zo dicht mogelijk bij huis moeten worden geplaatst. Eerst wordt gekeken of het kind kan worden opgevangen door familie of in de eigen regio, dan in het eigen land en pas als al die opties uitgeput zijn, mag een kind in het buitenland worden geadopteerd. In Nederland worden nu nog veel meer kinderen vanuit het buitenland geadopteerd dan binnen Nederland. Wij houden ons als land dus niet aan het verdrag, aangezien we kinderen uit het buitenland adopteren terwijl er ook heel veel kinderen in Nederland zijn die zouden profiteren van een adoptieplaatsing.

Continuïteit
De dreiging van een over- of terugplaatsing kan veel stress bij een kind veroorzaken. Psycholoog Anneke Vinke verwoordt het verlangen naar continuïteit als volgt: “We willen ergens bij horen, onvoorwaardelijk, zonder dat je op je hoede moet zijn dat je het fout doet en daardoor weer (voor de zoveelste keer) mensen verliest” (Lievegoed, 2012(1)). Ook de regel dat pleegzorg ophoudt met 18 jaar is waarschijnlijk niet in het belang van pleegkinderen. In deze periode van jongvolwassenheid zoeken kinderen de weg naar zelfstandigheid. Voor pleegkinderen kan juist in deze periode de steun van hun pleegouders wegvallen, terwijl deze kinderen extra hulp nodig hebben bij het volwassen worden. Adoptie zou een eind maken aan deze onzekerheden. De onvoorwaardelijke liefde waar pleegkinderen soms zo naar zoeken, kan via deze weg misschien bevestigd worden.

Biologische ouders
Dat bij adoptie de officiële banden tussen biologische ouders en kind worden verbroken, hoeft niet te betekenen dat er geen contact kan blijven bestaan. Het ‘open adoptie’ model demonstreert dit. Open adoptie wil zeggen dat er contact blijft tussen het kind en zijn biologische ouders. Als beide ouderparen positief tegenover contact staan, kan het een verrijking zijn, waar iedereen voordeel uit haalt. Open adoptie zou zelfs beter kunnen zijn voor de band tussen biologische ouders en hun kind, omdat er bij het kind geen angst meer is voor terugplaatsing.

Het werkt in Amerika
Werkt het in de praktijk? In Amerika is al jarenlang een beleid van kracht waarbij pleegkinderen worden geadopteerd. Een van de vragen die je kunt stellen is of adoptieouders deze kinderen wel willen aannemen. Pleegkinderen zijn vaak ouder, hebben gedragsproblemen of moeten samen met een broertje of zusje worden geplaatst. Uit onderzoek in Amerika blijkt dat deze kinderen toch in een stabiel adoptiegezin terecht komen. Met de juiste begeleiding krijgen heel veel kinderen een ‘forever home’. In Amerika is adopteren vanuit pleegzorg actief gestimuleerd en de resultaten van onderzoek zijn veelbelovend. Misschien is het in Neder¬land tijd voor verandering.

(1) Lievegoed, M. (2012). Pleegkind: levenslang (on)voorwaardelijk. Mobiel: Tijdschrift voor pleegzorg, 39(2), 5-7.

======

KADER

======

Meer pleegkinderen adopteren in Nederland?
Studenten Pedagogiek van de Universiteit Leiden schreven voor het vak ‘Adoptie & Pleegzorg in pedagogisch perspectief’ een werkstuk over de stelling ‘Er zouden in Nederland meer pleegkinderen geadopteerd moeten worden’. De studenten namen een standpunt in, voor of tegen deze stelling. Op deze pagina’s leest u de reactie van Rinske Windig op de stelling. In een volgend nummer van Mobiel laat Annemijn Cazander de andere kant van de medaille zien.

Rinske Windig


Tags: ,