Pleegzorg en nieuwe media

Auteurs: Lindy Popma en Peter Stallenberg  

De term ‘2.0’ duikt overal op. Zo is er een Ambtenaar 2.0, een Architectuur 2.0, een Bibliotheek 2.0 en een Onderwijs 2.0. Sinds 2010 bestaat er ook een Jeugdzorg 2.0. De toevoeging 2.0 verwijst naar de ontwikkeling van internet tot interactief medium, waarbij alles draait om het delen van informatie. Ook pleegzorg experimenteert voorzichtig met nieuwe media. Mobiel sprak met twee voorlopers. Lindy Popma maakte, heel ouderwets, via e-mail een afspraak met Laurens Waling van Alares. Peter Stallenberg legde, heel modern, via Yammer contact met Sylvia Huisman van Spirit.     

Laurens Waling (28) schetst zijn droom, een digitale droom welteverstaan. “Elk gezin krijgt een eigen online dossier. Ouders beheren het ‘groeiboekje’ van hun kind in een virtuele omgeving. Vanuit hun vertrouwde omgeving stellen ze hulpvragen aan professionals op een jeugdzorgmarktplaats en ze beoordelen de hulpverleners online met sterretjes. De gezinnen hebben de regie over de hulpverlening, ze organiseren zelf de ondersteuning en betalen de kosten met een gezinsgebonden budget.”

Jeugdcloud
Deze digitale droom noemt hij een Jeugdcloud, een virtuele omgeving waarin kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien. Het klinkt veelbelovend, maar persoonlijk heb ik toch zo mijn twijfels over digitale dossiers. Zeker gezien de recente berichten over medische gegevens die op straat kwamen te liggen door gebrekkige beveiliging. Juist de jeugdzorg heeft te maken met privacygevoelige onderwerpen. Ook ben ik huiverig voor het plaatsen van persoonlijke berichten op internet. Als berichten eenmaal online staan, maak je dat niet zo gemakkelijk ongedaan. Ik vraag Laurens Waling hoe hij hier tegenover staat. Hij bekijkt dit alles met een onbevangen blik: “Nieuwe media dragen bij aan transparantie en minder bureaucratie in de jeugdzorg. Als je in termen van dromen denkt, kom je juist vooruit. Een Jeugdcloud bestaat uit losse onderdelen die je met elkaar kunt verbinden. Sommige onderdelen kunnen we nu al inzetten om de jeugdzorg te verbeteren.”

De Transitie Jeugdzorg vraagt om een grondige reorganisatie. Laurens: “Gemeenten hunkeren naar innovatie en nieuwe media bieden hiertoe tal van mogelijkheden. Hij noemt verschillende voorbeelden van jeugdzorgorganisaties die nu al online experimenteren. “Cardea en Yorneo bieden hun hulpverleningsplan digitaal aan in een online omgeving waarin cliënten kunnen inloggen. Op die manier wordt de eigen kracht van (pleeg)ouders en jongeren benut en versterkt. Hulpverleners van het CJG Haarlemmermeer hebben Ipads gekregen om nieuwe media te gebruiken om met elkaar te communiceren. De gemeenten Haarlemmermeer en Amsterdam zijn vooruitstrevend bezig om de jeugdzorg in te richten volgens de ideeën van de Jeugdcloud. De mogelijkheden om het eigen hulpproces vanuit een Jeugdcloud te regisseren hebben vergaande consequenties voor de inrichting van het nieuwe jeugdzorgstelsel.”

Jeugdzorg 2.0
Laurens is fervent voorstander van het gebruik van social media in de jeugdzorg. Op platforms voor digitale communicatie kunnen mensen elkaar ontmoeten en interactief in gesprek gaan. “Facebook, LinkedIn, YouTube en Twitter zijn niet meer weg te denken uit het leven van jonge mensen en dus bij uitstek geschikt om de jeugd te bereiken.” In 2010 nam hij het initiatief voor de landelijke LinkedIn groep Jeugdzorg 2.0, een digitaal platform waarop beroepskrachten hun ervaringen delen en nadenken over de toekomst van de jeugdzorg. Inmiddels bestaat deze groep uit 5000 leden en hebben betrokkenen vijftien regionale evenementen georganiseerd. Waling: “Jeugdzorg 2.0 is een beweging waarin we goede ideeën delen. Denk bijvoorbeeld aan eigen kracht van ouders, online hulpverlening en het slimmer organiseren van het werkproces.”     

Pleegzorg
Ook pleegzorgorganisaties experimenteren met nieuwe media, zij het mondjesmaat. “Er heerst nog koudwatervrees”, aldus Laurens. “Daarom starten we met mensen die het echt willen. Zij kunnen hun collega’s enthousiasmeren. Organisaties ontdekken en bepalen zelf welke media bij hen passen.” Hij hoort regelmatig dat hulpverleners bang zijn dat ze straks nog meer achter de computer zitten en minder tijd hebben voor cliënten. “Het tegendeel is waar. Ze krijgen juist meer tijd, omdat ze hulpvragen via internet kunnen aftasten en dan bepalen wie face to face contact nodig heeft. Ook kun je prima communiceren via Skype. Dat is laagdrempelig, werkt beter dan de telefoon en kost geen reistijd.”

Hij noemt verschillende mogelijkheden voor het gebruik van nieuwe media in pleegzorg. “Een digitaal systeem om pleegkinderen en pleegouders te matchen is transparant en voorkomt lange wachtlijsten. Wat te denken van pleegouders die elkaar ontmoeten en kennis delen op een digitaal platform? Of een online marktplaats waar pleeggezinnen spullen uitwisselen, zoals kinderbedjes, kleding en speelgoed? Sommige pleegzorgorganisaties zetten nu al social media in om zich te profileren en pleegouders te werven. Pleegzorgwerkers kunnen YouTube gebruiken voor casuïstiek, bijvoorbeeld door het naspelen van conflicten in gezinnen. Ook pleegouders kunnen situaties opnemen met de webcam en de casus vervolgens doorpraten met een hulpverlener.” Laurens denkt dat de samenwerking tussen ouders, pleegouders en beroepskrachten verbetert in een Jeugdcloud. “Alle betrokkenen blijven zo op de hoogte van wat er gebeurt met het kind.”  

In de praktijk
Spirit is één van de organisaties die Jeugdzorg 2.0 in de praktijk brengen. Sylvia Huisman, trainer en onderzoeker bij het servicepunt pleegzorg Spirit, zet onder andere Twitter in om de wachtlijsten te verhelpen. Ook denkt ze na over het gebruik van nieuwe media in het contact tussen en met pleegouders. De afspraak met Sylvia verliep meteen al op de ‘nieuwe manier’. Telefonisch lukte het niet om contact te leggen, maar omdat we collega’s zijn, verscheen al snel een reactie op Yammer NOOT1, een besloten contactpagina voor medewerkers van Spirit. Zo was een afspraak snel geregeld.

Twitter
“In december hebben we een campagne op Twitter gevoerd om pleegouders te werven”, vertelt Sylvia. “Ter voorbereiding maakten we een Twitteraccount aan en zijn we zelf Twitteraars gaan volgen, bijvoorbeeld mensen uit de hulpverlening, politiek, kinderdagverblijven en kranten die zich richten op Amsterdam, zoals de Metro en het Parool. Je hoopt dan dat mensen jou ook gaan volgen. De week voor de start van de campagne bleek er een Groupon-actie te zijn, waarmee we goedkoop een advertentie op het billboard op het Rembrandtplein konden plaatsen. Dit is een van de grootste billboards van Europa. De actie viel gelijk met de start van onze campagne. De Metro heeft een artikel geplaatst over onze Twittercampagne. Dat deze samenviel met de advertentie op het billboard, was een mooie bijkomstigheid. Het artikel gaf veel publiciteit.”

Al snel had Spirit zo’n 200 volgers. Sylvia: “Een sterke tweet werd wel 80 keer ‘geretweet’ (een retweet of RT is een bericht op Twitter dat je doorstuurt naar je eigen netwerk van volgers, omdat je het zo waardevol vindt – red.). Als je weet dat een Twitteraar gemiddeld 300 volgers heeft, dan gaat zo’n bericht dus 24000 keer rond. We kregen als reactie dan ook terug dat er van alle kanten berichten over pleegzorg binnen kwamen. De opbrengst van zo’n Twittercampagne is vooral bekendheid. Uit onderzoek weten we dat er twee jaar zit tussen het moment dat mensen voor het eerst van pleegzorg horen en het moment dat ze zich aanmelden. Dat pleit er voor om deze campagne te blijven herhalen.”

Volgens Sylvia is het ene medium niet beter dan het andere. “Je moet de nieuwe media samen met de al bekende media inzetten. Dan versterken ze elkaar.  De ‘cross-over’ maakt dat het goed werkt. Daarnaast hoop je dat je via nieuwe media mensen bereikt die nog niet eerder met pleegzorg te maken hebben gehad en dat je wat informatie kunt overbrengen. Zo  kregen we een reactie van iemand die niet wist dat je ook als alleenstaande ouder pleegouder kunt worden.”

Yammer
“Op dit moment bekijken we of we Yammer ook kunnen inzetten voor pleegouders. Aan het eind van een training krijgen we vaak de vraag: ‘Hoe gaan we contact houden?’ Trainingen en thema-avonden worden goed bezocht, maar het onderwerp blijkt er soms minder toe te doen. Het gaat om het contact met elkaar als pleegouder. Is er eenmaal een kind in huis, dan is er enkel nog contact met de Jeugd Maatschappelijk Werker van het kind. Jammer, want in de buurt wonen waarschijnlijk nog een heleboel andere pleegouders, bij wie je ook kunt aankloppen voor steun en overleg. Facebook is veel te openbaar, je wilt de privacy van jouw pleegkind ook niet in gevaar brengen. Informatie op Facebook is gemakkelijk te vinden, voor iedereen. Dat wil je niet altijd. Yammer kan dan werken als een soort Facebook voor pleegouders.” 

NOOT1 Yammer is een microblog-tool, een soort interne Twitter. Gebruikers kunnen berichten plaatsen over zichzelf en berichten volgen van anderen. 

Naschrift
Laurens Waling is als senior innovatie- en organisatieadviseur bij Alares verantwoordelijk voor activiteiten op het gebied van welzijn en (jeugd)zorg.
www.alares.nl
Op Twitter: @laurenswaling

Sylvia Huisman is trainer en onderzoeker bij het servicepunt pleegzorg van Spirit.
www.spirit.nl
Op Twitter: @SpiritPleegzorg


Tags: ,