Dwalen in niemandsland

Het grensgebied in pleegzorgland is een grijs gebied. Vaak gaat het goed. Pleegouders nemen een kind in huis en ze worden begeleid door een pleegzorgwerker. Het gezag ligt bij de ouders, de voogd, een voogdijinstelling of de pleegouders. Dat klinkt redelijk helder. Toch bevinden pleegouders zich in een kwetsbare positie. Ze kunnen zomaar – over hun grenzen – in niemandsland terechtkomen. Wie haalt hen daar weer uit?

In theorie hebben alle betrokkenen rondom een pleegkind hetzelfde doel: dat het goed gaat met het kind. De praktijk is soms weerbarstiger, bijvoorbeeld als pleegouders de lat te hoog leggen, als de voogd allang blij is dat een moeilijk te plaatsen kind toch ergens terecht kan of als de pleegzorgwerker door drukte niet goed in staat is de signalen in het pleeggezin op te pakken. De gevolgen kunnen groot zijn: overspannen pleegouders of een overplaatsing van het pleegkind.

Professionele houding
Van hulpverleners mag je verwachten dat ze gespitst zijn op het gevaar van grensoverschrijding. Via hun opleiding en cursussen wordt het er ingestampt: let op je grenzen, ga er niet overheen, houd helder wie verantwoordelijk is en waar afstandelijkheid begint of betrokkenheid ophoudt. Kun je die professionele houding ook van pleegouders verwachten? In de Stapcursus worden ze weliswaar uitgebreid voorbereid op hun taak, maar het is de vraag of dat voldoende is.

Onderzoek
Uit een onderzoek over ‘grenzen in pleegzorg’ van het Landelijk Pleegzorg Panel (LPP) blijkt dat de grenzen van pleegouders vooral worden bepaald door “persoonlijke (on)mogelijkheden van de betrokkenen”. Met andere woorden: pleegouders kunnen inhoudelijk voorbereid zijn op hun taak, maar als ze eenmaal geconfronteerd worden met zichzelf en het pleegkind in hun huis, kan toch (ongemerkt) de grens worden bereikt. Ze weten niet hoe ze met gedragsproblemen om moeten gaan of (er)kennen hun eigen onvermogen niet.

Deskundigheidsbevordering
Volgens hetzelfde onderzoek is er genoeg hulp beschikbaar, maar is vooral de kwaliteit van de ondersteuning van belang. Blijvende deskundigheidsbevordering van pleegzorgwerkers en voogden is dus belangrijk, opdat zij goed signalen op kunnen pakken en weten hoe te handelen. Professionals in de pleegzorg geven aan dat ook minder bureaucratie (is meer tijd), meer kennis over hechtingsstoornissen, een transparantere hulpverlening en duidelijke afspraken en communicatie tussen alle betrokkenen kunnen helpen om de grenzen van pleegouders te waarborgen.

Eerlijkheid
De pleegouders die reageerden op de vraagstelling van het LPP willen vooral serieus genomen worden. Het is belangrijk dat door de pleegzorgwerker en de (gezins)voogd naar hun mening wordt gevraagd, dat er goed naar hen wordt geluisterd, dat hun grenzen worden gerespecteerd en dat besluiten gezamenlijk afgestemd worden. Pleegouders willen het graag goed doen en het is moeilijk om toe te geven dat het niet goed gaat. Toch is die eerlijkheid van groot belang.

Kwetsbaar
Ondanks de inzet van alle betrokken, blijft de positie van pleegouders kwetsbaar. Er wordt van hen een professionele houding over grenzen gevraagd, die ze niet in alle gevallen beschikbaar hebben. Uitgebreidere scholing van pleegouders of bijvoorbeeld een vorm van intervisie zou hierin een oplossing kunnen zijn. De pleegouders mogen verder vertrouwen op hun gevoel en op de kwaliteiten die ze in huis hebben. Daarnaast heeft de pleegzorgwerker de taak om zijn cliënten te wijzen op hun grenzen als ze die zelf niet herkennen en om bijtijds extra hulp aan te bieden.

http://www.pleegzorgpanel.nl/


Tags: , ,