Altijd melden bij vermoeden mishandeling?

Het kan je nachtenlang wakker houden: als pleegzorgwerker of hulpverlener kom je bij een gezin thuis waar je kindermishandeling, misbruik of huiselijk geweld vermoedt. Dilemma. Wat doe je? Meteen melden? Met de cliënten erover praten? Met je collega’s? Zo snel mogelijk melden, omdat het foute boel is? Wat zijn de gevolgen?

Vanuit de overheid wordt nu, met de sinds januari voor instanties verplichte ‘meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’, een poging gedaan om het voor hulpverleners eenvoudiger te maken met het probleem aan de slag te gaan. Daar kan niemand op tegen zijn, maar ondanks de uitgebreid beschreven stappen in het basismodel, blijft de praktijk voor een hulpverlener ingewikkeld.

Grote gevolgen
Bij al die stappen (signaleren, gesprek, advies, hulp inzetten of melden) moet de relatie met de cliënt in het oog worden gehouden. Het is goed dat de uiteindelijke melding pas als laatste stap wordt geformuleerd, omdat dat grote gevolgen kan hebben voor het betreffende gezin. Er komen een onderzoek, mensen over de vloer, gesprekken, eventueel interventies met een verplichtend karakter of zelfs een uithuisplaatsing van het kind.

Morele verantwoordelijkheid
Het is goed dat hulpverleners beseffen wat de consequenties van hun melding kunnen zijn voor het gezin. Zodra een hulpverlener enig vermoeden heeft dat een kind niet zo wordt behandeld als zou moeten, is ingrijpen noodzakelijk en een morele verantwoordelijkheid. Het is alleen de vraag of de zware ingreep van een melding altijd verstandig is. Het zal niemand verbazen dat een melding door de hulpverlener negatieve gevolgen kan hebben voor zijn of haar relatie met het gezin. De ouders zullen zich beschaamd voelen in hun vertrouwen, ze kunnen zich gestigmatiseerd voelen of het zo ervaren dat de hulpverlener hen in het onheil heeft gestort, het kind van hen af laat pakken.

Stabiliteit
Als het vertrouwen door de melding is geschaad, maakt het weinig meer uit of de hulpverlener gelijk heeft in zijn vermoedens of niet. De ouders kunnen ervoor kiezen het contact met de hulpverlener te verbreken: hij helpt hen niet, maar maakt de zaken alleen maar ingewikkelder. Hij bemoeit zich met zaken die hem niet aangaan. Ze willen niks meer met hem te maken hebben, dus verbreken ze het hulpverleningscontact. Dit kan grote gevolgen hebben voor de stabiliteit in het gezin, zeker in een situatie waarin hulp moeilijk op gang kwam of als het gezin zich zorgmijdend opstelt.

Transparant
Bij de aanpak van vermoedens van kindermishandeling of -misbruik moet de hulpverlener dus goed in ogenschouw houden wat de gevolgen van zijn acties zijn en welke alternatieven hij heeft. Een uitgebreid overleg met leidinggevenden, collega’s, eventueel andere hulpverleners rond het gezin, het AMK en andere betrokkenen is daarin van groot belang. Daarnaast moet de hulpverlener vanaf het begin van het traject met een gezin zo transparant en eerlijk mogelijk zijn over het onderwerp. Hij kan zijn vermoedens bespreekbaar maken, begrip hebben voor de onmacht van de (pleeg) ouders en samen met hen zoeken naar hulp.

Het heeft -als het toch zover komt- de voorkeur om als hulpverleners in gezamenlijkheid een melding te doen: dan wordt de verantwoordelijkheid gedeeld. Daarnaast moet er ook over de melding open met het betreffende gezin worden gesproken. Daarmee neemt de hulpverlener de cliënten serieus.

 

======
KADER
======

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Sinds januari van dit jaar is elke hulpverleningsinstantie verplicht een ‘meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ te gebruiken (zie Mobiel 6-2011). Dit om het voor onder meer hulpverleners, huisartsen en scholen eenvoudiger te maken om een melding te doen bij het Algemeen Meldpunt Kindermishandeling (AMK) bij vermoedens van misbruik of mishandeling van kinderen. Het is in deze wetswijziging voor hulpverleners nog steeds niet verplicht om mishandeling te melden, het is alleen zo dat instanties worden aangespoord (middels verplichting) om een protocol klaar te hebben liggen. De stap richting melding wordt zo kleiner gemaakt.

Het ‘basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’, uitgegeven door het ministerie van Volksgezondheid, kan dienen als leidraad voor instanties die met een protocol gaan werken. Het model gaat uit van een aantal stappen die genomen moeten worden na de signalering van een misstand: (1) het in kaart brengen van de signalen, (2) collegiale consultatie en eventueel het raadplegen van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) of het Steunpunt Huiselijk geweld, (3) in gesprek met de cliënt, (4) wegen van het geweld of de kindermishandeling, (5) beslissen: hulp organiseren of melden.

 


Tags: ,