‘Zij mag altijd alles’

Afgunst komt op alle leeftijden voor; bij kinderen, volwassenen, familieleden en collega’s. Het gaat altijd om iets wat een ander wel heeft en jij niet hebt of waarvan je denkt dat een ander het heeft. Meer liefde, meer aandacht, meer geld. Het ene kind geniet tevreden van zijn bakje vla. Het andere schopt een drama, omdat het een ietsepietsie minder krijgt.

Jaloezie speelt in vrijwel alle gezinnen wel eens een rol. Het wordt vaak gezien als negatief en slecht, maar psycholoog Pieternel Dijktra heeft een andere kijk op jaloezie. Af en toe jaloers zijn is zo slecht nog niet. Volgens Dijkstra is het zelfs gezond. Het prikkelt namelijk ook de ondernemingslust. Het maakt je alert op onrechtvaardigheid en spoort je aan om die recht te zetten. Kinderen kunnen je erop wijzen dat iets niet eerlijk is. Waarom krijgt hij een groter stuk taart dan ik?

Jaloezie is geen afgunst
Pieternel Dijkstra is psycholoog en schrijfster. Ze promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen op een onderzoek naar jaloezie en relaties. Dijkstra doet nog steeds onderzoek naar relaties, jaloezie, psychisch welzijn en sociale vergelijking, maar de focus ligt steeds meer op afgunst. Er is namelijk een verschil tussen jaloezie en afgunst, althans in wetenschappelijk opzicht. “Van jaloezie is meestal sprake binnen partnerrelaties. Bij kinderen is vaker sprake van afgunst. Jaloezie is gericht op een ander en draait meer om verlatingsangst. Afgunst gaat om iets wat een ander heeft of krijgt en jij niet, zoals aandacht, geld of cadeaus. Iets wat vaker voorkomt bij pleegkinderen”, denkt Dijkstra. Verlatingsangst speelt bij pleegkinderen ook een rol.

Wie krijgt het grootste stuk?
“Afgunst komt door vergelijken. Altijd en overal is sprake van sociale vergelijkingsprocessen, een heel natuurlijk verschijnsel in de maatschappij. Op je werk vergelijk je jezelf met collega’s. Afgunst speelt ook in gezinnen en nog meer in pleeggezinnen. In gewone gezinnen kan sprake zijn van competitiegevoelens tussen broers en zussen. Wie is het sterkste? Wie durft het meest? Van wie houdt mama of papa het meest? Dat is gezond en hoort erbij. Ouders proberen de aandacht te verdelen. Toch moeten kinderen leren dat ze soms meer en soms minder aandacht krijgen en dat ze moeten delen. Al blijft ook dan de strijd om het grootste stuk taart een issue. De strijd om aandacht van de ouders speelt in alle gezinnen, maar in pleeggezinnen kan het misschien eerder escaleren en sneller een rol spelen. Bijvoorbeeld binnen de relaties in het pleeggezin tussen pleegouders, biologische kinderen en pleegkinderen. Er wordt meer gekeken en vergeleken. Wanneer het ene kind meer aandacht vraagt en krijgt door probleemgedrag of ziekte, kan dat leiden tot afgunst bij de anderen. Zij voelen zich tekort gedaan. Het ‘brave’ kind wordt de dupe. Als pleegouders niet opletten, kan het uit de hand lopen.”

Wat zijn de gevaren?
“Als het ene kind veel aandacht nodig heeft, kan het andere kind ook negatief gedrag gaan vertonen. Uit afgunst kan zo’n kind zich afzetten en moeilijk doen om de aandacht op te eisen die het andere kind ‘te veel’ krijgt. Het tegenovergestelde kan ook gebeuren. Een kind kan zich overdreven braaf en netjes gaan gedragen om de ouders te ontlasten of om zich juist extra positief te positioneren ten opzichte van het probleemkind. In zo’n geval doet het ‘brave’ kind zichzelf geweld aan. Het doet zich anders voor dan het zich voelt. Het kan en mag zichzelf niet zijn. Een kind overziet nog niet alles en kan daarom niet altijd begrijpen waarom dingen lopen zoals ze lopen. Als het ene kind zich tekortgedaan voelt, kan dat leiden tot boosheid en wrokgevoelens die het met zich mee blijft dragen als volwassene. De negatieve gevolgen kunnen groot zijn”, waarschuwt Dijkstra. “Het kan leiden tot depressies en een verlate puberteit. Kinderen slaan soms helemaal los als ze volwassen zijn en op eigen benen moeten staan. Soms komen afgunst, wrok, boosheid en het gevoel beknot te zijn er dan pas uit.”

Hoe herken je jaloezie?
Kinderen kunnen niet altijd uitleggen wat ze voelen en al helemaal niet waarom ze zich zo voelen. Daarom uiten ze hun jaloezie op andere manieren. Volgens Dijkstra is het soms lastig om te doorgronden dat de onderliggende emotie van waaruit een kind reageert, afgunst is. Een kind kan soms ruzie zoeken met zijn (pleeg)broertjes, -zusjes, ouders en verzorgers, omdat het aandacht wil. Het kan stelen of spullen afpakken, maar soms ook op onmogelijke of onredelijke momenten dreinen en jengelen. Of als 11-jarige plotseling kleutergedrag gaan vertonen om de aandacht te krijgen waar het zo’n behoefte aan heeft, omdat het jaloers is op het jongere ‘schattige’ broertje of zusje.

Wat kun je eraan doen?
“Jaloezie en afgunst horen erbij. Kinderen vergelijken zich overal en altijd met kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd en sekse. Daardoor zal afgunst in pleeggezinnen meer voorkomen of escaleren als er meer kinderen zijn met ongeveer dezelfde leeftijd en sekse,” denkt Dijkstra. “Ze hengelen allemaal naar de aandacht van de ouders of verzorgers. Naarmate het leeftijdsverschil groter is, is ook de behoefte aan aandacht anders. Pubers vragen anders en op andere momenten aandacht dan jonge kinderen. Dus een groter verschil kan leiden tot minder afgunst, want de concurrentie is minder groot.”

“Als ouder kun je alleen blijven benoemen en uitleggen en proberen de focus naar het positieve te verleggen”, adviseert Dijkstra. “Jij mag al dit, want jij bent ouder. Dus probeer te benadrukken wat het kind al wel mag in plaats van te benadrukken wat het nog niet mag. Afgunst is een redelijke en goede emotie waar je als ouder altijd serieus op in moet gaan. Maak het bespreekbaar en geef het jaloerse kind het gevoel dat het gezien en gehoord wordt. Wat je vooral niet moet doen, is het negeren. Kijk of het kind toch gelijk heeft. Krijgt het inderdaad altijd het kleinere stukje van de taart?”

Niet alleen iets voor kinderen
“Afgunst bij biologische ouders richting pleegouders is ook een natuurlijk fenomeen. De biologische ouders weten dat ze zijn tekortgeschoten. Ze hebben een gevoel van minderwaardigheid ten opzichte van de pleegouders bij wie hun kind woont. Dat kan leiden tot afgunst. Als pleegouder kun je alleen proberen om de relatie goed te houden door simpel te benoemen wat de biologische ouders wel goed doen en dat ze belangrijk zijn voor hun kind. Door ‘kleine’ complimenten krik je hun eigenwaarde op.” Dijkstra’s tip voor pleegouders is om biologische ouders in hun waarde laten en te benadrukken wat ze betekenen voor hun kind. “Het gevoel van eigenwaarde opkrikken heeft namelijk vaak een positieve invloed. Het kan leiden tot betere relaties tussen kinderen, biologische ouders en pleegouders.”


Tags: , ,