Verbetering recht op informatie

In deze rubriek heb ik eerder geschreven over de wetsvoorstellen die op dit moment aanhangig zijn en die gevolgen hebben voor de rechtspositie van pleegouders en (pleeg)kind: het wetsvoorstel ter verbetering positie pleegouders en het wetsvoorstel herziening kinderbeschermingsmaatregelen.

De verwachting is dat het eerstgenoemde wetsvoorstel zal ingaan op 1 juli 2012 en het andere op 1 januari 2013. In deze rubriek ga ik nader in op de verbeterde informatieverstrekking aan pleegouders en op de verbetering van informatievoorziening tussen professionals binnen en buiten de pleegzorgketen.

Huidige situatie
Voor pleegouders geldt dat Bureau Jeugdzorg en de zorgaanbieder pleegzorg toestemming moeten verkrijgen van de pleegouders om informatie over de pleegouders te verstrekken aan anderen. Dit geldt dus ook voor de ouder(s) en het pleegkind: de ouder moet toestemming verlenen voor verstrekking van zijn of haar informatie aan anderen. De pleegzorgbegeleiders van de zorgaanbieder pleegzorg zijn als beroepskracht aan te merken. Daarom kan Bureau Jeugdzorg aan de pleegzorgaanbieder in principe zonder toestemming van de cliënt (pleegouders, ouders en minderjarige) informatie verstrekken. De pleegouders hebben geen recht op inzage van de gegevens van het pleegkind. De hulpverlener weegt af welke informatie er volgens hem nodig is voor de pleegouders om het pleegkind goed op te kunnen vangen. Zo zal verstrekking van informatie over het pleegkind sneller noodzakelijk zijn dan verstrekking van informatie aan de pleegouders over de ouders. In de praktijk wordt met het verstrekken van gegevens over het pleegkind aan pleegouders wisselend omgegaan. Veelal geven pleegouders aan dat zij slechts summier informatie krijgen over het pleegkind, hetgeen de dagelijkse verzorging en opvoeding kan bemoeilijken.

Voorstel
Het wetsvoorstel verbetering positie pleegouders beoogt de informatieverstrekking aan pleegouders over het pleegkind te verbeteren. Voorgesteld wordt om pleegouders in principe inzage te geven in alle beschikbare informatie: zowel van Bureau Jeugdzorg als van de zorgaanbieder pleegzorg. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen informatie over de ouders en informatie over het pleegkind. Het betreft dus de beschikbare informatie over beiden. Instemming van de wettelijk vertegenwoordiger (ouder met gezag of voogd) is hierbij niet vereist. Ook wordt geen onderscheid gemaakt met betrekking tot de aard van de plaatsing (bijvoorbeeld langdurige plaatsing of crisisplaatsing). De informatie moet zo mogelijk voor de plaatsing aan de pleegouders worden verstrekt. De gedachte hierachter is dat pleegouders zo goed mogelijk zijn toegerust om het pleegkind op te vangen en te verzorgen.

Verbeterde informatievoorziening tussen beroepskrachten
In het wetsvoorstel herziening kinderbeschermingsmaatregelen wordt voorgesteld om in het kader van de ondertoezichtstelling de informatievoorziening te verbeteren, met name tussen beroepskrachten binnen de keten (zoals gezinsvoogden en pleegzorgbegeleiders) en beroepskrachten buiten de keten (zoals artsen en leerkrachten). De beroepskrachten buiten de keten hebben nu voor het verstrekken van informatie over het kind en diens ouders toestemming nodig van de ouder met gezag of voogd en soms ook van de minderjarige zelf. Voorgesteld wordt om deze beroepskrachten bij een ondertoezichtstelling desgevraagd of uit eigen beweging, zonder toestemming van degene die het betreft, informatie te laten verstrekken aan Bureau Jeugdzorg. Het moet dan gaan om informatie die noodzakelijk kan zijn om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken. Beroepskrachten kunnen deze informatie zonder toestemming van degene die het betreft verstrekken, desnoods met doorbreking van de geheimhoudingsplicht.

 


Tags: ,