Pleegmoeders hotline

Vragend: “Er zit een koffievlek op mijn blouse, kan ik die eruit krijgen?”
Mededelend: “Ik kom zo langs.”
Onzeker: “Hoe maak jij eigenlijk de pindasaus?”
Zielig: “Ik zie het helemaal niet meer zitten, alles loopt fout.
Nu heb ik weer een rekening binnengekregen en ik heb zelfs geen geld meer om eten te kopen.”
Eisend: “Ik breng mijn post mee, dan kunnen we samen kijken!”
Dolenthousiast: “Je wilt niet weten wat ik gisteren gedaan heb.”
Huilend: “Ik heb zo’n ruzie met mama. Ik durf de telefoon niet meer op te nemen en ze blijft maar bellen.”
Informerend: “Ik heb de kast gekocht, hij is wit en heeft een glazen deur.”

Uitwonende pleegkinderen. Het gebeurt nogal eens dat ik een van hen aan de telefoon krijg. Iedere week sport ik met de oudste van het stel. Zij verzucht steeds: “Je wordt zeker weer de hele tijd gebeld.” Ik ben ermee gestopt haar eraan te herinneren dat ze zelf ook een aandeel heeft in die enorme hoeveelheid telefoontjes. Ben ik eens niet bereikbaar, dan is zij diegene die zeker twee of drie keer zonder tussenpoos, achter elkaar belt. Later moppert ze dan: “Waar was je nou, ik kreeg je maar niet aan de telefoon!”

 


Tags: ,