Mijn kind, jouw pleegkind

‘Je kind zegt mama tegen een pleegmoeder’ of ‘je kind wil getroost worden door haar pleegouder’. Deze situaties kunnen bij een ouder sterke gevoelens van afgunst en wrok oproepen en de plaatsing in het pleeggezin negatief beïnvloeden. Annemarie Manschot, pleegzorgwerker bij de Rading in Utrecht, praat met ouders over hun gevoelens wanneer zij niet zelf hun kind kunnen opvoeden.

Afscheid nemen van de rol van opvoedouder en de dagelijkse zorg is een pijnlijk proces met een ingewikkelde mix van gevoelens. Ouders kunnen in het contact met hun kinderen hun gedrag niet altijd goed omzetten naar gedrag dat het kind helpt in het pleeggezin. De Rading in Utrecht biedt sinds een jaar, aan ouders van een kind dat in een pleeggezin blijft wonen, gesprekken aan in het kader van die noodzakelijke roldifferentiatie. Tijdens deze gesprekken komt pleegzorgwerker Annemarie jaloezie tegen, vaak in combinatie met rouw en andere gevoelens.

Roldifferentiatie
Tijdens het proces van roldifferentiatie wordt samen met de ouders gekeken naar wat er is gebeurd en vooral naar welke rol zij als ouder nu hebben en kunnen krijgen in de opvoeding van hun kind. Bij de Rading hebben pleegzorgwerkers een module uitgereikt gekregen, waarin de verschillende fases en gevoelens worden beschreven en ook hoe ouders die nieuwe rol kunnen vormgeven. De pleegzorgwerker praat met ouders en pleegouders over de nieuwe situatie. “Ik vergelijk het proces weleens met een brug”, zegt Annemarie. “Aan de ene kant staan de biologische ouders en aan de andere kant de pleegouders, het kind overbrugt steeds die afstand. Als pleegzorgwerker loop ik mee met het kind en probeer die kloof te verkleinen.”

Het proces is individueel, bij sommige ouders wordt uitgebreid stilgestaan bij de verwerking van de rouw, andere ouders staan meer in het nu. Hoe lopen de bezoeken, wat wordt er verwacht?
Annemarie: “Ik merk dat het ouders al rust geeft als ik hen gewoon laat vertellen over hoe het was of als we foto’s van vroeger bekijken. Soms is er geen babyboek en maken we een levensboek voor het kind. In de laatste fase gaan ouders en pleegouders meer samenwerken in het belang van het kind. Uitbreiding van de contacten kan een resultaat zijn. Pleegouders verzetten zich daar soms tegen. Ze merken wel dat ontspanning in de bezoekregeling meer oplevert: die ouders horen erbij, als je hen op een afstand houdt, zitten ze (figuurlijk) juist altijd bij je op de bank. Het lukt helaas niet altijd de gezichten dezelfde kant, die van het kind, op te krijgen. De gesprekken kunnen ook te pijnlijk zijn voor ouders.”

Kleine voorvallen
Vaak herkent Annemarie in kleinere voorvallen jaloezie als onderliggende emotie. Bijvoorbeeld in de uitspraak: ‘Jij zorgt toch voor mijn kind, dan mag je ook al die reiskosten betalen.’ “Een pleeggezin gaat op vakantie naar Curaçao. Moeder werkt in alles tegen, onder andere met het paspoort. Die reis is altijd háár wens geweest, zij wil haar kind haar geboorteland laten zien. Moeder heeft echt moeite moeten doen zich daar overheen te zetten en het kind de reis te gunnen.”

‘Mama’ en ‘papa’ zeggen tegen pleegouders kan jaloezie veroorzaken. Annemarie: “Tijdens de roldifferentiatie maken we afspraken hoe pleegouders worden genoemd. Meestal kom je er dan uit met ouders, maar soms willen ze niets en blijft het pleegkind ertussen in manoeuvreren. Een pleegdochter zei tegen haar pleegmoeder, die ze van haar moeder absoluut niet mama mocht noemen: ‘Weet je, ik denk, dat ik in mijn hoofd en in mijn hart voel dat jij mijn mama bent!’”

Problematische afgunst
“Als jaloezie de vorm krijgt van aanvallen op de pleegouders, is er een probleem”, zegt Annemarie. “Zeker als het niet bespreekbaar gemaakt kan worden. Het kind zit klem en gaat zich anders gedragen, thuis of op school. Als je er met elkaar over kunt praten, is het probleem in zicht, kun je het delen en wordt het niet groter.

Onderhuidse afgunst is ook een probleem. Ik heb een plaatsing begeleid waarbij de ouders een wat kifterige houding hadden naar de pleegouders: ‘Vraag maar aan hen, zij weten toch altijd wat beter is!’ Hoe je dat bespreekbaar maakt is ingewikkelder, want dat gaat onderhuids en via een kind. Ik probeer dan het gedrag dat hierdoor ontstaat te benoemen bij het kind en naar ouders, maar dat is moeilijk. Zeker bij boze ouders die agressief kunnen worden. Ik ben er wel van overtuigd dat gevoelens van jaloezie alleen al verminderen door ernaar te luisteren en erover te praten.”

Jaloezie bij pleegouders
Annemarie vertelt dat bij pleegouders ook gevoelens van jaloezie kunnen ontstaan. “Pleegouders denken weleens: die ouders flierefluiten wat door het leven heen, nemen geen verantwoordelijkheid en dan mag ik voor hun kind zorgen! Een heel ander aspect van jaloezie is de trouw die kinderen hebben naar ouders. Pleegouder zijn dag en nacht bezig, vangen veel verdriet en problemen op. Terwijl ouders daar geen moeite voor hoeven te doen. ‘Al het moeilijke gedrag krijg ik op mijn bord en bij zijn moeder is hij een engeltje!’ Deze gevoelens komen in de begeleiding van de pleegouders terug.”

Tips
Het is vooral belangrijk dat pleegouders accepteren dat ze er een familie bij krijgen. Niet alleen het pleegkind komt bij hen wonen, ook ouders worden een onderdeel van hun gezin. Zij zijn onlosmakelijk verbonden met het kind. Annemarie: “Ik vind het belangrijk te zoeken naar waar ouders en pleegouders naar toe willen werken. Ik vraag hun dan in de rol van de ander te stappen en het belang van het kind centraal te stellen. Wat betekent het als je blijft trekken aan het kind en wat betekent het als je de moeder helemaal buiten de opvoeding houdt? Verder denk ik dat pleegouders vooral hun eigen verwachtingen moeten bekijken: wat wil je van het kind, welke rol gun je de eigen familie?”

Netwerkplaatsingen
Jaloeziegevoelens bij netwerkplaatsingen zijn in principe vergelijkbaar met die bij bestandsplaatsingen. Annemarie ervaart wel verschil in de wijze waarop gevoelens van afgunst worden geuit. “De standpunten naar ouders kunnen bij netwerkplaatsingen ongenuanceerd en hard zijn, het contact is veel persoonlijker. Eigenlijk voelen bestandspleegouders hetzelfde, maar de irritatie wordt ingeslikt en keurig verwoord. Bij een netwerkplaatsing kunnen mensen wat milder denken over de ouders, omdat er een belang van de familie speelt. Er kan natuurlijk ook al rivaliteit geweest zijn in het gezin van herkomst. Als je jaloers was op je zus en zij gaat voor je kind zorgen, dan zet de jaloezie zich voort in de pleeggezinplaatsing. Als pleegzorgwerker werk je meer contextueel: hoe was dat vroeger, hoe ben je er toen mee omgegaan en hoe is dat nu? Het inzicht in die patronen maakt het probleem vaak al minder zwaar.”


Tags: , ,