Pleegzorg, juridisch en pedagogisch (ver)antwoord

U kent Mariska Kramer door haar rubriek Hoe zit dat? in Mobiel en u kent Petra Bastiaensen doordat zij geregeld artikelen voor Mobiel schrijft. Het laatste stond in nummer 3 van 2011: Pleegzorg blijft vooral ‘gewoon’ opvoeden. Mariska is als jurist gespecialiseerd in pleegzorg en Petra heeft zich als gedragswetenschapper vergaand verdiept in pleegkinderen. Zij kenden elkaar via Mobiel en nu hebben zij hun vakkennis gebundeld in een boek met de titel: Pleegzorg, juridisch en pedagogisch (ver)antwoord.

Het boek verschijnt binnenkort in de serie De Kleine Gids van uitgeverij Kluwer. Dit is een serie van meer dan 30 delen over allerlei onderwerpen, met steeds als ondertitel ‘Moeilijke zaken, makkelijk uitgelegd’. Dat was even wennen, vertellen de schrijfsters. “We zijn zo gewend om allerlei vaktermen te gebruiken, maar het is een boek geworden dat makkelijk leesbaar is.” Mariska heeft daarmee al ervaring opgedaan met haar Paraplu voor pleegouders, een boek dat juridische kost aan de hand van praktijkvoorbeelden uitlegt in gewone mensentaal.

Verbinding
De uitdaging voor dit nieuwe boek was de verbinding tussen de juridische en de pedagogische uitgangspunten van pleegzorg. Deze combinatie biedt handvatten voor ieder die met pleegzorg te maken heeft. De thema’s die behandeld worden in het boek, zoals overplaatsing en bezoekregeling, zijn op deze verbinding gekozen. Aan de hand van casuïstiek beschrijven de auteurs hoe de juridische maatregel kan worden afgestemd op het hulpverleningsbeleid en andersom.

Bijvoorbeeld de situatie van een jongen die vrijwillig uithuis was geplaatst bij pleegouders. Door de hulpverleningsvariant werd duidelijk dat er een ondertoezichtstelling nodig was, waardoor hij in een opvoedingsvariant terecht kwam. De ondertoezichtstelling werd een voogdijmaatregel en uiteindelijk kregen de pleegouders de pleegoudervoogdij. Deze hele juridische kant wordt onderbouwd met de pedagogische uitgangspunten, waarbij de kern is dat stabiliteit voor het kind dient te worden bevorderd.

Geweldige vooruitgang
In het boek is ook ruim aandacht voor de wetsvoorstellen van (met name) de wet op de Jeugdzorg en het burgerlijk wetboek. De invoering van deze wetswijzigingen worden respectievelijk 1 juli 2012 en 1 januari 2013 verwacht. Mariska vertelt dat in de wetsvoorstellen het kind meer centraal komt te staan: “De achtergrond van de wijzigingen is ingegeven door de huidige visie op de ontwikkeling van het (pleeg)kind. Er komt als het goed is sneller duidelijkheid, (zeer) langdurige ondertoezichtstellingen worden uitzondering. Voor jonge kinderen wordt bij een uithuisplaatsing in pedagogisch opzicht niet in jaren gedacht, maar in maanden. Als een kind met een ondertoezichtstelling langer dan een jaar in het pleeggezin verblijft, wordt elke overplaatsing standaard door de kinderrechter getoetst. Pleegouders hoeven daartoe niet (meer) het initiatief te nemen, het is straks wettelijk vastgelegd. Dit voorkomt dat er al te gemakkelijk met kinderen kan worden geschoven alsof het poppetjes zijn. Een geweldige vooruitgang.”

Duivelse dilemma’s
De rode draad door het boek is dat er geen frictie hoeft te zijn tussen de juridische maatregel en de pedagogische visie en door de wetswijzigingen hebben Mariska en Petra er goede hoop op dat het geen ideaalplaatjes zijn, maar werkelijkheid. De beschreven casussen komen echt uit de praktijk. Petra merkt in haar werk soms dat de professionals onvoldoende vertrouwen hebben in de pleeggezinnen. Het is toch de bedoeling dat er voor het pleegkind een zo natuurlijk mogelijke situatie wordt gecreëerd, een situatie zonder bemoeienis van instellingen. “Men is nogal eens onbekend met de mogelijkheden die er zijn. Ik mis weleens de creativiteit. Pleegouders kunnen de pleegoudervoogdij hebben en toch een beroep blijven doen op de pleegzorgwerker. Bijvoorbeeld bij ingewikkelde oudercontacten. Je bent dan echter al wel weer een stuk dichter bij de natuurlijke situatie.” Dat het boek een reëel beeld schetst, blijkt wel uit een casus waarin pleegouders de pleegoudervoogdij wilden, maar waarbij niet aan de voorwaarden werd voldaan en de voogdij dus bij Bureau Jeugdzorg bleef. Mariska: “Het systeem, de wet, is ontzettend complex. Men komt voor duivelse dilemma’s te staan. Er zijn zoveel partijen rondom het kind en kom dan met al die partijen maar eens op één lijn. Het gaat om enorme verantwoordelijkheden, er worden levensbeslissingen genomen.”

Plezier in pleegzorg
Dit boek kan meer bekendheid, duidelijkheid en oplossingen geven bij allerlei pleegzorgdilemma’s. Mariska en Petra zijn zelf enthousiast en hebben het boek geschreven vanuit kansen en niet vanuit beperkingen. Ze zijn blij met de wet verbete¬ring positie pleegouders die ingaat op 1 juli 2012 en die het plezier in pleegzorg ook positief kan beïnvloeden. Mariska: “Ik hoop dat mensen het met net zoveel enthousiasme lezen als wij het geschreven hebben.”

Het boek komt uit in het voorjaar van 2012 en krijgt een voorwoord van Ad van der Linden die ervaring heeft als pleegvader, gezinsvoogd en kinderrechter en dus ook de verbinding kent tussen het juridische en pedagogische aspect van pleegzorg

 

Petra Bastiaensen is GZ-psycholoog/behandelcoördinator bij Juzt in Breda.
Mariska Kramer is werkzaam op de juridische afdeling van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering en werkt als zelfstandig advocaat in Amsterdam.


Tags: ,