‘We zeggen dat ze het met onze hulp wel kunnen’

Mobiel vroeg me om deel te nemen aan de studiedag ‘Ze zeggen dat we het niet kunnen’ over kinderwens en ouderschap van mensen met een lichte verstandelijke beperking (LVB). Naar schatting zijn er in Nederland tussen de 3000 en 6000 gezinnen met LVB ouders. Van mijn geboorte tot anderhalf jaar daarna behoorde ik tot die groep. Ik hoor bij de ‘ze’ van ‘ze zeggen’. Mijn ouders horen bij de ‘we’ van ‘we kunnen het niet’.

De studiedag is georganiseerd naar aanleiding van het boek met de gelijknamige titel van Ineke Verdonk. Het onderwerp ligt gevoelig: onderzoek uit 2005 toont aan dat bij tweederde van 1500 onderzochte gezinnen met LVB ouders het opvoeden problematisch verloopt (1). De dag begint met drie ervaringsverhalen: van een LVB moeder, een kind van LVB ouders en een betrokken familielid. Alledrie beschrijven de worsteling met LVB en tonen in meer of mindere mate vermoeidheid van en verdriet over de problematiek. Vooral het relaas van het volwassen kind grijpt mij aan: zoveel herkenning. Het volwassen moeten zijn als kind, je schamen voor je ouders, worstelen met een emotie die normaal zo vanzelfsprekend is: liefde. Mijn hart begint te trekken: ik ben geen professional en zie direct op tegen de rest van de dag, maar de koers van de conferentie verandert en mijn hart kalmeert.

Diverse professionals nemen de spreekstoel over. Ethicus Madeleine Roovers beschrijft hoe de hedendaagse zorg voor mensen met een verstandelijke handicap gevormd wordt door het idee van gelijkwaardig burgerschap. Zij zet vraagtekens bij het succes van een gelijke behandeling en pleit voor ontmoedigingsgesprekken en het gezamenlijk zoeken naar alternatieven. Ontmoedigen? Is dat altijd mogelijk? Ik was volgens mij een ongelukje en ongelukjes gebeuren onverwacht, nog voordat een ontmoedigingsgesprek in de agenda van de professional is gepland. Als het alleen bij ontmoedigen blijft, zou ik dus nog steeds bestaan. Prettig om te weten.

Aparte ouders? Een vak apart
Er volgen meerdere presentaties over de vormgeving van geschikte hulpverlening aan LVB gezinnen. Orthopedagoog Mart de Corte spreekt over ketenregie, krachtwijken en het coördineren van de betrokken hulpverleners. Wim Goossens is al jaren werkzaam met LVB huishoudens en benadrukt het belang van het luisteren naar LVB ouders en zelfreflectie door professionals: zij moeten niet de redder van het kind willen worden. Daarnaast dienen hulpverleners de juiste buffers aan te spreken, bijvoorbeeld door andere familieleden te betrekken in plaats van meer (onbekende) professionals. Goossens maakt een belangrijk onderscheid tussen ouderschap en opvoeding: een LVB ouder kan een rol blijven spelen als ouder, terwijl opvoedende taken door anderen worden overgenomen. Dit herken ik: het ‘moederzijn’ van mijn moeder kan door geen 100 professionals vervangen worden, hoe vele malen opvoedkundiger zij ook zijn.

Praten over ouders zonder te praten over kinderen
Tot mijn verrassing, en misschien teleurstelling, wordt er niet gesproken over verplichte anticonceptie of over de ‘tijdelijk niet opnieuw’-maatregel. Bij deze maatregel wordt ouders het recht op meer kinderen tijdelijk ontnomen als (gerechtelijk) wordt beoordeeld dat zij niet in staat zijn de verantwoordelijkheden te dragen die horen bij het ouderschap (2). Ik mis een gesprek over het huidige beleid van de Nederlandse overheid, waarbij kinderen direct na de geboorte weggehaald worden indien de ouders door deskundigen bij voorbaat als ’onverantwoord’ bestempeld zijn. Een bekend voorbeeld is baby Hendrikus, die in 2008 uithuis werd geplaatst, op basis van “twijfels of de toekomstige (LVB) ouders in staat zijn de noodzakelijke zorg te bieden”. Naast Hendrikus werden dat jaar post partum nog 50 kinderen direct bij de ouders weggenomen en in een pleeggezin geplaatst (3). Maar verplichte anticonceptie, uithuisplaatsing en pleegzorg komen niet aan bod. Blijkbaar willen ook De Corte en Goossens dat ik besta. Sterker nog, ze waren waarschijnlijk graag met mijn LVB ouders aan de slag gegaan. ‘Ze zeggen dat we het niet kunnen’ wordt ‘we zeggen dat ze het met onze hulp wel kunnen’.

Geen ouders zonder kind
Deze studiedag gaat voornamelijk over de mogelijkheden van de hulpverleners. Zij lijken de 1000 problematische gezinssituaties niet als alarmbel te horen, maar interpreteren het aantal van 500 als hoopgevend. Ik probeer mij voor te stellen hoe het geweest zou zijn als ik, met de hulp van wat Eigen Kracht-conferenties en ouderschapstheorieën bij mijn ouders was blijven wonen. Ik weet niet of het gewerkt had en juist die gevolgen blijven onderbelicht. Mijn hart begint weer te knagen. Ik voel mij genegeerd. Zal ik opstaan en hier een opmerking over maken? Ben ik objectief genoeg? Nee, dat ben ik vast niet. Zijn mijn zorgen terecht? Ja, in mijn geval wel. Dat raakt precies de kern van de problematiek: algemene uitspraken zijn lastig, het vormgeven van verlossende wetgeving is wellicht onmogelijk.

Hongerige gedachten
Op weg naar de conferentie had ik hetzelfde gevoel als bij de eerste kennismaking met mijn schoonouders: ik zag er tegenop en was tegelijkertijd nieuwsgierig. Maar, wellicht net als bij mijn schoonouders, het viel mee. De soep werd niet zo heet gegeten als ze werd opgediend. Waar Verdonk in haar boek, met grote zorgvuldigheid, inzicht geeft in en overzicht van de problematiek, toont de conferentie met de presentatie over steunmethodes, ketenregie en Eigen Kracht-conferenties, diverse mogelijkheden. Met het relaas van de drie (LVB) ervaringsdeskundigen werden enkele beperkingen belicht. Kortom, een prikkelend kijkje in de (noodzakelijke) hulpverlening omtrent LVB gezinnen. De essentie van het vraagstuk ‘waar beperkt de vrijheid van de één, de kwaliteit van leven van anderen’ blijft onbeantwoord. Mijn buik is verzadigd met de vier thee´s, drie bonbons en twee heerlijke broodjes, mijn gedachten blijven hongerig: ik ben niet één stap dichter bij het antwoord…

Ach, naast wat de ´ze´ zeggen en wat de ´we´ denken, geloof ik dat het misschien beter is: zo kan ik nog even in het midden laten of ik moet bestaan of niet… Een pak van mijn hart.

(1) Uit het onderzoek ‘Samenspel van factoren’, in 2005 uitgevoerd door de UvA en de VU, in opdracht van het ministerie van VWS.

(2) Oud PvdA Tweede Kamerlid Marjo van Dijken diende in 2010 een initiatiefnota in over de maatregel,      http://ikregeer.nl/document/kst-32405-2.

(3) Mat, J. (2008), ’Denken ze dat we met ons kindje gaan gooien?’, NRC.

======
Kader
======

Ze zeggen dat we het niet kunnen
Het boek is geschreven door Ineke Verdonk en gaat over kinderwens en ouderschap van mensen met een lichte verstandelijke beperking. ISBN 9789023247005. U kunt het boek bestellen via uitgeverij Van Gorcum. www.vangorcum.nl

 

 

 


Tags: ,