Meer netwerkpleegzorg door Eigen Kracht

Auteurs: Maud Verhoofstad en Tim de Jong   “Stel je voor dat je kinderen elders moeten opgroeien, aan wie zou je hen toevertrouwen?” Deze vraag stelde Mike Doolan tijdens een internationaal congres over democratisering van hulp en zorg, georganiseerd door de Eigen Kracht Centrale (1). Sommige aanwezigen noemen een goede vriend of vriendin, maar de meeste komen uit op familieleden. Niemand koos voor een ‘vreemd gezin’. Kun je boosheid en verdriet voorkomen als ouders en kinderen zelf de regie in handen krijgen en met familie en vrienden tot oplossingen komen? Een Eigen Kracht-conferentie geeft die regie en voorkomt regelmatig zelfs een ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing.

In een workshop met als titel ‘Welcome to the World of Kinship Care’ gooit Mike Doolan de knuppel in het hoenderhok met zijn pleidooi voor netwerkpleegzorg. Wat opvalt, legt Doolan uit, is dat mensen op zijn vraag niet zelden familieleden noemen die de kinderen nog nooit hebben gezien, bijvoorbeeld omdat ze in een ver buitenland wonen. Toch zien ze hen als beste optie voor hun kinderen om bij op te groeien. Dit heeft met een diepgeworteld vertrouwen te maken, dat is terug te voeren op een ‘gedeelde geschiedenis’. Het in verbinding blijven met die geschiedenis is volgens Doolan een van de pluspunten van netwerkpleegzorg, maar er zijn er meer. Netwerkpleegouders geven de zorg voor het kind minder snel op dan pleegouders die het kind van tevoren nog niet kennen. Het kind blijft dankzij de netwerkouders in contact met de culturele waarden binnen de familie. Voor het zelfgevoel van het kind kan het feit dat de familie voor hem of haar in de bres springt, een positief effect hebben. In een netwerkgezin is er bovendien vaak ook contact met de overige familieleden. Ten slotte kan plaatsing in een ‘vreemd’ gezin traumatisch zijn, terwijl oma of tante al vertrouwd is.

Aan deze argumenten voor netwerkpleegzorg valt weinig af te dingen. Voor een pleegouder die zich inzet voor ‘vreemde’ kinderen reden om zich af te vragen: ben ik nog wel nodig als opvang binnen de familiekring zo veel voordelen heeft? In de praktijk is niet voor elk kind een plek in familie of netwerk te vinden. Ook kan het netwerk te onveilig zijn voor een kind. Voor die gevallen blijven ‘bestandspleegouders’ altijd noodzakelijk. Families zien soms zelf ook in dat het niet anders kan en ze kiezen eerder voor een ‘vreemd’ gezin dan voor een instelling.

Recht op regie
Tien jaar geleden is de eerste Eigen Kracht-conferentie (EK-c) in de jeugdzorg georganiseerd, in 2010 werden bijna 1000 EK-c’s georganiseerd. In maart 2011 is een wetsvoorstel in de Tweede Kamer aangenomen dat het recht van de burgers verankert om eerst zelf met familie en bekenden een plan te mogen maken als overheidsingrijpen dreigt. Twee redenen voor een feestelijk congres. De aanwezigen uit binnen- en buitenland waren meestal zelf betrokken bij een vorm van EK-c. Een scala van terreinen waarop EK-c’s worden aangeboden is deze dagen gepresenteerd: problemen bij de opvoeding, problemen in de buurt, leerproblemen op school, huiselijk geweld, huurschulden, zorg voor (dementerende) ouderen, zorg voor mensen met een beperking, geestelijke gezondheidszorg en terugkeer uit gevangenis en jeugddelinquenten. Het uitgangspunt stamt af van traditionele gemeenschappen zoals de Maori. Mensen maken samen een plan, waarbij de regie in handen blijft van de persoon om wie het gaat, terwijl een onafhankelijke medeburger bijdraagt aan de praktische organisatie. Alle EK-c’s in Nederland worden door wetenschappelijk onderzoek gevolgd en de resultaten zijn goed, soms zelfs verbluffend.

Resultaten
Recent onderzoek naar 100 uitgevoerde EK-c’s in Amsterdam heeft aangetoond dat door het zelf maken van een hulpplan een ondertoezichtstelling werd voorkomen voor 22 kinderen (voor 24 kinderen dreigde deze maatregel). De hulpplannen werden als veilig geaccepteerd door de betrokken professionals. Er is een berekening gemaakt van de uitgespaarde kosten voor jeugdzorg: 238.000 euro. De actiepunten uit het hulpplan van de 100 EK-c’s worden voor 86 procent in eigen kring uitgevoerd. Vragen aan professionals gaan voornamelijk over voeding, woning en financiën. Er is sprake van substitutie van zorg: in 19 procent van alle acties nemen familie en vrienden taken op zich die anders door professionals worden gedaan. In 41 procent van de plannen wordt helemaal niet om zorg van professionals gevraagd, omdat de familiegroep de zorg volledig overneemt. Dit duidt, volgens de onderzoekers, op een kostenbesparing van professionele zorg en een toename van sociale cohesie.

Rob Jagentenberg presenteerde tijdens het congres een onderzoek naar jeugdprojecten en ‘multi-problem’-gezinnen (2). Afhankelijk van het tijdstip waarop de EK-c wordt ingezet, schatte hij enorme besparingen op zorg. Deze besparingen werken bovendien cumulatief, omdat dossiers van probleemgezinnen jaren blijven bestaan. Een klein succes dankzij de EK-c kan op termijn grote besparingen opleveren, niet alleen wanneer de EK-c in het begin wordt ingezet, maar ook als er al veel hulpverlening bij een gezin betrokken is.

Ontwikkelingen in Nederland
In Overijssel hebben alle jeugdorganisaties zich uitgesproken over het belang van de EK-c. In de praktijk betekent dit, dat bij iedere aanvraag Bureau Jeugdzorg de betrokkenen een EK-c aanbiedt.

De William Schrikker Groep zet landelijk EK-c’s in bij jeugdbeschermingszaken. Ook vindt een pilot plaats in samenwerking met MEE Amstel en Zaan. Voor jongeren van ruim 17 jaar wordt binnen de jeugdbeschermingsmaatregel hulpverlening vanuit MEE opgestart. De jongere wordt gemotiveerd om mee te werken aan een EK-c, met als doel het maken van een plan waarmee de jongere goed toegerust het 19e levensjaar kan ingaan.

In Amsterdam groeit het aantal EK-c’s, mede dankzij de inzet van wethouder Lodewijk Asscher. De verwachting is dat in 2011 nogmaals een verdubbeling van het aantal EK-c’s in Amsterdam zal plaatsvinden. Ook in andere provincies groeit de vraag naar EK-c’s, vanuit de burgers zelf of vanuit gemeenten.

Transitie Jeugdzorg
De overgang van de jeugdhulpverlening van provincie naar gemeente (3) biedt nieuwe kansen voor het Eigen Kracht-principe. EK-c’s blijken naadloos aan te sluiten bij de doelstellingen van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, namelijk regie en verantwoordelijkheid bij de burgers zelf.
De gemeente wordt in de nabije toekomst verantwoordelijk voor jeugdzorg en hulpverlening. Winst op toename van sociale cohesie, enorme kostenbesparingen en het genoemde wetsvoorstel dat in maart 2011 is aangenomen zijn sterke argumenten, die gemeenten en instellingen over de streep kunnen trekken. In verschillende bijdragen aan het congres wordt duidelijk dat binnen de jeugdhulpverlening op dit moment nog onvoldoende aandacht is voor de mogelijkheden van het (familie)netwerk. Dit heeft met praktische randvoorwaarden te maken, maar ook met weerstand bij hulpverlenende professionals: zij moeten de rol van helper en regisseur loslaten en bereid zijn gezinnen de regie te laten behouden over de aanpak van hun problemen.

Eigen Kracht en pleegzorg
De ervaring leert dat een EK-c de kans voor een kind vergroot om in het netwerk te worden opgevangen. Dit betekent dat bij uitbreiding van het aantal EK-c’s het aantal netwerkplaatsingen zal stijgen.

Pleegouders en pleegkinderen kunnen betrokken zijn bij een EK-c, maar kunnen er ook zelf om vragen. Het komt voor dat kinderen tijdelijk in een pleeggezin wonen en na de conferentie weer thuis kunnen wonen of dat er binnen het netwerk een plaatsing mogelijk is. Omgekeerd komt het voor dat een puber tijdens een conferentie aangeeft niet meer thuis te willen wonen en de familie overeenkomt dat een pleeggezin de beste oplossing is.

 ======
Kader
======

Miranda is tien jaar. Haar ouders zijn gescheiden. Ze woont eerst bij haar moeder en wordt in die tijd veel opgevangen door buren en haar oma, omdat haar moeder alcoholproblemen heeft. Als Miranda’s oma overlijdt, gaat het niet meer goed en gaat ze bij haar vader wonen. Hij verliest echter zijn baan en woning. Miranda vindt onderdak bij haar oom en tante. Vader blijft beloven dat zij weer bij hem mag wonen als hij een huis heeft. Moeder onderschat haar alcoholproblemen en wil ook dat Miranda bij haar komt wonen. Er ontstaat ruzie en de druk voor Miranda wordt te groot. De gezinsvoogd stelt een EK-c voor. Hij geeft als kader dat er niet onderhandeld kan worden over de pleegzorgplaatsing bij oom en tante. Miranda vertelt tijdens de conferentie haar mening: ze houdt van haar vader en moeder, maar wil bij oom en tante blijven. Ze wil geen ruzie meer en af en toe een weekeinde bij vader of moeder logeren. Miranda vertelt ook dat ze het naar vindt haar moeder onder invloed te zien en dat ze haar alleen wil bezoeken als er iemand van de familie bij is. Dit verhaal maakt indruk. Vader en moeder geven haar uiteindelijk toestemming om bij haar oom en tante te blijven wonen. Het plan rondom bezoeken kan worden gemaakt, de gezinscoach houdt met iedereen contact en Miranda kan weer gelukkig zijn in het pleeggezin. (uit ‘Werken met Eigen Kracht-conferenties in de jeugdzorg’).

(1) Dit congres vond van 19 tot 21 oktober plaats en werd medegeorganiseerd door de Hogeschool Utrecht. Mike Doolan komt uit Nieuw-Zeeland en is inspirator voor de Nederlandse Eigen Kracht-conferenties (Family Group Conferences)

(2) Dit onderzoek is gedaan door Mediation International Research, in samenwerking met het Institute for Public Sector Efficiency Studies van de TU Delft.

(3) Mobiel nummer 5 november 2011

www.eigen-kracht.nl

 

 

 

 


Tags: ,