Keuvelen over seks

Arno Derikx is seksuoloog, lid van de Nederlandse Vereniging voor Seksuologie (NVVS) en ingeschreven in het Europees Register voor Psychotherapie (ECP). Hij werkt 32 jaar in de jeugdhulpverlening. Daar heeft hij allerlei ‘takken van sport’ doorlopen, maar de laatste zes jaar houdt hij zich bezig met pleegzorg. Vaak komt hij als ‘troubleshooter’ in gezinnen. Zijn ervaring is dat veel thema’s goed bespreekbaar zijn, maar dat er rond seksualiteit nog wel eens sprake is van verlegenheid. Reden voor ons om met hem in gesprek te gaan.

Waar loopt een pleeggezin tegenaan als het gaat om seksualiteit?
“Voor pleegkinderen is seks een beladen onderwerp. Eigenlijk mag je alles oefenen en leren, behalve seks. Een pleegkind is extra kwetsbaar op dat vlak. Als het echt fout gaat, dan ben jij degene die uit het gezin moet vertrekken. Dat weet het kind. Ook is seks een onderwerp waarbij een jongere het niet gemakkelijk goed doet. Vertel je alles, dan ben je te vrij, maar vertel je niets, dan ben je te gesloten. Hoe moet je als jongere dan om advies vragen?

Pleegouders op hun beurt, kennen een pleegkind niet zoals ze hun eigen kinderen kennen. Het is het kind van een ander. Het ‘diepe weten’, zoals bij de eigen kinderen, is er niet. De pleegouders zijn bang dat dingen mis zullen gaan, dat zij fouten maken. Ook kan de angst dat hun eigen kinderen in de problemen komen, meespelen.

Als het gaat om het overschrijden van de grenzen, ligt het bij het onderwerp seks weer extra moeilijk. Doe je het stiekem, dan is dat fout. Ben je er eerlijk over, dan loop je het risico dat het gaat knallen. Het is net een huwelijk waarin de partner zegt: ‘Als je vreemdgaat, wil ik dat je het mij eerlijk vertelt, maar dan ga ik wel bij je weg.’ Dat werkt ook niet. Grensoverschrijdend gedrag is vaak het verkennen van grenzen. Je kunt een grens ‘aanraken’ en je gaat soms over een grens heen om zo te leren waar die grens loopt. Het verkennen van grenzen is een groeiopdracht van een kind, maar wat een normale ontwikkeling is, wordt bij seks gemakkelijk een probleem.”

Heb je hierin adviezen voor (pleeg)ouders?
“Als het om seks gaat, is er vaak weinig biologische kennis. Een jongen in de puberteit heeft ontzettend veel testosteron in zijn bloed. Hij is een ongeleid projectiel. Ik vergelijk het wel eens met een auto, volgetankt met kerosine en met een chauffeur zonder rijbewijs achter het stuur. Die puber sturen we dus wel de weg op en hij moet zich nog zien te redden ook.

Haal die biologische kennis op. We doen vaak een beroep op de ‘mensenhersenen’ van een puber, maar die zijn pas volgroeid op 22- of 23-jarige leeftijd. De ‘zoogdierhersenen’, die veel meer gericht zijn op lust en bevrediging, maken de dienst uit. Praten tegen de ‘mensenhersenen’ is dus al snel praten tegen dovemansoren.

Pubers moeten daarnaast nog leren om te gaan met wat ze oproepen. De opmerking ‘Je ziet er goed uit’ is gauw gemaakt, maar wat is ‘er goed uit zien’? Daar zijn kinderen nog helemaal niet in opgeleid. Weten deze kinderen wel wat de anderen zien? Onze maatschappij is gericht op seks. Kijk maar naar reclameborden of de televisie. Kinderen moeten dat kunnen hanteren, ze moeten ermee kunnen omgaan. Kunnen ze hanteren wat ze oproepen? Net als iedereen willen ze verbinding met de mensen om hen heen en daarin zijn ze kwetsbaar.

Seksueel voorlichten is een proces. Je kunt niet ‘het erover hebben als je er zelf aan toe bent’ . Ieder kind maakt z’n eigen ontwikkeling door. Ieder kind is er dus op een ander moment aan toe. Je moet het kind volgen, dus kijken. Eigenlijk weet iedereen wel wanneer je de beste gesprekken hebt. Die heb je tijdens het afwassen of als je samen boodschappen doet. Ga, als het gaat over seks, dan ook niet met een verhoogde hartslag een verplicht gesprek voeren, nadat je een week lang allerlei boekjes door het huis hebt laten slingeren. Keuvel erover. Kinderen kunnen dat prima, over allerlei moeilijke onderwerpen. Ze praten er even over en gaan dan weer verder met waar ze mee bezig waren. Seks hoort bij het leven, dus praat erover. Kinderen kunnen erover praten als jij het kunt.”

Welke rol kunnen de hulpverleners hierin spelen?
“Voor pleegouders is het de vraag: ‘Hoe gaan we het erover hebben?’ Een begeleider pleegzorg moet het onderwerp daarom gewoon bespreken. Seks hoort bij het leven. Iedereen doet het en iedereen is ermee bezig, ook dat pleegkind. Maak er een onderwerp van bij de gezamenlijke planbespreking. Hoe denken de verschillende volwassenen over het onderwerp? Met wie praat het kind erover? Hoe reageer je op die gesprekken of op het gedrag dat een kind laat zien? Hoe houden de verschillende opvoeders elkaar op de hoogte? De jongste met wie ik zelf over seks heb gesproken was drie jaar en de oudste was negenentachtig.”

======
Kader
======

Prima Pleegzorg
Als gedragswetenschapper is Arno Derikx verbonden aan Rubicon, een jeugdzorgaanbieder in Limburg. In het kader van ‘Prima Pleegzorg’ is hij gedeeltelijk gedetacheerd bij Xonar, een andere pleegzorgaanbieder in de regio. Prima Pleegzorg is in opdracht van de provincie Limburg ontwikkeld. Het is de bedoeling dat pleegzorg zich niet, zoals vroeger, enkel nog richt op de pleegouders, maar met name op het pleegkind en de mensen om het kind heen. Concreet betekent dit dat, naast het pleegkind, de pleegouders en ook de ouders (en hun sociaal en familiaal netwerk) worden begeleid. Arno Derikx begeleidt de overgang van hoe het was naar hoe het zou moeten zijn, want Prima Pleegzorg vraagt om een andere manier van denken en een andere manier van samenwerken.


Tags: , ,