Er was eens

Er was eens een kerstboom. En er was eens een pleegkind. Hoewel, de kerstboom was alleen nog maar een boom en het pleegkind alleen nog maar kind. Zij leefden nog niet zo lang of gelukkig toen de winter aan kwam waaien en beiden ontworteld en meegenomen werden. Ver weg van bos en ver weg van huis. Op een verzamelplaats van bomen en kinderen moesten zij beiden wachten. Onbekenden kwamen voorbij, met onbekende gezichten die de boom en het kind aankeken. “Die is mooi”, zei een kleine onbekende, maar hij wees naar een andere boom. “Wat ben jij een schatje”, zei een heel dikke onbekende tegen het kind. Maar het hondje in haar handtas begon te keffen en de heel dikke onbekende liep weer weg.

Op dat moment zag het kind op de grond vier schoenen stilstaan: twee herenschoenen en twee damesschoenen. “Schitterend”, zei een onbekende vrouwenstem. “Prachtig”, zei een onbekende mannenstem. De stemmen hoorden bij de schoenen. “Zou het over mij gaan?”, vroegen de boom en het kind zich af. En jawel, de boom en het kind werden opgetild en meegenomen, door de straten, door de sneeuw, naar een onbekend huis.

Binnen gingen de jassen uit en een grote houten doos werd geopend. “Wil jij meehelpen?”, vroeg de vrouw aan het pleegkind. Dat wilde zij wel en ze wees naar de grootste gouden ster. “Bovenop”, zei het pleegkind. De man tilde haar op, zijn vrouw gaf de ster aan. “Probeer maar!” Het pleegkind strekte haar armen uit, iets verder nog. Bijna… ja! Daar: de kers op de taart, de ster op de kerstboom. Het pleegkind lachte. De kerstboom lachte. Ze hadden zich allebei nog nooit zo bijzonder gevoeld. Toen leefden ze nog lang en gelukkig. Hoewel, de kerstboom iets minder lang dan het pleegkind.

Kerst is niet afhankelijk van de ‘wie’: je kan het vieren met een vreemde, je buren, collega’s, oude mensen, jonge kinderen, pleegkinderen… En met kerst maakt ook de ‘hoe’ niet zoveel uit, want kerst is niet konijn, kaarsjes of cadeautjes. Wat kerst kerst maakt, zit in de ‘wat’: samenkomen en samen delen.

 


Tags: ,