Afschaffing bijzondere kosten

In deze rubriek heb ik meerdere malen geschreven over twee wetsvoorstellen die zijn ingediend en die gevolgen hebben voor pleegzorg: het wetsvoorstel herziening kinderbeschermingsmaatregelen (32015) en het wetsvoorstel verbetering rechtspositie pleegouders (32529). Een van de verbeteringen die hiermee wordt beoogd, is verhoging van de pleegvergoeding voor alle pleegouders. Deze verhoging moet uit verschillende bronnen worden betaald. Een daarvan is het laten vervallen van de post ‘bijzondere kosten’ voor jeugdbeschermingspupillen van Bureau Jeugdzorg. Met het oog hierop is het de vraag of verhoging van de pleegvergoeding in de praktijk voor alle pleegouders een verbetering is.

Bronnen voor de financiering van de verhoging pleegvergoeding op een rij (1).
1. afschaffing van de ouderbijdrage, het laten vervallen van het recht op kinderbijslag en het kindgebonden budget bij een verblijf van vijf dagen of meer per week elders,
2. het budget voor bijzondere (of incidentele) kosten in het gedwongen kader wordt voor alle pleegouders ingezet, de compensatie van de algemene heffingskorting voor alleen-verdienende ouders met een pleegkind wordt voor alle pleegouders ingezet.

De onder 2 genoemde maatregel houdt in, dat dit budget niet meer ter beschikking wordt gesteld aan de Bureaus Jeugdzorg voor bijzondere kosten in het gedwongen kader, maar gebruikt wordt voor de verhoging van de pleegvergoeding voor alle pleegouders. Het ministerie van VWS wil hiermee een einde maken aan het onderscheid tussen pleegouders. Het onderscheid tussen enerzijds de pleegouders die in het gedwongen kader (ondertoezichtstelling of voogdij) voor een pleegkind zorgen en anderzijds de pleegouders die in het vrijwillig kader voor een pleegkind zorgen en de pleegouders die de voogdij (2) over het pleegkind uitoefenen. De eerstgenoemde groep kan thans een beroep doen op het budget bijzondere kosten, maar de tweede groep niet. Bovendien wil de minister een einde maken aan de regionale verschillen die er bestaan ten aanzien van de vergoeding van de bijzondere kosten (er is op dit moment geen gelijkheid in de vergoeding van de bijzondere kosten door de verschillende Bureaus Jeugdzorg). Met andere woorden: de minister wil het bestaande onderscheid opheffen door iedere pleegouder, ongeacht het juridisch kader, dezelfde pleegvergoeding te verschaffen.

Het budget bij Bureau Jeugdzorg voor de premiekosten voor de aanvullende ziektekostenverzekering blijft bestaan. Maar ziektekosten die niet onder de aanvullende verzekering vallen, kunnen dus niet meer (voor zover dat nu wel kan) door pleegouders worden gedeclareerd. Volgens het ministerie van Veilig¬heid en Justitie kunnen de kosten voor WA-verzekering, paspoort en begrafeniskosten voor het pleegkind nog wel worden gedeclareerd. Ook blijft het mogelijk om voor verschillende toeslagen per pleegkind in aanmerking te komen: toeslag voor crisisplaatsing, toeslag voor het gehandicapte kind en toeslag bij een derde en volgend pleegkind. De vraag is of een verhoging van de vergoeding per saldo voor alle pleegouders een verbetering is.

Pleegouders die veelvuldig voor een hoog bedrag een beroep doen op het budget bijzondere kosten (bijvoorbeeld hoge reiskosten voor school of ziektekosten die niet onder de aanvullende verzekering vallen) zullen met een verhoging van de pleegvergoeding (die ook nog eens gefaseerd wordt ingevoerd) veelal niet uit kunnen komen. Op dit moment is nog niet duidelijk wanneer en met hoeveel de verhoging van de pleegvergoeding, in verband met het vervallen van de bijzondere kosten, ingaat.

(1) Bron: brief Ministerie van Jeugd & Gezin, juli 2009, kenmerk JZ/GJ 2912000.

(2) Mobiel 1, 2011, Hoe zit dat? Knelpunten.

 


Tags:,