Tegenover mijn zus in de rechtbank

Verschillende keren ben ik in de rechtbank geweest voor de verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van onze pleegkinderen. De spanning die zo’n zitting met zich meebrengt, staat me nog helder voor ogen. Ik had het zo graag voorkomen, maar ik stond daar tegenover mijn zus, de moeder van de kinderen. Toen voelde ik heel goed dat een rechtszaak een middel is in een conflict.

Tegenstrijdige gevoelens gierden door mijn lijf, in de weken voor, tijdens en na de zitting. Enerzijds was ik blij dat een onafhankelijk persoon met verstand van zaken naar de belangen van de kinderen keek. Anderzijds voelde ik onrust en wantrouwen. Die rechter kende de kinderen niet. Hoe zou hij de verschillende documenten interpreteren? Alle betrokkenen stonden daar in het belang van de kinderen. Dat betekende ook: tegengestelde belangen van biologische ouders en pleegouders.

Dikke enveloppen
Drie maanden voor de OTS afliep, moest Bureau Jeugdzorg (BJZ) de verlenging aanvragen. Dat kon me niet ontgaan, want in die tijd vielen er dikke enveloppen in onze brievenbus. De medewerkers van BJZ hadden in een verslag beschreven waarom er verlenging moest komen. Ook hadden ze hun jaarlijkse hulpverleningsplan gemaakt. Beide documenten stuurden ze naar ons en de biologische ouders. Vervolgens konden wij reageren en onjuistheden doorgeven. Die verslaglegging vind ik overigens een verhaal apart. Het is moeilijk om een objectief verslag te schrijven. De voogdijwerker deed dat uiterst zorgvuldig, maar vaak zou ik dingen zelf net iets anders willen formuleren. Onze opmerkingen werden in het verslag verwerkt en de documenten gingen met het verzoek voor verlenging naar de rechtbank. De rechtbank stuurde ons het hele pakket nogmaals ter kennisgeving toe, samen met de uitnodiging voor de zitting.

Neutrale partij
De biologische ouders wilden het liefst weer zelf voor de kinderen zorgen. Wij gunden hun dat heel erg, maar vonden tegelijkertijd dat het nog niet kon, in het belang van de kinderen. Tijdens overlegmomenten met bijvoorbeeld het zorgteam, spraken we daar eerlijk met elkaar over. We hadden allemaal onze eigen argumenten. Juist omdat we familie zijn, was het voor ons moeilijk om een neutrale partij te blijven. Eigenlijk wilden we helemaal geen partijen rondom de kinderen. We wilden het graag goed met elkaar regelen. We wilden het eens zijn en tot een gezamenlijk besluit komen. Negen maanden per jaar lukte ons dat goed, maar de drie maanden rond de verlenging van de OTS stonden mijn zus en ik als partijen tegenover elkaar.

Elk jaar ging ik naar de zitting. Ik heb wel eens gedacht om niet te gaan, om uit de strijd te blijven. Daar had ik ook geen rustig gevoel bij. Als de uitspraak volgens ons niet in het belang van de kinderen zou zijn, kon ik daar niets aan doen. Dan was ik er niet bij geweest. Dat idee was onverteerbaar en daarom moest ik bij de zitting zijn. Dan pas had ik er alles aan gedaan om voor de kinderen op te komen.

Detectiepoortjes
De eerste keer in de rechtbank wist ik niet wat me overkwam. Ik voelde me bijna een crimineel. Mijn tas werd bekeken, ik moest door detectiepoortjes en meldde me bij mensen achter glas. Het personeel liep in een ander circuit. Ik moest naar een ruimte waar ook mensen voor andere zaken zaten te wachten. Daar zag ik dat twee heren elkaar vriendelijk begroetten, hun toga aantrokken en met elkaar gingen praten. Ik ving op dat ze advocaten waren. Ze zeiden dat ze het dossier nog even moesten lezen en dat hun cliënten nog niet waren aangevoerd. Daar zat ik met mijn angsten, twijfels, hoop en geloof in de rechtspraak. Gelukkig verliep onze zitting ordelijk. Iedereen achter de tafel stelde zich keurig voor. De rechter liet ons allemaal aan het woord, ook de medewerker van BJZ die alle zittingen doet. Zij heeft de kinderen nooit gezien en heeft nog nooit met ons gesproken. Ik hoopte dat zij zich wel goed ingelezen had en dat de voogdijmedewerker met haar gesproken had. Toen de rechter ieders verhaal had gehoord en vragen had gesteld, vertelde hij dat hij alles op een rij ging zetten. We zouden de uitspraak binnen veertien dagen toegestuurd krijgen. Het was nog twee weken spannend en dan kon de rust eindelijk wederkeren.

Advocaat
De moeder van de kinderen nam een paar keer een advocaat mee naar de zitting om haar bij te staan. Ik was bang dat mijn emoties hoog zouden oplopen en dat ik daarmee het belang van de kinderen zou schaden. Daarom vroegen we of onze pleegzorgwerker met ons mee wilde gaan naar de zitting. Zij vond dat ze dat beter niet kon doen, omdat ze de voorzitter van ons zorgteam is. Elk jaar zit ze een paar keer met alle betrokkenen aan tafel om de zaken voor de kinderen goed te regelen. Meestal lukt dat in goede harmonie, mede dankzij het optreden en de tact van deze pleegzorgwerker. Als zij ons tijdens de zitting zou bijstaan, kon dat de relatie met de ouders schaden. Pleegzorg heeft toen wel gezorgd dat de gedragswetenschapper met ons meeging en daar waren we blij mee. Zij kon het belang van de kinderen en hun opvoedingssituatie goed verwoorden. Dat stelde ons gerust.

Spannende zomermaanden
Verschillende jaren achter elkaar werd de OTS verlengd. Het waren steeds spannende zomermaanden. Niet alleen voor ons, maar ook voor de ouders van de kinderen. Elk jaar hoopten zij dat ze weer voor hun kinderen mochten zorgen. Ze kregen steeds te horen dat een OTS een tijdelijke maatregel is, omdat de optie van ‘terug naar huis’ openstond. Elk jaar werden ze hevig teleurgesteld en voelden ze zich niet gehoord en serieus genomen. Ze kregen mooie formuleringen te horen die zij vertaalden naar: “Wij zijn niet goed genoeg en we kunnen het niet.” Dit alles kwam onze relatie en dus het belang van de kinderen niet ten goede. Uiteindelijk sprak de rechtbank een paar jaar geleden een verderstrekkende maatregel uit. Uiteraard was het een moeilijke periode voor alle betrokkenen. Toch heeft deze maatregel voor duidelijkheid gezorgd en rust gebracht. Nu kunnen we twaalf maanden per jaar goed samenwerken.


Tags: , ,