Naar de zitting?

Is het aan te bevelen om als pleegouder naar de zitting van uw pleegkind te gaan? Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden, want het hangt meestal af van de omstandigheden. Vaak wordt gesteld dat het verstandiger is om ‘buiten de strijd’ met de ouders te blijven. Naar mijn mening hoeft dit geen argument te zijn om niet naar de zitting te gaan. Hieronder zal ik uiteenzetten waarom.

U hoeft in de zitting niet uw mening over de ouders te geven. Het is de rechter die de (pedagogische) mogelijkheden van de ouders beoordeelt. Sterker nog: het is niet verstandig om als pleegouders een mening over de ouders te geven. Dit is aan de (gezins)voogdijwerker van Bureau Jeugdzorg. De (gezins) voogdijwerker verwoordt namens Bureau Jeugdzorg het standpunt over de ontwikkeling van het kind en de (on)mogelijkheden van de ouders met betrekking tot de opvoedingssituatie.

 Belanghebbend
Wanneer mogen de pleegouders ter zitting van het pleegkind verschijnen? De pleegouders krijgen een oproep voor de zitting als zij ‘belanghebbenden’ zijn. Vaak gaat het dan om een zitting over de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Volgens de wet is iemand belanghebbende als een zaak ‘rechtstreeks betrekking heeft op diens rechten en verplichtingen’. Of hiervan sprake is, hangt af van de duur van de plaatsing, de aard van de plaatsing en de mening van het pleegkind zelf. Pleegouders zijn in ieder geval belanghebbend als zij een jaar of langer voor het pleegkind hebben gezorgd. Korter kan ook, gelet op de aard van de plaatsing. Er is dan bijvoorbeeld sprake van een perspectiefbiedende plaatsing (opvoedingsvariant) en/of het pleegkind geeft aan dat het graag wil dat de pleegouders worden gehoord.

Oproep
Bureau Jeugdzorg (of de Raad voor de Kinderbescherming, als het verzoek van de Raad afkomstig is) moet bij het verzoek aan de kinderrechter een lijst met de namen en adresgegevens van de belanghebbenden indienen. Deze personen krijgen dan een oproep van de kinderrechter om te worden gehoord (lees: ter zitting te verschijnen). Het is overigens geen verplichting om te verschijnen, maar het is wel correct om de rechter te laten weten of u als pleegouder(s) ter zitting verschijnt of niet.

Verzoek
Als u van mening bent dat u belanghebbende bent en ten onrechte niet op de lijst van belanghebbenden bent opgenomen, kunt u Bureau Jeugdzorg (of de Raad voor de Kinder-bescherming als het verzoekschrift van de Raad afkomstig is) verzoeken om u als belanghebbende aan te merken.
Als Bureau Jeugdzorg (of de Raad) vindt dat u geen belanghebbende bent, kunt u de kinderrechter verzoeken om u als belanghebbende aan te merken. De rechter bepaalt namelijk uiteindelijk wie de belanghebbenden zijn. U schrijft de kinder¬rechter dan een kort briefje met de vraag om u als belanghebbende aan te merken. In het briefje vermeldt u ook de naam en geboortedatum van uw pleegkind, het zaaknummer (dit heet rekestnummer), de datum van de zitting en uw (adres) gegevens.

Informant
Wanneer u (nog) geen belanghebbende bent, maar wel graag informatie over het pleegkind wilt verschaffen, kunt u bij de kinderrechter aangeven dat u als informant ter zitting wilt (of zult) verschijnen. Veelal zal de rechter u wel toestaan te verschijnen. Uw rol is echter beperkter dan die van belanghebbende. Als informant is uw rol ter zitting kleiner, u krijgt geen oproep voor de zitting en geen afschrift van de stukken (het verzoekschrift met bijlagen) en in principe ook geen kopie van de beschikking (uitspraak van de kinderrechter).

Zorgaanbieder pleegzorg
De zorgaanbieder pleegzorg is nooit belanghebbende, maar kan de kinderrechter wel verzoeken om als informant ter zitting te mogen verschijnen. Dit gebeurt in de praktijk steeds vaker, met name in complexe zaken met betrekking tot overplaatsing of thuisplaatsing van het kind. Het gaat dan bijvoorbeeld om een verschil van mening tussen de zorgaanbieder pleegzorg (en vaak ook de pleegouders) en Bureau Jeugdzorg over wat het beste is voor het kind: een thuisplaatsing of juist continuering van de pleeggezinplaatsing.

Brief
Wanneer u niet op de zitting kunt of wilt verschijnen, kunt u de kinderrechter ook een brief schrijven. De rechter zal deze brief mee laten wegen in zijn beoordeling. In de brief kunt u weergeven hoe het met (de ontwikkeling van) het pleegkind gaat en waarom de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd moet worden (of niet). Het is raadzaam om u te onthouden van een mening over de ouder(s). Dus niet: de ouders zijn absoluut onbetrouwbaar met betrekking tot de omgang. Maar: van de negen bezoekregelingen zijn de ouders er op vier verschenen of iets dergelijks. Houd uw informatie zo feitelijk mogelijk.

Wel naar de zitting
Het is aan te bevelen om naar de zitting te gaan, wanneer er sprake is van een belangrijk keerpunt met betrekking tot het pleegkind waar u uw zorgen over heeft of waar u het niet mee eens bent. Bijvoorbeeld – zoals hierboven vermeld – bij complexe zaken met betrekking tot overplaatsing of thuisplaatsing van het pleegkind, waarbij verschil van mening bestaat met Bureau Jeugd-zorg over wat het beste is voor het pleegkind. U kunt vragen of de zorgaanbieder pleegzorg bereid is als informant ter zitting te verschijnen.

Tip
U kunt een keer naar een zitting van uw pleegkind gaan ‘waarbij u geen problemen verwacht’. Zo ervaart u hoe een zitting in de praktijk verloopt, zonder dat uw rol ‘beladen’ is. Mocht het in de toekomst een keer nodig zijn om in een complexe zaak te verschijnen, dan weet u al hoe het er op een zitting aan toe gaat.

 


Tags: ,