Meissie

’t Is zaterdag en ik sta de kozijnen van ons huis te schilderen. Een auto stopt aan de overkant, het raampje gaat open. Excentrieke kop, denk ik. De man kijkt naar me, zou hij de weg willen vragen? Hij zegt wat tegen mij, tractors om de hoek maken zijn woorden onverstaanbaar. Ik stap over het hekje en ga wat dichterbij staan. Hij zegt weer wat, ik versta ‘m weer niet. Ik zeg: “Sorry, ik kan u niet verstaan, wat zegt u?” Hij snauwt me iets toe, ik versta de woorden ‘meissie’ en ‘Janna’ en iets van ‘hoe is het?’

Ik kijk hem vragend aan, hersenen op hoogspanning in nauwe samenwerking met de buik. “Ben je gek of zo?!”, schreeuwt hij plotseling. Hij roept nog eens dat hij wil weten hoe het met Janna is en noemt iets waardoor ik precies weet wie hij is: een oom. Ik antwoord dat het beter is, dat hij Bureau Jeugdzorg belt om te vragen hoe het met Janna gaat. Ondertussen kan ik me iets van zijn wanhoop voorstellen: zijn vrouw Janna, waar ‘de onze’ naar is vernoemd, is een halfjaar geleden overleden en hij heeft zo zijn beperkingen om goed (wat is goed?) met zijn emoties om te gaan. Hij scheldt nog wat, neemt mij op de korrel, ik draai me om en kijk hem aan. Hij kijkt doordringend terug en tenslotte rijdt hij weg. In de minuten die volgen maak ik een razendsnelle analyse en ik concludeer: niet dreigend, maar het maakt wel indruk. Ook dit hoort blijkbaar bij pleegzorg.


Tags: ,