Kinderrecht: mensenwerk in toga

“Wij gaan voor je vechten bij de kinderrechter” of “De kinderrechter besloot dat mijn pleegkind weer naar zijn biologische ouders mag”. Het zijn bekende en gevreesde voorbeelden van kinderrecht in pleegzorg. De uitspraken van een kinderrechter veroorzaken heftige emoties en hebben grote invloed op het leven van alle betrokkenen. Kinderechter Ad van der Linden vertelt over zijn werk en over zijn ervaringen als pleegouder.

“Het is mijn fout dat mijn kind niet bij me kan wonen.” Deze opmerking hoort Van der Linden vaak. Hij probeert dan altijd de zaak terug te brengen tot waar het echt om gaat. “Het gaat niet om wie wat fout doet, maar om de ernstige bedreiging in de ontwikkeling van het kind of de jongere. Ik doe een uitspraak waardoor die bedreiging wordt weggenomen of geminimaliseerd. Het is volstrekt niet relevant of het de fout of schuld is van een ouder. Dat is soms moeilijk uit te leggen.” Van der Linden is kinderrechter in Amsterdam. In Den Bosch en Den Haag is hij raadsheer bij het Hof, waar hij de kinderrechtuitspraken in hoger beroep toetst. Hij geeft colleges familie- en jeugdrecht aan de Universiteit Utrecht en schrijft een boek over kinderrecht voor niet-juristen. Ook is hij pleegouder geweest.

Gehoord
Pleegzorg kent vooral rechtszaken rondom voogdij, OTS of uithuisplaatsing. Een enkele keer wordt een kort geding (voorlopige voorziening) aangevraagd door pleegouders, wanneer een pleegkind dreigt te worden teruggehaald. Van der Linden ziet pleegouders die reeds een paar maanden voor een kind zorgen, als belanghebbenden in een rechtszaak. “Ik vind hun inbreng zinvol. Dat is niet bij alle rechtbanken vanzelfsprekend. Als het geplande wetsvoorstel wordt aangenomen in de Tweede en de Eerste Kamer, zijn pleegouders ook wettelijk belanghebbenden.” (1)

Jongeren vanaf twaalf jaar krijgen de gelegenheid gehoord te worden in een rechtszaak. “Het is een misverstand dat jongeren vanaf twaalf jaar mogen kiezen waar ze wonen. We luisteren en nemen hen serieus. De kinderrechter neemt de beslissing.” Kinderen tot twaalf jaar kunnen gehoord worden, afhankelijk van het inzicht van de kinderrechter.
Een pleegkind kan ook betrokken zijn bij een strafzaak. Formeel worden biologische ouders dan altijd opgeroepen. Zij zijn verplicht te verschijnen voor de rechtbank. “Het ligt voor de hand dat pleegouders, wanneer de jongere daar woont, ook opgeroepen worden. Dat gaat niet altijd goed. Het is geen wettelijke verplichting voor pleegouders om te verschijnen of om pleegouders op te roepen.”

Emoties
Een kinderrechter houdt tijdens de zitting letterlijk afstand. Hij zit achter een hoge tafel en creëert extra afstand door het dragen van een toga. Van der Linden krijgt regelmatig te maken met heftige emoties als verdriet, boosheid en agressie. Dit emotionele spanningsveld laat hem als mens niet koud. “Je kunt niet gaan huilen tijdens een zitting, maar ik herinner me een zaak waarbij we alle vier, rechters en griffier, moeite hadden onze ogen droog te houden. Het ging om twee verstandelijk beperkte ouders, die niets liever wilden dan zelf voor hun kind zorgen, terwijl wij allen wisten dat dit ondenkbaar zou zijn. Dergelijke zaken kunnen ingrijpend zijn. Ik behandelde laatst een zaak van een prostituee die zodanig leefde dat het niet mogelijk was haar kind goed op te voeden. Ze was heel verdrietig over mijn besluit. Later hoorde ik dat ze drie dagen daarna vermoord is. Het houdt je bezig en dat is ook niet erg. Als ik er wakker van lig of mijn emoties tijdens een zaak niet in bedwang kan houden, stop ik met werken als kinderrechter.”

Lastige situaties
Hij komt wel vaker lastige situaties tegen. “De zittingen voor kinderen en jongeren zijn gesloten. Dat betekent dat alleen personen worden binnengelaten die uitgenodigd zijn. Deze week had ik een moeder voor me en tijdens de zitting bleek dat in de gang een vriendin zat, die belangrijk voor haar was. We hebben haar toen binnengehaald, zodat zij moeder kon ondersteunen.”
Kortgeleden had hij op een zittingsdag twee verschillende zaken met moeders met borderline. “Een van hen zei: ‘Ik snap wat u bedoelt en ik ben het ermee eens, maar het kan zijn dat ik u over drie uur vervloek. De andere moeder ontkende dat ze borderline had en zat ongelooflijk ingewikkeld te doen. Gelukkig kon met hulp van haar advocaat haar gedrag enigszins in goede banen worden geleid. Daar moet je als rechter wel wat mee kunnen, want ze was nauwelijks stuurbaar.”

Jeugdrecht is casuïstiek
Een kinderrechter maakt eigen afwegingen op grond van verslagen en de informatie tijdens de zitting. Een andere rechter kan dus tot een andere conclusie komen. “Ik kom inderdaad zaken tegen waarbij ik het oneens ben met de uitspraak. Daarom kan men in beroep gaan bij het Hof, waar soms een OTS wordt opgeheven of een uithuisplaatsing ongedaan gemaakt. Gelukkig kan ik wel zeggen dat de uitspraken doorgaans kloppen. Kinderrechters moeten kritisch blijven en eigen uitspraken doen, zonder zich te verschuilen achter een rapport of deskundige. Een goede kinderrechter heeft enerzijds professionele afstand en anderzijds betrokkenheid en bewogenheid nodig om goed recht te spreken.” De persoonlijke omstandigheden van het kind of de jongere en zijn omgeving vormen de kern van zijn uitspraken. Tijdens het gesprek zegt hij regelmatig: “Het is casuïstiek”. Hij gaat uit van de individuele situatie en niet van algemene richtlijnen.

Pleegouder
Van der Linden is begonnen als inrichtingswerker bij jongeren. Daarna kreeg hij als maatschappelijk werker te maken met ouders en hun netwerk. Het belang van persoonlijk contact draagt hij nog steeds uit naar voogden. “Mijn advies aan voogden is: ‘zorg dat je kinderen en jongeren blijft zien, ook als ze in een instelling zitten’.” Vervolgens ging hij bij de universiteit werken en werd hij gevraagd als kinderrechter. Vanuit het maatschappelijk werk is hem een aantal keren gevraagd om een jongere op te vangen. Het eerste pleegkind was een pupil van een collega. Dit meisje heeft een aantal jaren bij hem gewoond en is daarna op zichzelf gaan wonen. Ook heeft hij jongeren tijdelijk opgevangen, soms succesvol, maar er is ook weleens een plaatsing afgebroken. De ervaringen tijdens zijn werk in de instelling en het pleegouderschap ‘kleuren’ zijn werk als kinderrechter. Toch ervaart hij voldoende afstand van de emoties van het directe contact met jongeren en hun familie en het pleegouderschap om als kinderrechter ook in deze zaken professioneel te blijven.

(1) Mobiel 3 2011, artikel Positie van pleegouders gewikt en gewogen.


Tags: , ,