Goed omgaan met gehechtheid en lastig gedrag

Pleegkinderen en adoptiekinderen zijn vaker onveilig gehecht dan kinderen in biologische gezinnen. Femmie Juffer, hoogleraar Adoptie bij de Universiteit Leiden en redactielid van Mobiel, ontving onlangs een subsidie van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) om een bestaande en bewezen effectieve begeleiding aan te passen voor pleegzorg en adoptie.

In een meta-analyse werd aangetoond dat pleegkinderen en adoptiekinderen vaker onveilig gedesorganiseerd gehecht zijn dan kinderen in biologische gezinnen. Gedesorganiseerde gehechtheid komt voor bij 36% van de pleegkinderen en bij 31% van de adoptiekinderen en dat is beduidend vaker dan bij kinderen uit biologische gezinnen (15%)(1). Kinderen met gedesorganiseerde gehechtheid ervaren ‘angst zonder oplossing’: voor deze kinderen zijn de ouders of verzorgers op hetzelfde moment een bron van angst èn de enige mogelijkheid tot het krijgen van troost. Door dit dilemma kunnen kinderen niet goed omgaan met stress.

Gedragsproblemen
Gedesorganiseerde gehechtheid is een risicofactor voor latere gedragsproblemen. Pleegkinderen en adoptiekinderen hebben inderdaad een grotere kans op gedragsproblemen zoals overactief, opstandig of agressief gedrag. Uit onderzoek is gebleken dat de meeste pleeg- en adoptiegezinnen zonder veel hulp van buitenaf hun kind uitstekende kansen kunnen bieden om lichamelijke en verstandelijke achterstanden in te halen, maar er is dus wel extra nazorg nodig om de onveilige gehechtheid te verbeteren en om met het lastige gedrag van het kind om te gaan.

Interventie voor pleeg- en adoptieouders
VIPP-SD (Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting – Sensitive Discipline) is gebaseerd op de gehechtheidstheorie. VIPP-SD is ontwikkeld aan de Universiteit Leiden en door het Nederlands Jeugdinstituut erkend als bewezen effectieve interventie.

Met dit kortdurende programma van zo’n zes huisbezoeken worden ouders geholpen om goed in te gaan op gehechtheidssignalen van hun kind en tegelijkertijd op een adequate manier grenzen te stellen in de opvoeding. VIPP-SD is geschikt voor gezinnen met jonge kinderen tussen 1 en 5 jaar en werkt met videobeelden die gemaakt zijn in het gezin. Er bestaat al een standaard VIPP-SD handleiding en een standaard (inter)nationale training. Op dit moment zijn (of komen) er bij de Universiteit Leiden aanpassingen van VIPP-SD beschikbaar voor diverse doelgroepen, zoals voor ouders van kinderen met overactief en lastig gedrag, voor Turkse gezinnen, voor gastouders en leidsters in kinderdagverblijven en voor ouders van kinderen met autisme. Door de subsidie van NWO kan er nu een aanpassing worden gemaakt speciaal voor pleegouders en adoptieouders. VIPP-SD voor pleegzorg en adoptie zal in de praktijk af¬zonderlijk, naast of in een bestaand nazorgaanbod gebruikt kunnen worden.

Hoe werkt het?
Veel pleegkinderen hebben verwaarlozing of mishandeling meegemaakt waardoor hun gedrag anders kan zijn dan dat van kinderen zonder zo’n voorgeschiedenis. Omdat er bijvoorbeeld niet werd ingegaan op negatieve emoties (zoals huilen), kunnen zij het afgeleerd hebben om deze emoties duidelijk te laten zien. Ook kan het kind ontmoedigd zijn om aanhankelijk gedrag – zoals lichamelijke toenadering of oogcontact – te tonen. De methoden en thema’s van VIPP-SD zijn zeer geschikt om heel gedetailleerd naar het gedrag van het kind te kijken en ook subtiele en minieme signalen van het kind waar te nemen en als het ware te vergroten.
In het eerste huisbezoek wordt bijvoorbeeld met behulp van videobeelden heel gedetailleerd gekeken naar het spelen en het gehechtheidsgedrag (contact zoeken) van het kind, terwijl in het tweede huisbezoek ‘speaking for the child’ centraal staat (als het ware het gedrag en de emoties van het kind ondertitelen). Als ouders goed ingaan op het gedrag van hun kind, zal het kind zich begrepen voelen en op de ouder durven te vertrouwen. Bij alle huisbezoeken is er speciale aandacht voor het omgaan met lastig en ongehoorzaam gedrag. De ouders krijgen tips en aanwijzingen over hoe zij het overactieve of dwarse gedrag van hun kind kunnen aanpakken en hoe zij gezeglijk en positief gedrag bij hun kind kunnen aanmoedigen en versterken.

 (1) Van den Dries, L. & Juffer, F. (2011). Hechten aan nieuwe ouders. Mobiel, tijdschrift voor pleegzorg, 38(1), 24-25.

 


Tags: ,