Geen protocollen maar paarden

Een muurgrote poster van een bos vol herfstkleuren siert de woonkamer van het gezinshuis van Chantal Dijkstra en Marc van Leeuwen in Utrecht. De ontelbare kaarsrechte stammen en de gele en bruine kleuren stralen rust uit. Dat mag ook wel, want hier wonen de gezinshuisouders samen met hun drie eigen kinderen én vijf pleegkinderen: licht verstandelijk gehandicapte tieners. Uit idealisme heeft Dijkstra een steunpunt voor gezinshuisouders opgericht, met als doel: het bieden van een luisterend oor, advies en informatie.

“Ik ben gezinshuisouder, omdat ik een groot hart heb voor kinderen in moeilijke situaties en omdat ik ze een zo normaal mogelijk leventje wil bieden.” Dijkstra zit op de bank in de voorkamer met een kopje thee, terwijl haar twee jongste kinderen van vier en twee haar aandacht proberen te vangen. “Ik geloof in de kracht, het idealisme en de professionaliteit van gezinshuizen. Dat moet ondersteund worden, vandaar mijn steunpunt.”

Feest van herkenning
Het steunpunt komt voort uit de Landelijke Werkgroep Gezinshuizen (LWG) van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP), een initiatief van enthousiaste gezinshuisouders die behoefte hadden om bij elkaar te komen. De LWG organiseerde landelijke bijeenkomsten voor gezinshuisouders. “Daar was enorme animo voor. We gingen met elkaar in gesprek, er waren sprekers en workshops. Het was echt een succes, een feest van herkenning.” Door gebrek aan tijd van de betrokkenen werd de werkgroep opgeheven. “Zonde dat het toen doodgebloed is.” Tja, tijdgebrek. “Alles moet in een gezinshuis strak georganiseerd worden, dus ook hier”, verzucht Dijkstra, “de agenda is heilig”.
Zonder structuur loop je achter de feiten aan. Op tafel staan daarom al de tien theeglazen klaar voor als de kinderen straks thuiskomen van school. De geplaatste kinderen zijn al groter, dus die kunnen praktisch gezien al wat meer voor zichzelf zorgen. “Dat scheelt veel tijd”, vertelt Dijkstra, “en gelukkig kunnen ze ook elkaar goed vermaken.” Mede dankzij de kast vol spelletjes en een tafelvoetbalspel in de achterkamer.

Steunpunt
Zes jaar na het einde van de LWG wilde Dijkstra toch de draad weer oppakken en startte ze het Steun¬punt Gezinshuizen. Ze houdt telefonisch spreekuur en geeft voorlichtings-bijeenkomsten voor toekomstige gezinshuisouders. Daarnaast geeft ze trainingen en is ze ingezet als mediator bij conflicten. Wie bellen er naar het telefonisch spreekuur? “Dat kunnen allerlei mensen zijn”, vertelt Chantal, “gezinshuisouders, maar ook teammanagers of directeuren van zorginstellingen.” Er bellen bijvoorbeeld geïnteresseerden die overwegen een gezinshuis te beginnen. Waar moet je op letten? Hoe is het geregeld met het dienstverband, de woning, allerlei praktische zaken? “Natuurlijk kunnen die mensen ook de instelling zelf bellen, maar die drempel is vaak toch wel hoog. Dus dan bellen ze mij. Ik heb inmiddels aardig in kaart welke instellingen wat bieden.” Er bellen ook gezinshuisouders die advies van Dijkstra willen over arbeidsvoorwaarden binnen hun organisatie. “Ik krijg veel vragen over allerlei protocollen en regelingen, zaken waar gezinshuisouders zich vaak geen raad mee weten. Of de gezinshuisouders komen er na twee jaar achter dat een busje voor al die kinderen eigenlijk wel handig is, maar kunnen ze dat aan hun instelling vragen?” Als je je als gezinshuisouder ondersteund voelt, zaken goed geregeld zijn en je goed in je vel zit, kun je dit werk volgens Dijkstra jarenlang met plezier doen.

Werk en privé
“Ik heb vijftien jaar ervaring als gezinshuisouder”, vertelt Chantal Dijkstra, “daarom kan ik mensen wel het juiste advies geven, denk ik. Als maatschappelijk werker en supervisor ben ik ook in staat de juiste reflecterende vragen te stellen.” Dat is zeker nodig als gezinshuisouders bellen over pedagogische of sociaal-emotionele problemen. Het gaat dan vaak over het spanningsveld werk-privé (Dijkstra: “Het is niet meer werk tegenover privé, het is een ‘way of living’.”), over geplaatste kinderen die seksueel grensoverschrijdend gedrag vertonen, over de veiligheid van je eigen kinderen of over conflicten met collega’s, de partner of leiding¬gevenden. Dijkstra: “Ik weet dat al deze vragen bij gezinshuisouders enorm leven en dat erkenning en ontmoeting dus heel belangrijk is.” Daarom is ze blij dat er vanuit de ‘Alliantie kind in gezin’ (1) een nieuw initiatief is ontstaan om de gezinshuisouders in Nederland (weer) te bundelen. Dijkstra zit in het bestuur van deze ‘Landelijke Beroepsvereniging voor gezinshuisouders’. “Ons doel is informatieverstrekking en advisering en het organiseren van bijeenkomsten voor ontmoeting en training.”

Heren-rijtjeshuis
De kinderen druppelen de kamer binnen, sommigen drijfnat van een heftige zomerse regenbui. Dijkstra geeft nog even een rondleiding. Eén van de geplaatste jongens laat in de keuken trots zijn nieuwe voetbaltenue zien, felgeel en rood op de eindeloos lange keukentafel. De twee wasmachines snorren. Het gezinshuis heeft maar liefst tien slaapkamers. Dijkstra noemt het “ons heren-rijtjeshuis.” De kamer van één van de geplaatste meisjes hangt tjokvol met paardenposters, alle muren zijn bedekt. “Volgens de protocollen mogen de kinderen alleen een prikbord om iets op te hangen”, verzucht Dijkstra, “maar al die regelingen zijn de doodsteek voor gezinshuizen. ik wil dat het leven zo normaal mogelijk voor de kinderen is.”

Het telefonisch spreekuur is elke dinsdagmiddag van 13.30 tot 14.30 (06-50425735).

www.steunpuntgezinshuizen.nl

(1) Mobiel 1 2011, artikel 10.000 kinderen naar gezinnen.

 

======
KADER
======

Gezinshuizen
Een gezinshuis is volgens de website van Chantal Dijkstra “een woon- en zorgvorm waarin door (een) gezinshuisouder(s) op professionele wijze vorm wordt gegeven aan de verpleging, verzorging, behandeling, opvoeding en begeleiding van een variërend aantal kinderen, die geplaatst en opgenomen worden in het eigen gezin van de gezinshuisouders.” In een gezinshuis wonen kinderen die niet kunnen aarden in een regulier pleeggezin en die – wat gezinshuisouders als Dijkstra betreft – een plaats in een residentiële leefgroep bespaard moet blijven.

Een gezinshuis valt strikt genomen niet onder pleegzorg, omdat de ouders een dienstverband bij een instelling hebben.
Er bestaat ook een ‘combivorm’: pleegouders die – naast hun pleegkinderen – via de instelling met een parttime dienstverband gezinshuiskinderen opvangen. Veel instellingen voor pleegzorg hebben een klein aantal gezinshuizen. Voor bijvoorbeeld de Bredevoortgroep zijn de gezinshuizen hun core-business, met het Jeugddorp De Glind. Verder zijn er gezinshuizen die zelfstandig functioneren en – sinds een paar jaar – freelance gezinshuisouders, die via de franchiseformule van gezinshuis.com hun diensten aan instellingen aanbieden.

Over het algemeen lijken de gezinshuisouders betrekkelijk weinig contact met elkaar te hebben, ook binnen instellingen.
Dit terwijl volgens betrokkenen juist gezinshuisouders behoefte hebben aan en baat hebben bij intensief contact met ‘collega’s’. De behoefte tot samenwerking en ontmoeting krijgt nu vorm in de Beroepsvereniging voor gezinshuisouders.

 


Tags: ,