Better Care Network pleit voor pleegzorg

Auteur: Liliane Waanders   Bep van Sloten is coördinator van de Nederlandse afdeling van het Better Care Network (BCN). Een netwerk van organisaties die zich inzetten om de zorg te verbeteren voor kinderen die niet thuis kunnen opgroeien. Het uitwisselen van kennis en ervaringen staat hoog op de agenda, want ondanks alle goede bedoelingen is een kind niet gebaat bij spontane acties van particulieren die zonder kennis van zaken afreizen naar arme landen om te helpen.

Voor Bep van Sloten is er geen twijfel mogelijk: “Kinderen hebben recht op de best mogelijke zorg. We zijn ervan overtuigd dat die best mogelijke zorg geboden wordt, als kinderen in een gezin opgroeien en dan bij voorkeur bij de eigen ouders. Deze overtuiging bindt de organisaties die verenigd zijn in het BCN.” Alle grote internationale organisaties delen deze visie, dankzij het BCN wordt de visie ook unisono uitgedragen. “Voordat het BCN werd opgericht, had niemand het mandaat om namens al deze organisaties te spreken.”

In de stuurgroep van de Nederlandse afdeling van het BCN participeren uitvoerende en fondsenwervende organisaties die allemaal hun sporen verdiend hebben op het terrein van ‘child care’: Unicef, Cordaid, IFCO, FICE Nederland, Wereldkinderen, Vereniging Jeugd en Kinderzorg, ICCO, Kerk in Actie, Prisma, Wilde Ganzen en Stichting Kinderpostzegels.

Het roer om
“Steeds meer grote organisaties zetten hun subsidie aan weeshuizen stop ten gunste van andersoortige projecten, waarbij pleegzorg een prominente plek inneemt. Dat is in overeenstemming met de ‘Richtlijnen voor alternatieve vormen van zorg voor kwetsbare kinderen’ van de Verenigde Naties. Daarin wordt residentiële zorg heel nadrukkelijk als een tijdelijke oplossing gezien die alleen in het uiterste geval en als een positieve keuze, bijvoorbeeld om therapeutische redenen, ingezet moet worden.” Het BCN lobbyt met succes bij overheden voor het hanteren van deze richtlijnen.

“De inzet moet zijn dat een kind dat niet bij de eigen ouders op kan groeien, een andere gezinssituatie geboden wordt. Dat kan alleen als landen een goed stelsel van kinderbeschermingsmaatregelen hebben. De consequentie is, dat beleid dat kindertehuizen in stand houdt, ontmoedigd wordt.”

Pleegzorg het alternatief
Pleegzorg is een voor de hand liggend alternatief, waardoor kinderen die niet meer kunnen rekenen op adequate ouderlijke zorg alsnog in een gezin kunnen opgroeien. “BCN ontwikkelt gereedschappen om pleegzorg en andere gezinsvormen goed te regelen, op basis van informatie uit zoveel mogelijk landen.” Dat pleegzorg een wijdverbreide vorm van zorg is, helpt. “Het opvangen van en zorgen voor kinderen is iets dat in veel culturen als vanzelfsprekend gebeurt als de noodzaak daar is. Het heet alleen niet altijd pleegzorg, het is niet overal formeel geregeld en wordt niet altijd vanuit de overheid ondersteund.”

De uitwisseling van kennis en ervaring, de kurk waarop het BCN drijft, maakt duidelijk dat het een misverstand is dat ‘zij’ alleen maar van ‘ons’ kunnen leren. “Het idee van netwerkpleegzorg danken wij aan kennis over de manier waarop kinderen in andere culturen opgevangen werden en aan de komst van immigranten naar Nederland. Netwerk¬pleegzorg is hier nu volledig geaccepteerd en wordt actief ondersteund.”

Vanuit hier helpen opstarten
Als pleegzorg ergens niet van de grond komt, heeft dat bijna altijd een financiële oorzaak. “Zonder financiële ondersteuning is het in armere landen ondoenlijk om een pleegkind op te nemen. Steun vanuit de overheid is zeker in ‘arme’ landen van essentieel belang.” Bep van Sloten zou graag zien dat particulieren vanuit Nederland projecten starten, gericht op het ondersteunen van pleegzorg en pleegouders in plaats van geld pompen in weeshuizen. “Zeker zolang een overheid nog geen geld heeft voor of interesse in pleegzorg is hulp vanuit betrokken particulieren onmisbaar.
Nederlandse pleegouders beseffen niet altijd hoe goed pleegzorg in Nederland geregeld is en hoeveel er mogelijk is als het gaat om zeggenschap, begeleiding en vergoeding. Hun ervaringen, omgezet in bijvoorbeeld een buddysysteem, zijn in landen waar pleegzorg nog in de kinderschoenen staat van grote waarde. Ook geld kan het verschil maken. Ik hoop oprecht dat Nederlandse pleegouders projecten gaan steunen die zich richten op pleegouders in het buitenland.”

Particulier initiatief
Het BCN ziet een duidelijke rol voor particuliere initiatieven. Naast het uitwisselen van kennis en ervaring is aandacht voor particulier initiatief een tweede speerpunt. “Er zijn veel mensen – alleen in Nederland al twaalfduizend – die in de vorm van grotere en kleinere projecten een bijdrage hopen te leveren aan het welzijn van kinderen elders. Dat gaat van leerkrachten die sponsorlopen organiseren tot mensen die hier alle schepen achter zich verbranden en zich ter plekke vestigen om te gaan helpen.” Omdat niet iedereen even goed weet waar hij aan begint, is enige sturing nodig. “Hoe goed bedoeld ook: projecten hebben alleen zin als ze vanuit de noodzaak daar, met lokale mensen, opgezet worden. Bovendien moeten ze passen binnen het beleid van de overheid. Wat veel vrijwilligers ook vergeten is, dat zij na verloop van tijd weer weggaan, terwijl het leven daar en de projecten doorgaan.” Wat Bep van Sloten wil zeggen: een vrijwilliger moet zijn plaats kennen. Hij maakt zich soms nuttiger door wc’s schoon te maken, dan door tijdens zijn verblijf extra aandacht te besteden aan de kinderen. Als hij met zijn ondersteunende werkzaamheden de vaste, lokale medewerkers in de gelegenheid stelt dat contact te intensiveren, is het effect op de lange termijn groter.

Nooit onbezonnen aan de slag
Het BCN staat voor het verzamelen en uitwisselen van kennis en ervaring. “Je kunt je in het buitenland alleen nuttig maken als je op de hoogte bent van de situatie in een land – hoe zit de wetgeving in elkaar, welke voorzieningen zijn er, waar is behoefte aan? – en als je verstand van zaken hebt en weet wat het voor een kind betekent om getraumatiseerd te zijn. Je moet door de schijnvrolijkheid van een kind heen kunnen kijken en niet te snel constateren dat het wel goed gaat omdat een kind lacht.
Het BCN verzamelt informatie, heeft een uitgebreide biblio¬theek, maar maakt ook voorlichtings- en instructiemateriaal en organiseert themabijeenkomsten die gratis toegankelijk zijn voor jeugdhulpverleners en (pleeg)ouders.” Aan naamsbekendheid in eigen land ontbreekt het echter nog, waardoor nu nog te weinig mensen gebruik maken van de kennis van het BCN. Tot spijt van Bep van Sloten is ook de Nederlandse pleegzorg ondervertegenwoordigd, net zoals ze dat overigens is op internationale conferenties. “Dat terwijl Nederland op het terrein van pleegzorg zoveel kennis en ervaring heeft.”

www.bettercarenetwork.nl

Liliane Waanders is (freelance) journalist en gespecialiseerd in de onderwerpen afstand en adoptie en Nederlandse literatuur.

 


Tags: ,