Wijziging van wetgeving (1)

 

In Mobiel 5 2006 en 2 2010 is in deze rubriek geschreven over het advies en het wetsvoorstel tot herziening van de kinderbeschermingsmaatregelen. Inmiddels zijn een aantal wijzigingen in het wetsvoorstel (amendementen) opgenomen. Hieronder vindt u de laatste stand van zaken met betrekking tot de belangrijkste wijzigingen voor pleegzorg.

1. Indien een minderjarige met een machtiging uithuis is geplaatst, is op verzoek van Bureau Jeugdzorg gedeeltelijke gezagsover¬heveling van de ouder aan Bureau Jeugdzorg mogelijk.

2. In de grond voor de gezags¬beëindigende maatregelen (nu: de verderstrekkende maatregelen) staat het belang van de minderjarige meer centraal.

3. Voor overplaatsing van een pleegkind dat in het kader van de ondertoezichtstelling langer dan een jaar in een pleeggezin is verbleven, moet Bureau Jeugd¬zorg toestemming verzoeken aan de kinderrechter.

4. Pleegouders kunnen geschillen die de uitvoering van de ondertoezichtstelling betreffen aan de kinderrechter voorleggen.

5. Pleegouders die een jaar of langer voor het pleegkind hebben gezorgd, worden als belanghebbenden aangemerkt.

Ad 1

Bij het begin van de uithuisplaatsing of tijdens de uithuisplaatsing, kan Bureau Jeugdzorg de kinderrechter verzoeken om het gezag van de ouder gedeeltelijk over te dragen aan Bureau Jeugdzorg. Dit is mogelijk als het gaat om:

a. de schoolkeuze, inclusief de inschrijving;

b. het geven van toestemming voor een medische behandeling van de minderjarige, jonger dan 12 jaar of van een minderjarige, ouder dan 12 jaar die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake;

c. het doen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning.

Indien Bureau Jeugdzorg niet overgaat tot het indienen van een verzoek tot gedeeltelijke gezagsuitoefening, kunnen de pleegouders de kinderrechter verzoeken om Bureau Jeugd¬zorg gedeeltelijk het gezag uit te laten oefenen. Pleegouders kunnen de kinderrechter niet verzoeken om henzelf gedeeltelijk het gezag te laten uitoefenen. Wel kan Bureau Jeugdzorg vervolgens de pleegouders machtigen om de feitelijke handeling te verrichten.

Ad 2

De kinderrechter kan het ouderlijk gezag beëindigen indien de minder¬jarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de ouder niet binnen een ‘voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn’ de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding kan dragen of als de ouder het gezag misbruikt. De Raad voor de Kinder-bescherming, het Openbaar Ministerie en de pleeg¬ouders kunnen hierom verzoeken.

Ad 3

Voor plaatsingen in het kader van de ondertoezichtstelling die een jaar of langer hebben geduurd, geldt dat Bureau Jeugdzorg toestemming moet verzoeken aan de kinderrechter voor beëindiging van deze plaatsing. Zie voor een beschrijving en voorbeeld pagina 7 van dit nummer.

Ad 4

Deze regeling is niet alleen voor pleegouders bedoeld maar ook voor de ouder, de minderjarige 12+, Bureau Jeugdzorg en pleegzorg. De regeling heeft betrekking op verschil van mening over de aanpak van problemen binnen de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Bijstand van een advocaat is verplicht.

Ad 5

Het is reeds praktijk dat pleegouders na een jaar belanghebbend zijn, deze praktijk is in de wet vastgelegd.


Tags:,