Wat is er met haar?

Ze had een heel slechte start. Haar moeder was alleen en had geen dak boven haar hoofd. Voor de bevalling werd moeder opgenomen in een tehuis waar ze na de geboorte van Sharon zoveel ruzie maakte dat ze er weer werd uitgezet. Samen zwierven ze over straat tot Sharon opgenomen werd in een crisispleeggezin. Vanuit dat gezin kwam ze bij ons, net zeven maanden oud.

Auteur: Marleen de lange

Sterke wil
Sharon weerde lichamelijk contact af. Ze liet meteen een heel sterke wil zien. Ze had zoveel verzet in zich tegen de box dat ze ging staan! Ruim voor haar eerste verjaardag liep ze de kamer rond. Het was geen gezicht op die kromme babybeentjes. Ze moest en zou alles kunnen wat haar pleegzusjes van 3 en 4 jaar ook deden. Ze was dominant, energiek en razendsnel. Ze sprak een onverstaanbare taal en stotterde daarbij. Ze leerde zichzelf fietsen. Ze was verschrikkelijk tegendraads. Koppigheidsfase? Die fase ging echter nooit voorbij. Aan tafel zat ze in haar eigen wereldje en speelde met haar vork een spel waar wij niets van begrepen.
We vroegen ons vaak af wat er met haar aan de hand was en maakten ons zorgen. Ze liet zo’n wisselend beeld zien. We gingen vermoeden dat het met haar voeding te maken had en schrapten chocola en kleurstoffen.

Onderzoeken
Ze ging naar school en maakte daar nauwelijks contact. Na een jaar stapten wij over naar een kleine school. Daar ging het redelijk. Ze ging in die periode vooruit. We ontdekten haar humor. Haar gedrag was zeer matig: ze plaagde, deed andere kinderen pijn en als iets niet ging zoals zij wilde, huilde en stampvoette ze, liet zich op de grond vallen en trapte wild om zich heen. Ze loog, was stiekem, verschrikkelijk onzeker en nerveus. Ze kon uren blijven zeuren om haar zin te krijgen. De gedragswetenschapper keek naar haar en deelde onze zorgen. In de jaren die volgden, kreeg ze een TOM-test.(1) Ze kreeg een psychodiagnostisch onderzoek. We deden het ‘een-dag-met-een-sterretje-project’. Ze werd vijf dagen opgenomen voor het COS-onderzoek.(2)
Ze nam deel aan een psycho-therapiegroep. Wij hadden gesprekken met de psycholoog. Ze kreeg Ritalin en Concerta. Ze kreeg sociale vaardigheids¬training. We kwamen met z’n drieën bij de GGZ voor gesprekken met de gezinstherapeut die ons hielp door naar ons te luisteren, maar eigenlijk alleen maar kon zeggen: “Ga een eind fietsen als het soms niet gaat met haar, want je kunt er niets aan doen.”

Anders dan anderen
Ze is nu 18 jaar. We hebben dit allemaal achter de rug. Wat is een probleem en wat is normaal? In de afgelopen puberteitsjaren wisten we dat heel vaak echt niet en zijn er veel conflicten geweest. Ze heeft een bijtende manier van communiceren met ons ontwikkeld. Iedereen die haar iets beter kent, ziet dat het ‘een vreemd kind’ is. Ze weet zelf ook wel dat ze anders is dan anderen, maar lacht dat weg. Ze heeft nog steeds gesprekken met een psycholoog en vindt dat fijn. Wij kunnen er gelukkig nog steeds voor haar zijn, hebben haar veel mee kunnen geven en blijven hopen dat ze een gelukkige volwassene wordt!

(1) TOM: Theory Of Mind
(2) COS: Cerebrale Ontwikkelings Stoornissen


Tags: , ,