Ruimte voor multiculturele ontmoeting

Auteur: Anjo van Hout  

Het is belangrijk dat pleegkinderen hun geschiedenis en achtergrond een plek kunnen geven in het pleeggezin. Dat is algemeen bekend. Pleegzorg-instellingen houden er rekening mee bij de matching en pleegouders besteden er aandacht aan als een kind in hun gezin komt wonen. Pro Education ontwikkelde voor Nidos (zie kader) een theoretisch beleids¬kader dat niet alleen het belang van dit principe onderstreept, maar ook hand-vatten biedt om het vorm te geven. Het opvanggezin wordt hierin gezien als ‘transitionele ruimte’.

Een transitionele ruimte kun je zien als ruimte voor multiculturele ontmoeting. Een pleegkind gaat een nieuwe wereld of levensfase binnen. Daar heeft het herordeningen (transformaties) van loyaliteiten, bindingen en emoties voor nodig. Door herordening kan een kind verliezen een plek geven en accepteren. Een transitionele ruimte maakt deze herordening gemakkelijker. Een pleeggezin moet het kind ruimte bieden om de meegebrachte cultuur en de nieuwe cultuur te verenigen. Bij een goede relatie tussen het kind en de pleegouders kan het kind een eigen relatie met de buitenwereld opbouwen. Zeker bij langdurige plaatsingen is dit essentieel. Voor een succesvolle plaatsing is het van belang dat een kind loyaal mag en kan blijven naar het milieu waaruit het afkomstig is en tegelijkertijd loyaliteit kan ontwikkelen naar het nieuwe pleeggezin. Bekend is dat wanneer dit proces niet kan plaatsvinden er conflicten ontstaan, binnen het kind, maar ook in de relatie tussen het kind en de pleegouders. Daarom is het belangrijk dat een pleeggezin zelf ook een loyaal perspectief ontwikkelt naar het gezin van herkomst.

Puberruil
In de jaren negentig is er een nieuwe visie op pleegzorg ontwikkeld. Wanneer een kind niet bij de eigen ouders kan wonen, wordt allereerst gezocht naar opvangmogelijkheden bij familie of het bredere netwerk. Daarmee blijft het kind in de bekende cultuur of achtergrond. Niet voor alle kinderen kan zo’n plek worden gerealiseerd. Bestandspleeggezinnen zijn nog steeds nodig. In de voorbereiding op het pleeg¬ouderschap wordt aandacht besteed aan het belang van contacten van kinderen met de eigen wortels en culturele achtergrond. Ook bij matching naar een bestandsgezin wordt rekening gehouden met cultuurverschillen. Het kan hierbij gaan om verschillen in etnische achtergrond, religie, politieke overtuiging, klassenverschillen en, vaak daarmee samenhangende, verschillen in opvoedingsstijlen. Het tv-programma ‘Puberruil’ is een boeiende illustratie van hoe totaal verschillend gedragingen, manieren en verwachtingen vanuit diverse sociale milieus kunnen zijn. Voor een weekje een uitdaging, maar voor een langere periode een grote opgave.

Voorbereiding
Bij het zoeken naar een passend pleeggezin, wordt uit¬gegaan van de problematiek en de ontwikkelingsbehoefte van het kind (en de ouders). Kennis over de achtergrond van dit specifieke kind is bekend bij de instelling en wordt gedeeld met de pleegouders. Zij bieden een transitionele ruimte aan dit kind. Met enerzijds ruimte voor herkenning vanuit de eigen cultuur van het kind en anderzijds een ontmoeting met de cultuur van het pleeggezin. Tijdens de kennismaking tussen het gezin van herkomst en het pleeggezin worden pleegouders gestimuleerd de ouders van het kind om advies te vragen. “Hoe zouden jullie dit of dat aanpakken? Jullie weten wat het beste is voor jullie zoon of dochter.”

Met een dergelijke positieve opstelling kan vertrouwen ontstaan bij de ouders en kunnen loyaliteitsproblemen bij het kind worden voorkomen. Tijdens de voorbereiding wordt met de pleegouders onderzocht op welke manier zij een transitionele ruimte kunnen worden voor het kind. Hoe willen zij dat concreet aanpakken? Het kunnen eenvoudige dingen zijn, bijvoorbeeld het kind vragen hoe het zijn kamer wil inrichten, wat het lekker vindt om te eten, wat het na schooltijd wil doen, waar het goed in is en wat het thuis heeft geleerd.

Ondersteuning
Tijdens de plaatsing gaat het inrichten van de transitionele ruimte door. Het is bijvoorbeeld bekend dat kinderen die in het gezin van herkomst geparentificeerd zijn (kinderen zorgen voor ouders in plaats van andersom) en verantwoordelijkheid droegen voor jongere kinderen of voor het huishouden, het heel moeilijk vinden als ze in het pleeg¬gezin helemaal geen taken meer hebben.

Gewoontes die je hebt meegekregen zijn een levenspatroon geworden. Wanneer die gewoontes, ook minder gewenste, ineens worden afgenomen, ontstaat er leegte, verdriet en onzekerheid. De overgang gaat soepeler wanneer sommige patronen van het kind een plaats krijgen in de cultuur van het pleeggezin. Dit is niet eenvoudig. Pleegouders moeten hun eigen cultuur kunnen relativeren en aanpassen. Tegelijkertijd hebben zij te maken met hun eigen kinderen, die gehecht zijn aan voor hen vertrouwde patronen. In zulke situaties is de ondersteunende rol van de pleegzorgwerker van belang.

Het concept van de transitionele ruimte houdt in dat het kind kennismaakt met een nieuwe cultuur die het kind kansen biedt om zijn eigen weg te leren gaan, zeker bij langdurige plaatsingen. Het is uitstekend wanneer het kind leert om te gaan met andere gewoontes, normen en waarden, maar dit kan alleen gerealiseerd worden vanuit een veilige en vertrouwde situatie. <

Anjo van Hout is opleider bij Pro Education (www.proeducation.nl) en oud-redactielid van Mobiel.

(1) ‘Thuis en onderweg’, Nidosmethodiek voor opvang en wonen in gezinsverband. Spinder, Van Hout, Hesser 2010.

=====
KADER
=====

Nidos
Kinderen en jongeren die zonder ouders naar Nederland vluchten, worden bij aankomst in Nederland onder voogdij van Nidos gesteld. Nidos heeft als beleid dat, waar mogelijk, opvang van deze alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA’s) in een gezin de eerste optie is. De achterliggende visie: ‘vanuit pedagogisch uitgangspunt is dit van groot belang, om volledig recht te kunnen doen aan de jongere en dus ook aan de groei tot zelfstandigheid’. Daar wordt aan toegevoegd: ‘er dient ruimte aan deze jongeren gegeven te worden om zich vanuit hun eigen cultuur – en als dat niet kan in ieder geval met heel veel respect voor de eigen cultuur – te ontwikkelen naar een eigen persoonlijkheid en te werken aan een eigen netwerk van contacten’ (1). In het verlengde hiervan kiest Nidos als woonsituatie voor de jongeren een zogenaamd ‘cultuurgezin’. Dit is: ‘een gezin dat de cultuur waaruit de jongere afkomstig is in belangrijke mate benadert. Zo mogelijk doordat (één van) de opvangouders afkomstig (is) zijn uit hetzelfde land van herkomst’. Medewerkers van Nidos gaan op zoek naar een gezin dat aansluit bij of herkenning biedt aan taal, cultuur, geloof en achtergrond van de jongere. In 2010 ontwikkelde Pro Education, in nauwe samenwerking met Nidos, een theoretisch en methodisch kader ‘Nidosmethodiek voor Opvang en Wonen in Gezinsverband’. Dit beleidskader kwam tot stand met concepten uit de antropologie, ontwikkelingspsychologie en systeemtheorie. Het concept transitionele ruimte is een belangrijke pijler en is ook toepasbaar binnen de reguliere pleegzorg.


Tags: ,