Ineens staat de wereld op z’n kop

Pleegzorgwerkers Karin en Bart kregen verschillende keren te maken met een overlijden in een pleeggezin. “Op zo’n moment vervagen de grenzen tussen werk en privé”, zegt Karin. “Het enige wat telt is, dat je er voor elkaar bent. Van mens tot mens.”

Op een winterse vrijdagochtend, tien jaar geleden, kreeg Bart een telefoontje. Hij zat alleen op kantoor toen hij het verschrikkelijke nieuws hoorde. Een pleegouderechtpaar was op vakantie omgekomen bij een vliegtuigongeluk. Bart: “Ik ging meteen op zoek naar mijn collega Karin, die een van de vier pleeg¬kinderen in het gezin begeleidde, de zesjarige Sanne. Karin was op huisbezoek en kwam meteen naar kantoor. We waren allebei enorm verdrietig, maar moesten tegelijkertijd veel in gang zetten.”

De pleegouders hadden de kinderen ondergebracht bij bevriende vakantiepleeggezinnen. Karin belde de voogd van Sanne en reed naar de pleegouders bij wie het meisje logeerde. Karin: “Normaal huil ik niet in een werk¬situatie, maar toen waren de tranen niet te stuiten. Sanne zat nog op school en we bespraken snel hoe we het haar gingen vertellen.” Ondertussen belde Bart met de school van Sanne. “Alles komt in beweging en je bent de spin in het web.”

Improviseren
“Het bericht kwam niet echt binnen bij Sanne”, denkt Karin achteraf en ze voegt eraan toe: “Het meisje had al zoveel meegemaakt. Deze gebeurtenis kwam bovenop een ingrijpende uithuisplaatsing en de moeilijke periode die daaraan vooraf was gegaan. Voorlopig mocht Sanne bij haar vakantiepleegouders blijven. We hadden in die tijd nog geen protocol of draaiboek voor dergelijke calamiteiten.” Bart vult aan: “Het was een kwestie van improviseren. We deden wat we moesten doen.” Vanwege de identificatie van de slachtoffers kon de begrafenis pas na twee weken worden geregeld. Tijdens de begrafenis had ieder kind een begeleider. De kinderen legden bloemen bij de kisten en brandden kaarsen. Ik heb een woordje gesproken namens de pleegzorgorganisatie.”

Wensen
“Ineens stond de wereld voor deze kinderen volledig op z’n kop”, zegt Bart. “Waar moesten ze naartoe? Na de begrafenis zijn we met een aantal mogelijke verzorgers in gesprek gegaan.” Karin: “We benadrukten dat ze goed moesten nadenken of ze de zorg wel aan konden en niet reageerden vanuit emoties.” Uit¬eindelijk werd voor alle kinderen een nieuwe plek gevonden. “Sanne ging naar een therapeutisch pleeggezin en woont tegenwoordig in een gezinshuis. In het weekend gaat ze naar het pleeggezin van haar jongere zusje.” Als gevolg van deze gebeurtenis praten Karin en Bart vaker met pleegouders over de dood. Karin: “Dan vraag ik wat hun wensen zijn als ze ernstig ziek zouden worden of overlijden. Natuurlijk is het de vraag of de kinderrechter hier rekening mee houdt. Toch is het goed om zoiets alvast in de week te leggen.”

Emoties
Na de begrafenis ging Karin nog één keer met Sanne naar haar oude huis. Op de muur van haar slaapkamer hadden de pleegouders steeds opgemeten hoe groot ze was. “We hebben dit stuk behang afgescheurd en in een plakboek geplakt. Ook voor de andere kinderen hebben we plakboeken gemaakt met foto’s van hun pleegouders, de begrafenis en andere herinneringen.” Karin zucht even. “Ik ben drie weken voortdurend met Sanne bezig geweest. De rest van mijn werk heb ik laten liggen. Het was een zware, emotionele tijd.” Bart knikt. “Zo’n gebeurtenis gaat je niet in de koude kleren zitten.” Hij vertelt het verhaal van de 17-jarige Carmen die drie jaar in een pleeggezin woonde. “Sinds kort woonde ze weer bij haar vader, maar ze kwam nog regelmatig bij haar pleegouders over de vloer. Op een dag ging ze met de brommer naar haar werk en werd geschept door een vrachtwagen.

Haar vader kwam het slechte nieuws zelf vertellen aan de pleegouders. Ze waren diepbedroefd, maar kregen niet echt ruimte om te rouwen. Tijdens de begrafenis zaten er duidelijk twee groepen in de kerk: de biologische familie en de pleegfamilie. De pleegouders hadden geen rol in het afscheid. Ik heb hen naderhand nog vaak gebeld en opgezocht, maar ik wist niet goed hoe lang ik daarmee moest doorgaan. Ik wilde me ook niet opdringen.” Ook Karin vindt dit een moeilijk punt. “Mensen kunnen niet altijd aan¬geven wat ze willen. Dan hoop ik maar dat ik het goed aanvoel.”

Grote impact
Diepe indruk maakte ook het overlijden van de 10-jarige Martijn, die aan een zware astma-aanval stierf. Karin: “Zijn pleegmoeder belde me thuis op en ik ben meteen naar haar toe gegaan. Het verdriet was groot, maar ze was ook kwaad op de huisarts. Hij wilde niet komen toen Martijn de astma-aanval kreeg. Ik ben nog bij gesprekken met de huisarts geweest en heb de pleegmoeder geholpen bij het indienen van een klacht. De huisarts heeft nooit zijn excuses aangeboden. Martijn kwam als baby bij deze pleegmoeder en groeide op samen met haar eigen kinderen. Deze gebeurtenis heeft nog steeds grote impact op het leven van de pleegmoeder en haar kinderen.”

Toen Martijn overleed, heeft het pleeggezin voor de zekerheid meteen afscheid van hem genomen. Karin: “Na zijn overlijden lag het gezag bij zijn ouders. Het was de vraag of de pleegmoeder betrokken zou worden bij de uitvaart. In het verleden hadden de ouders van Martijn zich nooit veel om hem bekommerd, maar in theorie konden zij nu ineens de regie overnemen. Uiteindelijk konden we de ouders pas na twee dagen bereiken. Ondertussen had de pleegmoeder al veel geregeld voor de begrafenis en de ouders vonden het gelukkig prima. Martijn werd in een witte auto naar de kerk vervoerd, voorafgegaan door twee motoragenten. Dat zou het jongetje fantastisch hebben gevonden. Zijn pleegmoeder vroeg of ik samen met haar kinderen de kist wilde dragen. Zoiets hoort niet bij je werk, maar toch doe je het. Tijdens het condoleren stonden de ouders en de pleegmoeder naast elkaar.”

Stil in huis
Karin en Bart zullen ook Suzanne nooit vergeten. Dit zesjarige meisje was zwaar gehandicapt en woonde al jaren in een pleeggezin met drie pubers. Haar moeder kon de zorg voor een kind met een beperking niet aan. Karin: “De pleegouders, allebei verpleegkundige, wisten dat ze niet oud zou worden. Het hele gezin was stapelgek op het meisje. Hun huis was helemaal aangepast en alles draaide om de zorg voor Suzanne. Het ging boven verwachting goed tot Suzanne griep kreeg en toch nog onverwacht overleed. Ineens was het stil in huis. De gezinsleden hadden al die jaren zoveel tijd en liefde aan het meisje gegeven. Ze vielen in een zwart gat. Toch zeggen ze achteraf dat ze het korte leven van Suzanne voor geen goud hadden willen missen.”


Tags: , ,