Bloemlezing van normale verhalen

 

Op een koffieochtend van pleegouders gaat het gesprek over het gedrag van pleegkinderen en hoe dat wel of niet in je gezin past. Het blijkt al snel dat gedrag dat in het ene gezin als normaal wordt beschouwd in het andere gezin beslist niet zou kunnen. De rol van de matcher is niet voor niets zo belangrijk. Hieronder een bloemlezing van wat pleegouders vertelden.

“Bij ons in huis laat eigenlijk altijd iedereen de wc-deur openstaan, maar als de kinderen dat ergens anders doen, kijken we er toch heel anders tegenaan.”

Marleen

Met het puntje van zijn tong probeert hij zijn neus aan te raken. Ondertussen kijkt hij zo scheel als hij maar kan. “Ophouden Bart”, zeg ik. “We zitten te eten.” Even later probeert hij met gekke bekken weer de aandacht te trekken van onze oudste dochter. “Doe even normaal”, zeg ik. Wat is normaal? Ons weekendpleegkind Bart heeft ADHD en raast vaak als een wervelwind door het huis. Dat was wennen, want onze dochters zijn over het algemeen vrij rustig. Doordeweeks hoef ik aan tafel niet vaak in te grijpen, maar als Bart er is, ben ik voortdurend alert. “Zit niet zo te wiebelen op je stoel. Dadelijk kiep je om.” Even later ligt hij schaterend op de grond. Tja, denk ik dan, het zal zijn ADHD wel zijn. Een paar dagen later ben ik op bezoek bij mijn zus. De kinderen zijn thuis gebleven, bij mijn man. Mijn neefjes denderen met hun vriendjes door het huis. Met hun modderschoenen schoppen ze een voetbal dwars door de kamer, rakelings langs een vaas bloemen. Mijn zus en ik hebben moeite om een gesprek te voeren. Het is onmogelijk om boven het gejoel van de jongens uit te komen. Ik blijf een hapje mee-eten, gezellig! Aan tafel vliegen de erwtjes in het rond en de kinderen staan voortdurend op van hun plaats. “Ach, typisch jongensgedrag…”, verzucht mijn zus. Ik denk weer: wat is normaal?

Hanneke

Het is lekker weer en de ouders staan bij het schoolhek te wachten tot alle klassen uit zijn. Telkens een nieuwe golf kinderen die de tas bij moeders voeten neermikken en vragen of ze nog even mogen spelen. Mijn pleegdochter van negen doet dat ook, met een kleine variatie. Ze gooit haar spullen neer, geeft mij briefjes, kijkt me niet aan, vraagt niets en verdwijnt zonder in de gaten te houden of de andere kinderen er al zijn. Ze reageert ook niet als ze geroepen wordt en komt enige tijd later, helemaal in paniek achter ons aan. “Waar was je nou, ik was je helemaal kwijt!” Bij navraag zien andere moeders niets raars. Ik zie een symptoom van een hechtingsprobleem.

Els

Voor docenten in de brugklas is het normaal om tegen de leerlingen te zeggen “overleg dat even met je moeder”. Onze pleegdochter vindt dat niet normaal en vliegt keer op keer tegen het plafond als ze dit zeggen. Dit jaar, in de tweede, constateert ze dat de docenten vorig jaar toch iets geleerd hebben. “Ze doen het bijna niet meer.”

Mieke


Tags: , ,