Amerikaanse roman over pleegzorg

Vanessa Diffenbaughs debuutroman ‘De verborgen taal van bloemen’ beschrijft het leven van een meisje dat in pleeggezinnen wordt verwaarloosd. Het boek legt de schade bloot die kinderen oplopen in ‘onveilige’ pleeggezinnen, maar toont ook het doorzettingsvermogen van een slachtoffer dat vecht voor haar toekomst. Tim de Jong sprak met de schrijfster over het boek en over haar eigen ervaringen als pleegmoeder.

De hoofdpersoon in het boek is Victoria, een Amerikaanse tiener die zich ontworstelt aan haar verleden. In de pleeggezinnen waar ze opgroeide, kwam ze emotioneel veel te kort en kreeg ze soms nauwelijks te eten. Als ze er op haar achttiende alleen voor komt te staan, durft ze niemand meer te vertrouwen.
Met vallen en opstaan bouwt ze een bestaan op, waarbij bloemen en hun betekenissen haar helpen om haar gevoelens te uiten en contacten met mensen aan te gaan. De hoofdstukken spelen zich afwisselend in het heden en verleden af. Als tienjarige heeft Victoria bij uitzondering een gelukkige periode beleefd bij Elizabeth, een alleenstaande pleegmoeder. In de loop van het verhaal kom je te weten waarom ze niet bij haar kon blijven.

Emotionele achtbaan
Door de opbouw en vlotte schrijfstijl blijft het boek spannend tot het eind. De belevenissen van de hoofdpersoon zijn zowel schokkend als hoopgevend. De periode waarin Elizabeth stapje-voor-stapje tot haar weerbarstige pleegdochter weet door te dringen, is een voorbeeld van het laatste. Als pleegouder vraag je je af: zou mij dit lukken? Maar gelukkig blijft Elizabeth een mens van vlees en bloed, met eigen tekortkomingen en fouten. Ook de emotionele achtbaan waarin Victoria terechtkomt nadat ze op haar achttiende zwanger is geworden, is indringend en invoelbaar beschreven. Na lezing roept de roman onvermijdelijk de vraag op: hoe realistisch is het beeld van pleegzorg dat wordt neergezet? Daarnaast ben ik benieuwd wat de schrijfster met haar debuut beoogt: zijn de pleeggezinnen het toevallige ‘decor’ voor een schrijnend en ontroerend verhaal of wil zij een boodschap uitdragen?

Tijdens haar Europese promotietour spreek ik met Vanessa Diffenbaugh. Terwijl het boek pas dit najaar in de VS zal verschijnen, zijn de rechten al aan 27 landen verkocht en is het in verschillende vertalingen al te verkrijgen. Diffenbaugh vertelt hoe het idee voor haar roman ontstond: “Er bestaan nog weinig boeken over pleegzorg. Als er al over wordt geschreven, gaat het over een pleegkind met wie alles perfect gaat óf een pleegkind dat het huis in de fik steekt. Het beeld is nooit genuanceerd.” Ook ‘Witte oleander’ van Janet Fitch, waar haar boek mee wordt vergeleken, geeft volgens Diffenbaugh een te stereotiep beeld van pleeggezinnen. Dit motiveerde haar om een ‘realistische roman’ te schrijven en haar eigen ervaringen als pleegmoeder erin te verwerken. Diffenbaugh: “Ik weet hoe moeilijk het kan zijn om van getraumatiseerde kinderen te houden en hoe moeilijk het voor hen is om liefde terug te geven.”

Bord met erwten
Toch doet de narigheid die de hoofdpersoon meemaakt, soms bizar aan. Zoals wanneer zij gedwongen wordt een bord met erwten op te eten, waar zij letterlijk van walgt. Diffenbaugh: “De verwaarlozing die Victoria ondervindt, heb ik van dichtbij gezien. In de VS mag een pleeggezin maximaal zes kinderen in huis opnemen, maar ik ken een alleenstaande pleegmoeder die er negen had en daarnaast gastouder was. Deze kinderen kregen niet genoeg te eten. In een ander pleeggezin overleed een kind aan de gevolgen van mishandeling. Haar pleegmoeder bleek meerdere keren haar vergunning voor het pleegouderschap te zijn ontnomen, maar meldde zich steeds bij een andere organisatie. Zo kreeg ze weer nieuwe kinderen toegewezen.”

Ook in Nederland komen misstanden binnen pleegzorg voor, maar het beeld dat Diffenbaugh schetst, is somberder. Je vraagt je af wat deze gezinnen motiveert om kinderen op te vangen. Diffenbaugh: “Veel Amerikaanse pleeggezinnen beginnen eraan uit financiële motieven. Als je weinig uitgeeft aan de kinderen, kun je een groot huis en een mooie auto kopen. Overigens is de pleegzorgvergoeding geen vetpot. Doordat de vergoeding niet is meegestegen met de kosten voor levensonderhoud, komen er minder nieuwe pleegouders. De toelatingsprocedure stelt weinig voor, omdat men iedereen wil binnenhalen. Tijdens het huisbezoek wordt wèl gekeken of alle keukenmessen achter slot en grendel zitten, want dat wordt door de wet vereist. Als ze achttien worden, hebben pleegkinderen nog nooit groente gesneden.”

Peuter
Een ander probleem is dat pleegouders worden overgehaald om een kind in huis te nemen dat niet bij hun situatie past. Diffenbaugh: “Toen mijn man en ik ons opgaven als pleegouders, werkten we allebei fulltime. We kozen daarom voor een schoolkind. Toen ze dringend een plek voor een peuter zochten, lieten we ons overhalen. We zouden haar bij de kinderopvang kunnen brengen. Wat ze er niet bij vertelden, was dat de opvang een wachtlijst had van drie jaar. Om mijn baan niet kwijt te raken, heb ik haar na twee weken weer terug moeten brengen. Ik heb me hier heel schuldig over gevoeld.”

Een paar jaar later liep een leerling van de school waar haar echtgenoot directeur was, van huis weg. De Diffenbaughs besloten de 14-jarige Trevon in huis te nemen en dit pakte goed uit. Ook de combinatie met hun twee eigen kinderen ging goed. Daarna heeft het gezin nog twee pubers opgevangen. Sommige eigenschappen en ervaringen van haar eigen pleegkinderen zijn verwerkt in het boek. Victoria’s obsessie met eten zal herkenbaar zijn voor veel pleegouders. Diffenbaugh: “Ik herinner me dat Trevon de eerste tijd bij ons steevast zijn rugzak op zijn rug droeg. Zelfs als hij het gras ging maaien, nam hij die rugzak mee. Zo had hij altijd iets te eten bij zich.”

Boodschap
De schrijfster hoopt bij haar lezers begrip te kweken voor pleegkinderen en wil de aandacht vestigen op de liefde die zij tekort komen en de misstanden binnen de (Amerikaanse) pleegzorg. Recent heeft ze een organisatie opgericht om 18-plus-jongeren te helpen: “De meeste mensen weten niet dat als je achttien wordt, je geen beroep meer kunt doen op jeugdzorg. Pleegkinderen worden dan helemaal op zichzelf teruggeworpen. Daarom ga ik jongeren in contact brengen met mensen die hen willen ondersteunen. Dat kan financieel, maar ook praktisch door bijvoorbeeld huisraad of een buskaart te schenken. Ook kun je een jongere helpen met een opleiding of het vinden van een baan.”

We houden Vanessa Diffenbaugh in de gaten: in haar volgende roman belooft ze opnieuw een ‘maatschappelijk probleem’ aan de kaak te stellen.

www.facebook.com/pages/De-verborgen-taal-van-bloemen/186927151360174

Vanessa Diffenbaugh.
De verborgen taal van bloemen.
Van Holkema & Warendorf. 2011.


Tags: ,