Voor het kind van een ander zorgen

Pleegzorg en adoptie, voor andermans kinderen zorgen, allebei komen ze voor in Nederland. Wat zijn nu globaal de verschillen en overeenkomsten tussen pleegzorg en adoptie vanuit de ouders gezien die een kind in hun gezin opnemen en vanuit het perspectief van het kind dat een thuis krijgt bij nieuwe ouders?

Jaarlijks worden er in Nederland ongeveer 700 kinderen geadopteerd en 9000 nieuwe plaatsingen in pleeggezinnen gerealiseerd. In de laatste tien jaar is het aantal adopties gehalveerd, terwijl het aantal pleegzorgplaatsingen is verdubbeld. Ook is opvallend dat veel meer mensen zich voor adoptie opgeven dan er adoptiekinderen zijn, terwijl er bij pleegzorg regelmatig nieuwe campagnes van start gaan, omdat er meer pleegouders nodig zijn. Bij adoptie gaat het vrijwel alleen maar om adopties uit het buitenland, bijvoorbeeld China. De laatste tijd komen er vooral zogenaamde ‘special-needs’ kinderen voor adoptie naar Nederland. Dat zijn kinderen die extra zorg nodig hebben vanwege een medisch risico, achterstand of belast verleden. In 2010 ging het bij 70 procent van alle adopties om special-needs kinderen.

Verschillen
Er zijn duidelijke verschillen tussen pleegzorg en adoptie. Het meest opvallende is het verschil in juridische status: adoptiekinderen zijn juridisch helemaal gelijk aan kinderen die in een gezin geboren worden. Zij krijgen daarom de achternaam van de adoptieouders, erven van hen en blijven ook na hun achttiende als kind bij het gezin horen. Bij pleegkinderen is dat wettelijk gezien niet het geval. Pleegouders hebben juridisch gezien ook geen zeggenschap over het kind. Belangrijke beslissingen zoals een medische behandeling of schoolkeuze worden in overleg genomen. Op de achttiende verjaardag van het pleegkind is pleegzorg officieel afgelopen. Bij pleegoudervoogdij is het verschil tussen adoptie en pleegzorg minder groot, omdat de pleegouder dan de wettelijke verantwoordelijkheid krijgt en zich voor langere tijd aan het kind verbindt.

Een ander verschil is dat pleegzorg in principe tijdelijk is (maar wel permanent kan zijn of worden in de praktijk) terwijl adoptie meteen en altijd definitief is. Ook de rol die de biologische ouders spelen in het leven van het kind is verschillend. Bij pleegzorg is blijvend contact tussen het kind en de biologische ouders meestal geregeld. Bij open adoptie (zie kader) blijft er ook contact tussen de biologische ouders en het adoptiekind, maar open adoptie komt in Nederland nauwelijks voor. Bij de meeste adopties is contact niet gebruikelijk, al zijn er in individuele gevallen wel uitzonderingen en lijken adoptiegezinnen steeds vroeger op zoek te gaan naar contact met de biologische familie. Bij een klein aantal binnenlandse adopties wordt soms wel een vorm van contact af­gesproken.

Overeenkomsten
Ondanks de verschillen zijn er ook frappante overeenkomsten tussen pleegzorg en adoptie. In beide gevallen zorgen de ouders voor het kind van een ander. Dat betekent dat er zowel bij adoptie als bij pleegzorg sprake is van een driehoek: het kind, de biologische ouders en de pleeg- of adoptieouders. Een opvallende overeenkomst is ook te vinden in de voorgeschiedenis van het kind en de gevolgen daarvan voor de ontwikkeling van het kind en de kansen om zich te hechten aan nieuwe ouders. Pleeg­kinderen en adoptiekinderen hebben altijd scheidingen en/of overplaatsingen meegemaakt en dat kan hun vertrouwen in volwassenen hebben verstoord. Ook hebben zowel adoptie- als pleegkinderen vaak te maken gehad met negatieve vroege levenservaringen, zoals verwaar­lozing of mishandeling. Als gevolg van die moeilijke start hebben adoptie- en pleegkinderen extra steun van hun nieuwe ouders nodig om weer op volwassenen te durven vertrouwen en zich veilig aan hen te hechten. Het is niet eenvoudig om een kind op te voeden dat niet altijd laat zien dat het een volwassene nodig heeft, een kind door wie je soms wordt afgewezen. Daarom hebben pleeg- en adoptieouders extra voorlichting, hulp en ondersteuning nodig bij de opvoeding. Alleen al daarom zouden alle betrokkenen – deskundigen en ouders – in de pleegzorg- en adoptie­wereld de handen ineen moeten slaan. <

www.pleegzorg.nl en www.adoptie.nl

Verder lezen:

– Femmie Juffer (2006, vierde druk; ook als digitaal boek verkrijgbaar). Adoptiekinderen. Opvoeding en gehechtheid in het gezin. Amsterdam: Boom.

– Mariska Kramer (2011) Pleegoudervoogdij (1) en (2). Mobiel, Rubriek Hoe zit dat? nummer 1, 2011 en nummer 2, 2011.

– Anne Maaskant en Anouk Reinders (2010). De zorg voor pleegkinderen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

======
KADER
======

Open adoptie
Open adoptie komt tegenwoordig vaak voor in Amerika en Engeland. Bij open adoptie blijft er contact bestaan tussen het adoptiegezin en de biologische familie van het adoptiekind. Dat contact kan indirect zijn, bijvoorbeeld via brieven en foto’s die over en weer gestuurd worden via een contactpersoon van de adoptieorganisatie. Het contact kan ook direct zijn, met rechtstreeks e-mail- of briefcontact en persoonlijke ontmoetingen. Wetenschappelijk onderzoek naar deze adopties laat zien dat de betrokkenen open adoptie positief waarderen. Open adoptie lijkt qua vorm – maar niet juridisch – op pleegzorg waarbij een bezoekregeling met de eigen ouders van het pleegkind is afgesproken.

Voordat er open adoptie was, moest er wel wat overwonnen worden, want vroeger geloofde men dat contact niet nuttig en zelfs schadelijk was. Voor de biologische ouders zou het zout in de wonde zijn, waardoor zij hun rouwproces na het afstand doen niet zouden kunnen afsluiten. Voor het adoptiekind zou het verwarrend zijn om twee paar moeders en vaders te hebben. Ook de adoptieouders zouden eronder lijden als iemand over hun schouder meekeek naar de opvoeding. De praktijk leerde anders: de biologische moeders hadden juist minder last van psychische problemen na de afstand, de adoptieouders waren tevreden met het contact en de adoptiekinderen functioneerden goed, terwijl ze blij waren dat hun levensgeschiedenis geen geheim was.

Ik las ooit een treffend voorbeeld dat duidelijk maakt dat kinderen goed onderscheid kunnen maken tussen een moeder uit wie je geboren bent en een moeder die elke dag voor je zorgt. Op de verjaardag van een ge­adopteerd jongetje was zijn geboortemoeder op bezoek en het jongetje was vrolijk met haar in de weer, liet haar zijn tekeningen zien en vertelde over zijn vriendjes. Toen hij even later opeens viel en zich pijn gedaan had, rende hij echter naar zijn adoptiemoeder om door haar getroost te worden.


Tags: , ,