Pleegoudervoogdij (2)

In de vorige Mobiel (nummer 1) heb ik uiteengezet wat de pleegoudervoogdijregeling inhoudt. In de praktijk blijkt dat deze regeling verschillende knelpunten oplevert op het gebied van financiering en onderhoudsverplichting, bij problemen in het pleeggezin en bij indicatie.

Verschil in financiering
Er is verschil in financiering van een pleegkind dat onder voogdij staat van Bureau Jeugdzorg en een pleegkind dat onder voogdij staat van een pleegouder. Bij een pleegkind dat onder voogdij staat, kunnen (of kan een gedeelte van) bijzondere kosten, zoals bijzondere medische kosten, leermiddelen en dergelijke, worden gedeclareerd bij Bureau Jeugdzorg. Als er sprake is van pleeg­oudervoogdij, worden de kosten niet meer voldaan, omdat Bureau Jeugdzorg geen bemoeienis meer heeft met het pleegkind (de voogdij ligt immers bij de pleegouder). Vanaf het moment dat de pleeg­ouder de voogdij op zich neemt, kunnen de bijzondere kosten niet meer gedeclareerd worden.

Over dit verschil heeft een pleeg­ouderechtpaar geprocedeerd. De Hoge Raad heeft op 30 november 2007 uitspraak gedaan. Met deze uitspraak staat vast dat de eenhoofdige pleegoudervoogd niet onderhoudsplichtig is en dat de staat eindverantwoordelijk is om ervoor te zorgen dat de pleegoudervoogd zijn opvoedingstaak goed kan vervullen.

De Hoge Raad deinst er echter voor terug om iets principieels te zeggen, want met de uitspraak blijft onduidelijk welke gevolgen deze uitspraak heeft voor de financiële toekomst van het pleegouderechtpaar en van andere pleegoudervoogden. Tot wie de pleegoudervoogden zich, buiten de rechtszaal om, moeten wenden om hun bijzondere kosten vergoed te krijgen, is niet duidelijk. Zolang dit onduidelijk is, zullen pleeg­oudervoogden zich tot de rechter moeten wenden.

Onderhoudsverplichting
Bij gezamenlijke voogdij worden de pleegouders onderhoudsplichtig. Zij moeten de kosten betalen van bijvoorbeeld een specialistische behandeling.

Indien een van de pleegouders de voogdij op zich neemt, bestaat deze onderhoudsverplichting niet, maar komt het er in de praktijk op neer dat de pleegouder desondanks de kosten op zich neemt (zich verplicht voelt de kosten op zich te nemen), omdat de eigen ouder van het kind niet draagkrachtig is.

Problemen in het pleeggezin
Als zich problemen voordoen, kan de pleegoudervoogd zich van de voogdij laten ontslaan. Echter, dan dient een bevoegd natuurlijk persoon of instelling (BJZ), zich bereid te verklaren de voogdij op zich te nemen. Dit kan in de praktijk problemen opleveren, bijvoorbeeld als Bureau Jeugdzorg niet bereid is de voogdij op zich te nemen, zodat de pleegoudervoogd met een ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van het pleegkind te maken kan krijgen.

Indicatie
Het Ministerie van VWS vereist voor de pleegoudervergoeding in het kader van de pleegoudervoogdij een indicatiebesluit verblijf. Voordat de pleegouder de voogdij op zich neemt, kan de voogdijwerker van Bureau Jeugdzorg deze indicatie nog aanvragen. Een verlenging van de indicatie moet formeel door de pleeg­­oudervoogd worden aan­gevraagd. Dit kan problemen opleveren, met name wanneer de pleegoudervoogd geen begeleiding meer ontvangt van pleegzorg. Bovendien wordt door de Bureaus Jeugdzorg verschillend omgegaan met betrekking tot de duur van het indicatiebesluit. Voorbeelden uit de praktijk zijn: indicatiebesluit tot meerderjarigheid van het pleegkind, indicatiebesluit voor de duur van twee jaar, voor de duur van een jaar et cetera. <

Mariska Kramer is advocaat bij Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering en werkt als zelfstandig advocaat in Amsterdam aan de Middenweg 57a (kantoor.kramer@kpnplanet.nl).


Tags:,