Mededogen

Zo wil ik er nog wel zes, hoor ik mezelf blijmoedig zeggen, terwijl ik de deur van haar slaapkamer achter me dichttrek. Janna vroeg me om een zoentje en gaf er eentje terug.

In opperbeste stemming, zonder laagjes, zonder ja-maars, heerlijk! Nog geen tien procent van de anderhalf jaar dat ze nu bij ons is, heeft ze dit humeur gehad. De echte Janna, de pure peuter. Onbezorgd, niet zo ‘te wijs voor haar leeftijd’ van twee jaar, zoals een vriend pas nog opmerkte. Tja, dat is het rugzakje. Ik heb eens een wandeltocht gelopen. De eerste dag trok ik het niet, met vijftien kilo bagage op m’n rug. Twee dagen later voelde ik die rugzak niet meer. Je went eraan, er valt prima mee te leven. Voor onze jongedame is dit de uitdaging. Eentje die ze glansrijk gaat overwinnen. Daarin heb ik alle vertrouwen.

Ik doe mijn uiterste best de maandelijkse afspraak met haar moeder weer te plannen. Ik sms, ik mail. Janna herkent de foto van haar moeder op het beeldscherm van mijn mobieltje en we spreken samen een boodschap in. Ik krijg geen contact en geen bericht terug. Ik wens Janna zo vurig een goed, waardevol contact met haar ouders toe. Ik zou heel gemakkelijk kwaad op haar moeder kunnen worden, maar ik doe het niet. Ik word toch ook niet kwaad op Janna als ze me niet knuffelt? Onmachtig zijn we allemaal, de een wat meer dan de ander. Mededogen is het enige antwoord. <

Janna kwam terecht bij een pleegvader die zelf in een pleeggezin opgroeide. Met plezier schrijft T.D. over zijn leven met Janna.

 


Tags: ,