Jo Hermanns: Pionier in pleegzorgland

De meeste uithuisgeplaatste kinderen kunnen in een pleeggezin geplaatst worden. Dat is de stelling die Jo Hermanns, hoogleraar Opvoedkunde aan de Universiteit van Amsterdam, tijdens dit interview poneert.

“Als we pleegouders beter uitrusten qua vaardigheden en hen beter onder­steunen als het moeilijk wordt, is dit haalbaar. Zelfs voor heel moeilijke kinderen is het beter om met één vaste opvoeder te maken te hebben dan met een hele serie wisselende opvoeders.”

Zijn allereerste kennismaking met pleegzorg was lang geleden, toen hij een soort weekendpleegouder was. In zijn eerste baan, als directeur van een jeugdhulpverleningsorganisatie, had Hermanns zijdelings met pleeggezinnen te maken.

“De busjes van het medisch kinderdagverblijf die kinderen ‘s avonds thuisbrachten, kwamen soms weer met een kind terug. Dan was er acuut een tijdelijk onderdak nodig. We hadden een aantal gezinnen in ons bestand, die we dan konden inschakelen. Ook beschikten we over een materiaal­depot, waar gezinnen bijvoorbeeld bedjes en babyflessen konden lenen.”

Toekomstperspectief
In de jaren ‘70 was Hermanns al van mening dat teveel kinderen in instellingen geplaatst werden en te weinig in pleeggezinnen. Beroepsmatig verdiepte hij zich pas echt in deze materie toen hij samen met Ton Horn in 1998 in opdracht van Trillium een nieuwe visie op pleegzorg ontwikkelde. “Na een aantal rondes van expertmeetings, waar pleegouders, pleegkinderen en werkers hun visie gaven op pleegzorg, ontstond het plan van een hulpverleningsvariant en een opvoedingsvariant.(1) Binnen een half jaar moet duidelijk  zijn wat het  toekomstperspectief van een kind is en waar het dus groot zal worden.”

Een aantal jaren later kreeg hij van de MOgroep Jeugdzorg de opdracht om een visie op voogdij te ontwikkelen. Dit resulteerde onder meer in de opvatting dat de OTS omgezet moet worden in een ontheffing, als duidelijk is dat een kind niet meer thuis gaat wonen. De voogdij gaat dan naar een instelling. “Als een kind bij de pleegouders blijft wonen tot het volwassen is, moeten het pedagogisch en juridisch gezag weer in één hand komen, namelijk bij de pleegouders”, meent Hermanns. “Deze regeling zou maximaal twee jaar na de ontheffing uitgesproken moeten worden. Ook kinderen die niet in een gezin opgroeien moeten een natuurlijke persoon als voogd hebben.”

Actuele ontwikkelingen
Als ik vraag of hij zicht heeft op de actuele ontwikkelingen van dit advies, grinnikt hij. “Voor zover ik weet, wordt al jaren ongeveer 700 keer per jaar een ontheffing uitgesproken. Pas als het wetsvoorstel herziening kinderbeschermingsmaatregelen in de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen, valt ontwikkeling te verwachten. De huidige wet is gericht op het belang van de ouders. In de nieuwe wet staat het belang van het kind voorop. Dit is overigens geen bezuinigingsmaatregel.”

Volgens Hermanns gaan we met deze ontwikkeling de kant van Amerika op, maar ook weer niet helemaal. “De ouders blijven de ouders. Wel zal beter naar hun begeleiding moeten worden gekeken. Ook op dit moment voelen ouders zich, na het uitspreken van de OTS, weinig begeleid. Voor de band met de ouders hoeft het uitspreken van de pleeg­oudervoogdij geen belemmering te zijn.

Pleegkinderen kunnen goed een band met hun ouders en hun pleegouders hebben, blijkt uit onderzoek van Anne Maaskant. Dit is echt anders dan wat tot dat moment de heersende opinie was.”

Lastig gedrag
“Als het pedagogisch en juridisch gezag in één hand zijn, heeft de opvoedingsvariant een grote kans van slagen. Is dat niet het geval, dan moet je kijken wat je daar aan kunt doen.” Als vanzelf belanden we bij het meest recente project dat Hermanns onder handen heeft: een onderzoek naar het effect van Parent Management Training Oregon (PMTO), de begeleidingsmethode die de Rading in Utrecht gebruikt. “Pleegkinderen hebben veel meegemaakt. Lastig gedrag veroorzaakt wrijving in het pleeggezin en leidt uiteindelijk vaak tot het afbreken van de plaatsing. Dit loopt dwars door alle leeftijdscategorieën heen. Waar je dus naar op zoek moet, is een manier om pleegouders beter toe te rusten om met lastig gedrag om te gaan. Bij PMTO gaat het om intensieve begeleiding van zes tot tien maanden van (pleeg)ouders, die op de problemen in een specifiek gezin ingaat. Niet om algemene richtlijnen en ‘ga het thuis maar eens proberen’. De bedoeling is dat gewone pleeggezinnen met gewone kinderen steun krijgen in het voorkomen van conflicten en de sfeer positief houden.”

Ook andere pleegzorgorganisaties leiden momenteel trainers op voor deze methode, evenals sommige GGZ-instellingen. Het lijkt wel een hype. Hermanns geeft aan dat iedereen binnen pleegzorg op zoek is naar methoden die bewezen resultaat hebben. “PMTO is beter gestructureerd en beter doordacht dan vele andere methoden. Wat pleegouders leren is niet echt nieuw, bijvoorbeeld vijf complimenten geven na een negatieve opmerking.  Het is een intensieve methode, die voorkomt dat opvoeders zich laten meesleuren bij escalaties. Er wordt veel, via rollenspellen, geoefend met situaties. Ook kunnen ze na verloop van tijd, als het opnieuw moeilijk is, de begeleiding weer inroepen.”

Beste behandelmethode
Uiteindelijk moeten alle uithuisgeplaatste kinderen in een pleeggezin passen, is zijn overtuiging. “Op dit moment wordt ongeveer de helft van deze kinderen in een pleeg­gezin geplaatst (25000 kinderen). Een kind is beter af met een pleegouder die voor hem gaat, die commitment heeft. Kinderen moeten dit kunnen voelen en zien. De begeleiding door een vaste persoon is voor kinderen met een ernstige hechtingsstoornis zelfs officieel de beste behandelmethode.”

Tot slot geeft Jo Hermanns aan dat pleegouders zo’n leuke groep mensen vormen om mee te werken. “Ze hebben altijd een positieve instelling, zijn oplossingsgericht, hebben commitment met het kind, getuigen van realisme en hebben over het algemeen een manier gevonden om met lastige gezinsvoogden en ouders om te gaan. Bovendien geven ze kinderen een kans om zo normaal mogelijk te leven.” <

======
KADER
======

PMTO
Parent Management Training Oregon (PMTO) is een trainingsprogramma voor ouders van kinderen van 4 tot en met 12 jaar met ernstige gedragsproblemen. Het doel is om ouders sterker te maken in de opvoeding van hun kind. In december 2010 is de Universiteit van Amsterdam onder leiding van Jo Hermanns met een onderzoek gestart naar het effect van PMTO binnen pleeggezinnen. Bij de Rading worden 55 pleeggezinnen in de onderzoeksgroep betrokken en 55 pleegouders krijgen gewone pleegzorgbegeleiding. www.pmto.nl

(1) In de hulpverleningsvariant wordt het kind tijdelijk bij een pleeggezin geplaatst en is het doel dat de ouders het kind uiteindelijk weer opvoeden. De pleegouders werken actief mee aan de terugplaatsing. In de opvoedingsvariant wordt een pleegkind voor langere tijd door pleeg­ouders opgevoed.


Tags: ,