“Meerwaarde adoptie niet groot genoeg”

Auteur: Liliane Waanders

Anders dan in de Verenigde Staten of Groot-Brittannië leidt pleegzorg in Nederland niet vanzelfsprekend tot adoptie (1). Als het aan Mariëlle Bruning, hoogleraar Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden, ligt, blijft dat ook zo. “Er zijn maar weinig situaties te bedenken, waarin adoptie voor het kind beter is dan pleegzorg.”

Mariëlle Bruning: “Elk kind heeft het recht om bij zijn eigen ouders op te groeien. Dat is een basisrecht. Als een kind (tijdelijk) niet meer thuis kan wonen, heeft het recht op een gezinsvervangend thuis, waar voor het kind zoveel mogelijk rust gecreëerd wordt. Dat de mogelijkheid van contact met de biologische ouders daarbij open blijft, is belangrijk. Een kind is en blijft loyaal aan zijn ouders. Kinderen zijn veerkrachtig en accepteren veel van hun ouders, zelfs als het gedrag van ouders hen schaadt. In de ogen van hun kinderen verliezen de biologische ouders niet zo snel definitief hun kansen.

Pleegzorg is een kinderbeschermende maatregel die tegemoet komt aan de noodzaak en wens om voor elk kind een thuis te creëren, zonder dat de biologische ouders uit beeld raken. Adoptie is dat in mijn ogen niet. Door adoptie wordt de juridische band met de biologische ouders doorgesneden. De biologische ouders kunnen daardoor formeel geen rechten meer doen gelden op hun kind. Bij elke afweging over adoptie moet beoordeeld worden of dit niet in strijd is met het basisrecht van het kind op een gezinsleven met zijn eigen ouders. Adoptie is in mijn ogen alleen te verantwoorden als een kind – zoals dat in de wet geformuleerd staat – echt niets meer van zijn ouders te verwachten heeft. Adoptie is voor een kind dat nog (enige vorm van contact met) eigen ouders heeft haast altijd een verlies.”

Adoptie: alleen in heel uitzonderlijke gevallen
“Er zijn situaties waarin het vanuit het perspectief van kinderbescherming nodig is om biologische ouders de zorg voor hun kinderen definitief te ontzeggen. Dat zijn de situaties waarin adoptie eventueel overwogen zou kunnen worden. Dan heb je het over uitzonderlijke gevallen: over ouders die drugsverslaafd of langdurig gedetineerd zijn en over ouders die geen moeite willen doen om betrokken te blijven bij het leven en de opvoeding van hun kinderen. Zolang biologische ouders de intentie hebben om contact met hun kinderen te onderhouden en dit contact het kind niet schaadt, is adoptie een stap te ver.

Dat wil niet zeggen dat het ultieme doel van iedere pleegzorgplaatsing is, dat een kind uiteindelijk teruggaat naar zijn ouders. Het gaat erom dat de veiligheid die het pleeggezin biedt, een kind ook in staat stelt een relatie met de biologische ouders op te bouwen of in stand te houden. Als dat binnen een voor het kind acceptabele termijn mogelijk blijkt of blijft, is dat genoeg om pleegzorg als keuze te blijven rechtvaardigen.

Kinderrechters moeten op enig moment een besluit nemen over de toekomst van een kind, bijvoorbeeld door een gezagsontneming uit te spreken als het kind langdurig in het pleeggezin zal blijven, maar die termijn ligt niet vast. De beslissing moet van het kind afhangen. Een kind kent de betekenis en gevolgen niet van de verschillende juridische constructies, maar het kan wel zeggen wie en wat belangrijk voor hem is. Een rechter moet moeite doen om, met hulp van een gedragsdeskundige en zonder een kind voor het blok te zetten en het uitspraken te ontlokken, te onderzoeken wat het kind wil.”

Pleegzorg biedt voldoende zekerheid
“Adoptie is één van de vormen waarin een kind een gezinsvervangend thuis geboden kan worden. Toch zijn er uiteindelijk maar weinig situaties waarin adoptie voor een kind beter of noodzakelijker is dan pleegzorg. Alleen als de meerwaarde van adoptie vaststaat, is het een verantwoorde keuze. Dat adoptie meer zekerheid biedt dan pleegzorg, zit vooral in de hoofden van pleeg- en adoptieouders.

Pleegouders zijn jaren ondergewaardeerd en kregen te maken met beperkende maatregelen wat betreft de hoogte van de vergoeding, het maximale aantal pleegkinderen dat tegelijk in een pleeggezin mocht worden opgevangen of de zeggenschap over de kinderen. In­middels is hun positie verbeterd. Een kind dat een jaar met een ondertoezichtstelling in hetzelfde pleeggezin gewoond heeft, kan daar straks door het blokkaderecht niet zomaar weggehaald worden. De biologische ouder heeft wel een voorkeurstem. Pleegouders die lang­durig voor een kind zorgen, kunnen de (gezamenlijke) voogdij krijgen. Daarmee hebben zij instrumenten om de zorg en opvoeding van hun pleegkinderen handen en voeten te geven. De realiteit blijft echter dat pleegzorg, net als adoptie, voor het kind een vervanging is voor het gezin dat het met zijn ‘eigen’ ouders vormt.” <

Liliane Waanders is (freelance) journalist en gespecialiseerd in de onderwerpen afstand en adoptie en Nederlandse literatuur.

(1) Als in dit artikel sprake is van adoptie gaat het om binnenlandse adoptie.

======
KADER
======

Jeugdrecht
Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning (Amsterdam, 1972) is sinds 1 januari 2010 hoogleraar Jeugdrecht in Leiden. Zij is een bevlogen, dynamische wetenschapper die tot begin 2010 wetenschap bewust combineerde met het werken bij organisaties die uitvoerend werk doen op het gebied van jeugdzorg en jeugdbescherming.

Waar houdt iemand zich in het jeugdrecht mee bezig?
“In het jeugdrecht – niet te verwarren met kinderrechten – staat de positie van de minderjarige in het recht centraal. Jeugdrecht beslaat een breed aandachtsgebied. Het kan gaan over de vraag of een minderjarige zelfstandig op mag treden als hij ontevreden is over een product dat hij heeft gekocht, maar ook alle juridische kwesties die betrekking hebben op kinderbescherming en jeugdzorg maken deel uit van het jeugdrecht.”

Vanwaar uw aandacht voor minderjarigen?
“Omdat kinderen zo kwetsbaar zijn en vaak onvoldoende voor hun rechten kunnen opkomen. Ik pleit voor brede aandacht voor deze kinderen en streef daarbij naar een balans tussen de positie van ouders, kinderen en zorgverleners.”

Is Nederland een toonaangevend land als het om jeugdrecht gaat?
“Nederland bevindt zich niet in de voorhoede als het om het respecteren van de rechten van minderjarigen gaat. Weten­schappelijk is het jeugdrecht een ondergeschoven kindje, de aandacht is versnipperd over verschillende rechtsgebieden. Een master Jeugdrecht – in voorbereiding – zou meer recht doen aan het complexe vakgebied. Dat de belangstelling van de politiek toeneemt, maar nog steeds onder de maat is, blijkt uit de aandacht voor kwetsbare kinderen in het onderwijs en de (slordige) manier waarop omgegaan wordt met minderjarige vreemdelingen.”


Tags: , ,