“Jij bent mijn moeder niet!”

Auteur: Anneke Vinke

In het heetst van de woordenwisseling gooit Romy het eruit: “Jij bent mijn moeder niet!” Daarna heb ik een huilende (adoptie)moeder aan de lijn. Het is weer geëscaleerd en dat wilde ze nou juist niet. Romy heeft haar geraakt met die opmerking en niet zo’n beetje ook. Ze doet zó haar best en dan dit… Het ergste is dat het waar is. Ze is niet de ‘echte’ moeder van Romy. (1)

Wat zouden Romy en andere adoptie- en pleegkinderen bedoelen met zo’n opmerking? Want ja, wat is dat eigenlijk, iemands moeder zijn? Wat maakt je een moeder? Als je dagelijks voor een kind zorgt? Als een kind bij jou geboren is? Kan een kind twee of meer moeders aan? Als vanzelf lijkt Romy een gevoel dat ze goed kent op te roepen: afwijzing. Zo gaat dat met emoties: afwijzing roept afwijzing op. Maar wat als moeder erop reageert met acceptatie? Wat als zij meevoelt met Romy en haar gevoel deelt dat zij niet haar echte moeder is? Dan kan ze Romy helpen met haar negatieve gevoelens en voorkomt ze dat het uit de hand loopt.

Grote klus
Het klinkt eenvoudig, maar het is natuurlijk een grote klus. Accepteren wat je adoptie- of pleegkind voelt, ook als dat boosheid, woede of afwijzing is. Daarbij help ik ouders en kinderen in begeleidings­gesprekken met hen samen. Ik volg de principes van Dan Hughes: Playfulness, Acceptance, Curiosity & Empathy (PACE)(2). Concreet betekent dit, dat er speelse elementen zijn in onze gesprekken, dat gevoelens en gedrag radicaal geaccepteerd worden, dat we samen nieuwsgierig op zoek gaan naar waar iets vandaan komt. Ondertussen proberen we ons in te leven in de ander. De volwassenen houden de gevoelens van het kind als het ware vast en pleeg- en adoptiekinderen als Romy kunnen hun eigen weg gaan vinden.

Veilige haven
De relatie tussen Romy en haar adoptiemoeder staat centraal: moeder is de veilige haven. Vanuit die veilige haven kan Romy ontdekken waar haar gevoel of gedrag vandaan komt, wat de diepere betekenis is en hoe het opgelost kan worden. Daarbij wordt Romy onvoorwaardelijk gesteund en geaccepteerd door haar moeder en mij. In de begeleiding is het mijn taak om te zorgen dat ouder en kind op elkaar afgestemd blijven, dat hun emoties er mogen zijn, maar ook dat ze geen dingen zeggen waarmee ze elkaar beschadigen. De momenten van elkaar waarderen en accepteren worden uitvergroot. Daarnaast zorg ik ervoor dat het proces niet te zwaar wordt. Soms kan dat speels, soms maken we even pas op de plaats. Eigenlijk doe ik niet anders dan af en toe rust creëren, zodat er een natuurlijk ritme komt tussen de moeilijke zaken en de luchtige waar we samen om kunnen lachen.

Dan kan deze moeder de volgende keer een uitbarsting van Romy aan en zeggen: “Romy, ik wilde ook graag dat we elkaar vanaf het begin gekend hadden.” Van daaruit kunnen ze samen verder! <

Dr. Anneke Vinke is GZ-psychologe, gespecialiseerd in hulpverlening aan adoptie- en pleeggezinnen. www.adoptiepraktijk.nl

(1) De situatie is ontleend aan de praktijk, maar voor het artikel veranderd zodat die niet herleidbaar is.

(2) Dan Hughes (2006). Building the bonds of attachment. Lanham: Jason Aronson. www.dyadicdevelopmentalpsychotherapy.org


Tags: , ,